Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.INTELMAGAZIJN B.V.,
2.
[bedrijf 1] B.V.,
3.
[naam 1],
4.
[naam 2],
5.
[bedrijf 2] B.V.,
6.
[bedrijf 3] B.V.,
7.
[naam 3],
8.
[bedrijf 4] B.V.,
9.
[bedrijf 5] B.V.,
10.
[naam 4],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
- het woordbeeldmerk “SheIn” (registratienummer 013694161);
- het woordmerk “SHEIN PREMIUM” (registratienummer 018245745);
- het woordmerk “evoluSHEIN” (registratienummer 018700753);
- het woordbeeldmerk “SHEIN Modely” (registratienummer 018874166);
- het woordbeeldmerk “SHEIN MOD” (registratienummer 018874187);
- het woordbeeldmerk “SHEIN Frenchy” (registratienummer 018874206);
- het woordbeeldmerk “SHEIN Maternity” (registratienummer 018874256);
- het woordbeeldmerk “SHEIN BAE” (registratienummer 018874257);
- het woordbeeldmerk “SHEIN Mulvari” (registratienummer 018874258);
- het woordbeeldmerk “SHEIN BIZwear” (registratienummer 018874263);
- het woordbeeldmerk “SHEIN Belle” (registratienummer 018874267);
- het woordbeeldmerk “SHEIN Blues” (registratienummer 018874279);
- het woordbeeldmerk “SHEIN Najma” (registratienummer 018874288);
- het woordbeeldmerk “SHEIN BASICS” (registratienummer 018874310);
- het woordbeeldmerk “SHEIN EZwear” (registratienummer 018874313);
- het woordbeeldmerk “SHEIN FIT+” (registratienummer 018874315);
- het woordbeeldmerk “SHEIN ICON” (registratienummer 018874328);
- het woordbeeldmerk “SHEIN SXY” (registratienummer 018875297);
- het woordbeeldmerk “SHEIN Unity” (registratienummer 018875308);
- het woordbeeldmerk “SHEIN YoungVibe” (registratienummer 018877510);
- het woordbeeldmerk “SHEIN Saver” (registratienummer 018921834).
geenvan de muren en in de etalages van voornoemde winkel heb ik borden gezien met de tekst “
Deze winkel isnietgelieerd aan SHEIN. This store isnotrelated to SHEIN.”
"Deze winkel isnietgelieerd aan SHEIN. This store isnotrelated to SHEIN."
"Deze winkel isnietgelieerd aan SHEIN. This store isnotrelated to SHEIN."”
www.shein.com
4.Het geschil
5.De beoordeling
elkeverplichting voortvloeiend uit de Onthoudingsverklaring heeft geschonden.
de strekkingde mededinging te verhinderen, te beperken of te vervalsen. SHEIN heeft ter handhaving van haar intellectuele eigendomsrechten een kort geding procedure tegen Intelmagazijn, [bedrijf 1] , [naam 1] , [naam 2] , [bedrijf 2] , [naam 3] , [bedrijf 4] en [naam 4] aangespannen. Partijen hebben na het uitbrengen van de kort geding dagvaarding de Onthoudingsverklaring getekend, die volgens de eerste alinea daarvan tot doel heeft de door SHEIN aangespannen kort geding procedure vanwege vermeend merkinbreukmakend handelen geen doorgang te laten vinden. De Onthoudingsverklaring strekt er aldus toe om een tussen partijen gerezen geschil over inbreuk(en) op intellectuele eigendomsrechten te beëindigen.
tot gevolg heeftdat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is en overweegt daartoe als volgt. Indien tussen partijen een geschil bestaat over een (vermeende) inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, is het niet ongebruikelijk dat die partijen ter beëindiging van dat geschil een Onthoudingsverklaring ondertekenen, die er toe strekt de onrechtmatige handel in merkproducten een halt toe te roepen. Met dit doel voor ogen is ook de Onthoudingsverklaring tussen SHEIN enerzijds en Intelmagazijn, [bedrijf 1] , [naam 1] , [naam 2] , [bedrijf 2] , [naam 3] , [bedrijf 4] en [naam 4] anderzijds tot stand gekomen, waar artikel II onderdeel van uitmaakt. Dit artikel luidt als volgt:
“to cease and permanently desist from the purchase, trade, advertisement, sale and offering of any SHEIN product (i.e. any product bearing the SHEIN Trademarks)”.De rechtbank is van oordeel dat deze tekst impliceert dat het Brand Outlet
in het geheelniet is toegestaan te handelen in producten voorzien van de SHEIN-merken. Deze bepaling reikt dus verder dan in het kader van het geschil tussen partijen noodzakelijk was. Het belet Brand Outlet immers ook uitgeputte SHEIN-producten te verhandelen, hetgeen onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 15 UMVo Pro is toegestaan. De omstandigheid dat partijen – zoals zij tijdens de mondelinge behandeling hebben bevestigd – bij het aangaan van de Onthoudingsverklaring voor ogen hadden dat Brand Outlet in het geheel zou stoppen met het verhandelen van SHEIN-producten, rechtvaardigt een dergelijk algeheel verbod op de handel in SHEIN-producten niet. Artikel II van de Onthoudingsverklaring heeft dus tot gevolg dat Brand Outlet de toegang tot de markt wordt ontzegd ook voor zover het gaat om de rechtmatige handel in producten voorzien van (één van) de SHEIN-merken. De conclusie is dus dat artikel II van de Onthoudingsverklaring voor wat betreft het staken en gestaakt houden van die rechtmatige handel in strijd is met artikel 101 lid 1 VWEU Pro en artikel 6 lid 1 Mw Pro en voor dat deel nietig is. Voor zover artikel II betrekking heeft op het staken en gestaakt houden van merkinbreukmakende activiteiten, is deze bepaling niet in strijd met het mededingingsrecht. Dit betekent dat artikel II van de Onthoudingsverklaring voor dat deel in stand blijft. Dit geldt ook voor de andere artikelen uit de Onthoudingsverklaring; deze artikelen staan – anders dan door Brand Outlet bepleit – op zichzelf en zijn niet onlosmakelijk verbonden met het (nietige deel van) artikel II.
niet wordt beschermd door het merkenrecht kan Brand Outlet niet baten. Brand Outlet is met SHEIN uitdrukkelijk overeengekomen geen inbreuk te maken op de in de Onthoudingsverklaring opgenomen SHEIN merken, waaronder het Uniebeeldmerk met nummer 0179000461. Deze overeenkomst moet Brand Outlet nakomen, ook als zij bij nader inzien van mening is dat SHEIN geen merkenrechtelijke bescherming toekomt. Bovendien betreft het een ingeschreven merk dat als geldig wordt aangemerkt. Dit geldt ook voor alle andere in de Onthoudingsverklaring opgesomde merken. SHEIN kan zich dus wel degelijk op de in de Onthoudingsverklaring opgesomde merken beroepen.
“to immediately refrain fromany form of infringementof the SHEIN Trademarks”(onderstreping rb). Deze bewoordingen impliceren dat artikel I van de Onthoudingsverklaring betrekking heeft op álle vormen van inbreuk op de SHEIN-merken. Deze lezing vindt steun in de formulering van vordering I van het petitum van de door SHEIN betekende kort geding dagvaarding, die de aanleiding vormde voor de totstandkoming van de Onthoudingsverklaring, waarin gevorderd was “
iedere inbreuk op de SHEIN-merkenin de Europese Unie te staken en gestaakt te houden” (onderstreping rb). Deze taalkundige uitleg van artikel I van de Onthoudingsverklaring biedt geen ruimte voor de door Brand Outlet bepleite (beperkte) lezing daarvan.
‘any form of infringement of the SHEIN Trademarks’.Daarbij is niet gespecificeerd welke handelingen door partijen als inbreukmakend worden aangemerkt. Aangezien artikel I van de Onthoudingsverklaring (zoals ook blijkt uit de aanhef van de Onthoudingsverklaring) is opgesteld in vervolg op de door SHEIN uitgebrachte kort geding dagvaarding, ligt het in de rede om bij de beantwoording van de vraag welke handelingen als inbreukmakend in de zin van de Onthoudingsverklaring moeten worden aangemerkt, aan te sluiten bij de grondslag van de vorderingen in kort geding, te weten merkinbreuk zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 UMVo Pro.
“Deze winkel isnietgelieerd aan SHEIN. This store isnotrelated to SHEIN”.SHEIN heeft echter geconstateerd dat er gedurende deze uitverkooptermijn SHEIN-kleding is aangeboden in de winkels van Brand Outlet terwijl in de winkelpanden van Brand Outlet geen borden aanwezig waren met de (hiervoor weergegeven) overeengekomen tekst. Ter onderbouwing van deze stelling verwijst SHEIN naar door haar op 22 december 2024 gemaakte video’s van een winkelpand van Brand Outlet in Amsterdam (overgelegd als productie EP25) en de processen-verbaal van de deurwaarder (zie hiervoor onder 3.18 tot en met 3.20). Brand Outlet erkent ook dat deze tekst niet in de winkels aanwezig is geweest. Daarmee staat vast dat de overeengekomen mededeling niet in de winkels van Brand Outlet zichtbaar is geweest. Deze mededeling was echter wel een randvoorwaarde waaraan voldaan moest zijn om tot uitverkoop van de nog aanwezige SHEIN-producten over te mogen gaan. Volgens Brand Outlet was er wel een andere tekst met gelijkluidende boodschap in alle winkels aanwezig. Ook als dit het geval zou zijn geweest – wat door SHEIN gemotiveerd is betwist onder verwijzing naar de hiervoor bedoelde video’s en het aanvullende proces-verbaal van de deurwaarder van 24 oktober 2025 (zie hiervoor onder 3.24) en door Brand Outlet niet voldoende nader is onderbouwd – doet dit er niet aan af dat dit niet de expliciet door partijen overeengekomen tekst uit de Onthoudingsverklaring is geweest. Dit betekent dat het Brand Outlet vanaf de dag na het ondertekenen van de Onthoudingsverklaring bij het ontbreken van de overeengekomen mededeling in de winkelpanden niet was toegestaan in het economische verkeer gebruik te maken van tekens die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de SHEIN-merken. Dat heeft zij echter wel gedaan. De rechtbank verwijst ter onderbouwing daarvan naar hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de schending van artikel I van de Onthoudingsverklaring.
‘bearing the SHEIN Trademarks’. De rechtbank gaat niet in dit betoog mee. In het licht van de doelstelling van de Onthoudingsverklaring en gezien de formulering van artikel II daarvan (te weten:
‘to cease and desist from the purchase, trade, advertisement, sale and offering ofanySHEIN product (i.e. any product bearing the SHEIN Trademarks)’ -onderstreping rechtbank) valt het aanbieden van SHEIN-kleding waaruit de merklabels verwijderd zijn logischerwijze ook onder de reikwijdte van dit artikel. Er kan niet van worden uitgegaan dat
beidepartijen hebben beoogd om SHEIN-kleding zonder merklabel niet onder het toepassingsbereik van deze bepaling te laten vallen. Dat ligt niet voor de hand, omdat daarmee voor Brand Outlet de weg zou openstaan om onder haar verplichtingen uit de Onthoudingsverklaring uit te komen door de merklabels uit de SHEIN-producten te (laten) verwijderen. Overigens blijkt uit de processen-verbaal van de deurwaarder dat de SHEIN-merken niet geheel uit de kleding zijn verwijderd, omdat de wasvoorschriftenlabeltjes nog wel naar SHEIN wijzen.
6.De beslissing
werkdagen na de verzameling van de kleding door een deurwaarder een proces-verbaal van constatering te laten opmaken van de totale resterende voorraad en
werkdagen na het proces-verbaal van constatering deze totale resterende voorraad kleding over te dragen aan het Leger des Heils dan wel een andere door SHEIN aan te wijzen charitatieve instelling in Nederland,