ECLI:NL:RBDHA:2026:4676

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/09/687271 / FA RK 25-4669
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Brussel II bis-verordening (nr. 2019/1111)Art. 10:56 BWArt. 815 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met vaststelling hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie

Partijen zijn gehuwd sinds 2009 en hebben twee minderjarige kinderen die momenteel bij de vrouw verblijven. De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken, de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast te stellen en kinderalimentatie toe te wijzen. De man voert geen verweer en stemt in met de verzoeken.

De rechtbank constateert dat de vrouw geen ouderschapsplan heeft ingediend, maar dit redelijkerwijs niet kon overleggen omdat de man geen afspraken wenst te maken. De echtscheiding wordt daarom toegewezen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bij de vrouw vastgesteld in het belang van de kinderen.

Partijen zijn overeengekomen dat de man €700 per maand aan kinderalimentatie betaalt, te voldoen vanaf 1 juli 2025. De rechtbank acht dit bedrag redelijk en billijk en verklaart de beschikking, behalve de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt de hoofdverblijfplaats bij de vrouw vast en bepaalt kinderalimentatie van €700 per maand vanaf 1 juli 2025.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4669
Zaaknummer: C/09/687271
Datum beschikking: 6 februari 2026

Scheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 23 juni 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vrouw],

volgens de huwelijksakte: [de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.S. Polat in Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 3 juli 2025 van de vrouw, met als bijlage het betekeningsexploot;
  • het bericht van 8 september 2025 van de vrouw, met bijlagen;
  • het bericht van 5 januari 2026 van de vrouw, met bijlage.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in raadkamer hun mening kenbaar gemaakt.
Op 9 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
  • de man, bijgestaan door een tolk;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming;
  • een begeleider van de vrouw.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2009 in [plaats], [land].
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats], [geboorteland],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats], [geboorteland].
  • De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Volgens uittreksels uit de Basisregistratie Personen hebben beide partijen de Bulgaarse nationaliteit.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt, na wijziging, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
  • te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zal zijn;
  • te bepalen dat de man met ingang van 1 juli 2025 zal bijdragen in de kosten van
verzorging en opvoeding van de kinderen met een nader te noemen bedrag per
maand bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, althans met een zodanige
ingangsdatum en bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren
te bepalen;
- bij wijze van voorwaardelijk verzoek: te bepalen dat de man met ingang van 1 juli 2025 met een bedrag van € 700,- moet bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van beide kinderen.
De man heeft op de zitting zijn mening kenbaar gemaakt. Hij voert geen verweer.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 van Pro de Brussel II ter-verordening
(nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019) rechtsmacht om te beslissen op het verzoek tot echtscheiding.
De rechtbank past op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht toe op het verzoek tot echtscheiding.
Ontvankelijkheid – ouderschapsplan
De vrouw heeft geen ouderschapsplan ingediend, zoals op grond van artikel 815 tweede Pro lid Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is vereist. Toch zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vrouw, door onbetwist te stellen dat de man geen afspraken wenst te maken over de kinderen, voldoende gemotiveerd aangetoond dat een ouderschapsplan redelijkerwijs niet door haar kan worden overgelegd.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht en zij verzoekt om de echtscheiding uit te spreken. De man is het daar mee eens.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast te stellen. De man is het daarmee eens. De rechtbank zal het verzoek daarom, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen, ook omdat zij dit in het belang van de kinderen acht.
Kinderalimentatie
Op de zitting zijn partijen overeengekomen dat de man aan de vrouw een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal betalen van € 700,- per maand. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, ook omdat de rechtbank deze bijdrage redelijk en billijk acht en niet in strijd met de wettelijke maatstaven.
Omdat de man geen verweer heeft gevoerd tegen de door de vrouw verzochte ingangsdatum, ziet de rechtbank aanleiding om 1 juli 2025 als ingangsdatum te hanteren.
Gelet op de bereikte overeenstemming tussen partijen, beschouwt de rechtbank het meer of anders verzochte ten aanzien van de kinderalimentatie als ingetrokken.

Beslissing

De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, met elkaar gehuwd op [datum] 2009 in [plaats], [land];
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [plaats], [geboorteland],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [plaats], [geboorteland],
hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 1 juli 2025 een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 350,- per maand, per kind zal betalen, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 februari 2026.