ECLI:NL:RBDHA:2026:4673

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/09/694911 / FA RK 25-8771
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:377g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag vader over minderjarige wegens langdurige afwezigheid en gebrek aan betrokkenheid

De rechtbank Den Haag behandelde op 6 februari 2026 een verzoek van een minderjarige om het gezamenlijk gezag van de vader te beëindigen en het gezag aan de moeder toe te kennen. De minderjarige, geboren in 2015, had de vader slechts drie keer gezien en wenste niet dat de vader beslissingen over hem nam. De moeder steunde dit verzoek, terwijl de vader zich hiertegen verzette.

De rechtbank stelde vast dat het gezamenlijk gezag sinds de echtscheiding in 2017 bestond, maar dat de vader al geruime tijd niet betrokken was bij het leven van de minderjarige. Ondanks eerdere afspraken en pogingen om contact te herstellen, had de vader geen inspanningen geleverd om het contact te onderhouden of op te bouwen. De rechtbank oordeelde dat de vader daardoor niet in staat was om beslissingen te nemen die in het belang van de minderjarige zijn.

Op grond van artikel 1:251a lid 4 BW en vaste jurisprudentie werd geoordeeld dat er sprake was van een wijziging van omstandigheden die het gezamenlijk gezag onmogelijk maakt. De rechtbank besloot het gezag over de minderjarige toe te kennen aan de moeder, die het kind opvoedt en beter in staat is beslissingen te nemen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en de minderjarige is schriftelijk geïnformeerd over de beslissing.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag van de vader wordt beëindigd en het gezag wordt toegekend aan de moeder.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8771
Zaaknummer: C/09/694911
Datum beschikking: 6 februari 2026

Informele rechtsingang – gezag

Beschikking in het kader van de op 19 november 2025 ingekomen brief van:

[minderjarige] ,

roepnaam [minderjarige]
geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Cortet in Utrecht,

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft op 19 november 2025 de brief ontvangen die [minderjarige] met behulp van de Kinder- & Jongerenrechtswinkel heeft gestuurd.
[minderjarige] heeft op 11 december 2025 zijn brief nader toegelicht in een gesprek met de kinderrechter.
Op 16 december 2025 heeft de rechtbank de ouders uitgenodigd voor een gesprek in de vorm van een zitting bij de rechtbank op 9 januari 2026.
Bij e-mailbericht van 23 december 2025 heeft de vader laten weten tot het einde van januari 2026 in [land] te verblijven. De vader wil graag weten waar de zaak over gaat. Bij e-mailbericht van 24 december 2025, met bijlagen, vraagt de vader om een nieuwe datum voor de zitting te plannen. Hij geeft aan, in verband met familieomstandigheden, genoodzaakt te zijn om in [land] te blijven tot het einde van januari. De vader laat weten, indien een nieuwe zittingsdatum niet mogelijk is, hij ook online beschikbaar is.
De rechtbank heeft bij e-mailbericht van 24 december 2025 aan de vader laten weten dat de zitting niet wordt verplaatst, en dat de vader kan deelnemen via een videoverbinding.
Bij e-mailbericht van 25 december 2025 heeft de vader de rechtbank bericht graag via een videoverbinding deel te nemen.
Op 9 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader via een videoverbinding;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2014 tot [datum 2] 2017.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind: [minderjarige] , (hierna: [minderjarige] ) geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1] , [land] .
  • [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.
  • De moeder en de vader oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
  • Blijkens de Basisregistratie Personen hebben de ouders en [minderjarige] in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
  • Bij beschikking van 12 december 2023 van deze rechtbank – voor zover hier relevant – is:
- bepaald dat [minderjarige]
voorlopigtot 1 januari 2024 één keer per week met de vader zal beeldbellen op zaterdag om 19:00 uur, beginnend op zaterdag 18 november 2023; vanaf 1 januari 2024 twee keer per week met de vader zal beeldbellen op woensdag om 17:00 uur en op zaterdag om 19:00 uur, waarbij de moeder zich zal aanmelden bij het CJG met de hulpvraag hoe het contact tussen de vader en [minderjarige] het beste kan worden vormgegeven nu er zeven jaar minimaal contact tussen hen is geweest en de vader in de tussentijd gaat proberen aanwezig te zijn tijdens een voetbal wedstrijd van [minderjarige] ;
  • bepaald dat de moeder voorafgaand aan het eerste gesprek tussen de vader en [minderjarige] op 18 november 2023 een uitgebreide e-mail aan de vader zal toesturen met informatie over [minderjarige] met daarbij een foto van hem en vervolgens voorlopig één keer per maand de vader via de mail zal informeren over [minderjarige] en ook een foto van hem zal meesturen;
  • iedere verdere beslissing ten aanzien van de beëindiging van het gezamenlijk gezag en de definitieve zorg- en informatieregeling aangehouden tot 1 juli 2024 pro forma.
- Bij beschikking van 2 mei 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier relevant – :
  • bepaald dat de moeder één keer per maand via e-mail aan de vader informatie verstrekt over [minderjarige] met daarbij een foto van [minderjarige] ;
  • het verzoek van de moeder tot beëindiging van het gezamenlijk gezag afgewezen.

Aanvraag en reactie ouders

[minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om het gezag van de vader te beëindigen en de moeder alleen met het gezag over hem te belasten. [minderjarige] wil niet meer dat de vader beslissingen over hem neemt. Hij heeft de vader maar drie keer in zijn leven gezien.
De moeder steunt de aanvraag van [minderjarige] , maar heeft niet zelf een verzoek tot wijziging van het gezag ingediend. De vader verzet zich tegen de door [minderjarige] gewenste wijziging van de gezagssituatie.

Beoordeling

Gezag
Uit artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de minderjarige een eigen rechtsingang heeft als het gaat om een zorgregeling, informatieregeling, benoeming van een bijzondere curator en de hoofdverblijfplaats. Het wijzigen van het gezag staat daar niet bij.
Op grond van artikel 1:251a lid 4 BW kan de rechter echter, indien hem blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder daar prijs op stelt, ambtshalve een beslissing geven over het gezag. Hetzelfde geldt indien de minderjarige de leeftijd van twaalf nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Uit vaste jurisprudentie volgt dat deze mogelijkheid zich op grond van dit artikel niet enkel beperkt tot de echtscheidingsprocedure. Wel geldt in de situatie waarin de echtscheidingsprocedure is afgerond, zoals ook nu aan de orde is, de voorwaarde dat in het kader van de echtscheidingsprocedure geen verzoek betreffende eenhoofdig gezag is gedaan en er dus geen eerdere beslissing over het gezag (het gezamenlijke gezag dat na de echtscheiding doorloopt) is genomen. Ingeval een aanvraag tot het nemen van een ambtshalve beslissing wordt gedaan nadat in het kader van de echtscheidingsprocedure al over het gezag is beslist, moet sprake zijn van een wijziging van omstandigheden.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die meebrengt dat het gezamenlijk gezag niet langer in stand kan blijven. [minderjarige] heeft de vader al geruime tijd niet gezien en ook niet gesproken. In een vorige procedure tussen de ouders heeft de rechtbank een belregeling bepaald en zou de vader proberen om naar voetbalwedstrijden van [minderjarige] te komen om zo het contact langzaam op te bouwen. De vader heeft niets gedaan. Hij heeft zijn verzoek tot vaststelling van een zorgregeling vervolgens ingetrokken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank met de ouders gesproken over hoe het contact toch in gang gezet kan worden. De moeder heeft hiervoor een aantal suggesties gedaan en data genoemd waarop de vader [minderjarige] kon bellen. De vader liet weten geen telefoon te hebben, maar wel binnenkort naar Nederland te komen. Bij de vastlegging van de data heeft de vader bij nader inzien toch geen afspraken willen maken. De rechtbank stelt dan ook vast dat de vader al jaren niet betrokken is bij [minderjarige] en dat hij ook geen moeite doet om hier verandering in te brengen. Hij heeft daardoor geen zicht op wat de behoeftes van [minderjarige] zijn en welke beslissingen van belang zijn voor hem. De rechtbank is gelet op het feit dat de vader al geruime tijd niet betrokken is in het leven van [minderjarige] van oordeel dat hij niet in staat is beslissingen te nemen die in het belang zijn van [minderjarige] .
De rechtbank acht het gelet op het voorgaande in het belang van [minderjarige] dat de moeder alleen gezagsgerelateerde beslissingen voor hem kan nemen en zal aldus beslissen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] een brief gestuurd waarin zij hem op de hoogte van deze beslissing heeft gesteld.
Beste [minderjarige] ,
Ik ben een andere rechter dan die je op 11 december 2025 hebt gesproken over de brief die jij aan de rechtbank hebt gestuurd. Zij heeft mij verteld wat jullie toen hebben besproken. Je kon haar heel goed uitleggen waarom jij vindt dat jouw vader niet langer het gezag over jou moet hebben. Jij hebt verteld dat je je vader maar drie keer hebt gezien en dat jullie ruzie hebben gehad en toen heeft je vader gezegd dat je onder zijn regels bent. Jij vindt van niet, want hij heeft niks voor jou gedaan. Je moeder voedt je op en jouw vader weet niets over je. Als je vroeger wat met hem wilde afspreken had hij altijd wat anders. Je vindt dat hij geen recht heeft het gezag over jou te hebben.
Ik heb met jouw vader en jouw moeder gesproken en ik vind ook dat je vader geen gezag meer over jou moet hebben. Jullie hebben elkaar al lang niet gezien of gesproken. Jouw vader weet daarom niets over jou en jouw leven. Ik vind dat hij niet goed kan weten wat het beste voor jou is en daarom ook geen beslissingen meer over jou moet kunnen nemen.
Vanaf nu kan alleen jouw moeder beslissingen over je nemen en dat is ook wat jij wil.
Ik wens je het allerbeste.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1979 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] , het gezag zal toekomen over [minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1] , [land] , en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 februari 2026.