ECLI:NL:RBDHA:2026:4697

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698813 / FA RK 26-1027
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:6 WvggzArt. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz

De rechtbank Den Haag behandelde op 6 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die bekend is met schizofrenie en een paranoïde psychotisch toestandsbeeld vertoont.

Betrokkene en zijn advocaat voerden verweer, onder meer dat het hoorrecht voorafgaand aan de crisismaatregel was geschonden en dat betrokkene vanwege lichamelijke klachten in een regulier ziekenhuis had moeten worden opgenomen. De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van de voortzetting van de crisismaatregel niet ziet op de rechtmatigheid van de oorspronkelijke maatregel, maar alleen op de voortzetting daarvan. Het formele verweer werd gepasseerd.

De medische verklaringen en getuigenissen van psychiaters en begeleiders toonden aan dat betrokkene ernstig psychisch ontregeld is, met achterdocht, wanen en agressief gedrag. Betrokkene weigert vrijwillige zorg en medicatie, waardoor onmiddellijk dreigend ernstig nadeel wordt verwacht. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief, en verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken.

De machtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, controle op gedrag-beïnvloedende middelen, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie. Het verzoek tot meer of andere zorg werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/698813 / FA RK 26-1027
Datum beschikking: 6 februari 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 3 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. S.M. Gaasbeek-Wielinga te Haarlem.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 2 februari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de [gemeente] tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 2 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties;
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam 2];
- de ambulante psychiater, [naam 3] (online gehoord);
- de arts assistent, [naam 4];
- de begeleider, [naam 5].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij zich moe voelt en veel lichamelijke klachten ervaart van de medicatie. Betrokkene is voornemens om zijn dagelijkse bezigheden weer op te pakken, zoals sporten en boodschappen doen. Betrokkene ontkent psychotisch te zijn en is van mening dat hij vanwege zijn lichamelijke klachten opgenomen had moeten worden in een regulier ziekenhuis. In het verleden heeft hij een straf uitgezeten en hij is ervan overtuigd dat instanties hem sindsdien willen vasthouden. De advocaat heeft ter zitting verklaard dat betrokkene nog een paar dagen in de accommodatie wil verblijven, maar daarna graag naar huis wil. Betrokkene heeft onvoldoende vertrouwen in de accommodatie en de medische handelingen die zij verrichten. De advocaat heeft daarnaast formeel verweer gevoerd tegen het verzoek. De burgemeester heeft de crisismaatregel genomen zonder betrokkene daaraan voorafgaand te hebben gehoord. In het episodejournaal staat vermeld dat het horen van betrokkene niet mogelijk was, maar zonder onderbouwing van de pogingen daartoe. Als gevolg hiervan kan dan ook geen machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend.
De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat het lastig is om een gesprek met betrokkene te voeren. Betrokkene heeft moeite om overzicht te houden en alle gebeurtenissen op een rij te zetten. Op basis van de psychische voorgeschiedenis van betrokkene wordt er uitgegaan van een psychotische ontregeling. Daarbij is sprake van achterdocht en paranoïde denkbeelden ten aanzien van de ambulante hulpverlening.
De ambulant psychiater heeft ter zitting verklaard dat betrokkene sinds juni 2025 onder behandeling is van het FACT team. Sinds betrokkene de overgang heeft gemaakt van beschermd wonen naar meer vrijheden is de situatie verslechterd. Betrokkene is gestopt met het innemen van zijn medicatie en wilde geen bemoeienis van de hulpverlening. Vanaf dat moment werd betrokkene toenemend achterdochtig, kreeg hij wanen en kwam de politie ook steeds meer in beeld.

Beoordeling

Voor wat betreft het formele verweer van de advocaat, overweegt de rechtbank als volgt. Bij de beoordeling van een verzoek tot verlening van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel dient blijkens de wetsgeschiedenis niet de rechtmatigheid van de crisismaatregel, maar alleen de rechtmatigheid van de voortzetting van de verplichte zorg te worden onderzocht. [1] Voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de crisismaatregel heeft de wetgever in artikel 7:6 Wvggz Pro de mogelijkheid van beroep bij de rechtbank in het leven geroepen. Voor zover de burgemeester het hoorrecht van betrokkene voorafgaand aan het nemen van de crisismaatregel zou hebben geschonden, zou dit derhalve voor het verlenen van de machtiging tot voortzetting geen gevolgen hebben. Los daarvan is de rechtbank – mede gelet op hetgeen [naam 3] hierover heeft toegelicht – niet gebleken dat de burgemeester het hoorrecht van betrokkene voorafgaand aan het nemen van de crisismaatregel heeft geschonden. Het formele verweer van de advocaat wordt dus gepasseerd.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
Betrokkene is bekend met schizofrenie en heeft waarschijnlijk een beneden gemiddelde intelligentie. Er is sprake van achterdocht, agitatie, angst en hallucinatoir gedrag. Betrokkene meent dat de GGZ hem wil doodmaken en hem onlangs heeft mishandeld. Betrokkene is agressief richting medewerkers van de instelling en heeft medewerkers bedreigd door te zeggen dat hij hun gezicht zou open snijden en hun hart eruit zou snijden. Betrokkene is momenteel in behandeling bij het FACT.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een paranoïde psychotisch toestandsbeeld bij schizofrenie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde en door de rechtbank niet toegewezen vormen van zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene weigert zorg op vrijwillige basis. Dit is meermaals aangeboden door de behandelaren maar er is geen enkele samenwerking mogelijk met betrokkene. Betrokkene weigert de voor hem noodzakelijke medicatie in te nemen. Daarnaast weigert betrokkene ook elke vorm van zorg. Er is geen ziektebesef.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats], [geboorteland]
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 februari 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Voetnoten

1.HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1314