ECLI:NL:RBDHA:2026:4723
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- E. M. A. Vinken
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublinverdrag.
Eiser betoogde dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, verwijzend naar persoonlijke ervaringen en rapporten die structurele tekortkomingen in het Spaanse asiel- en opvangsysteem aantonen. Ook stelde hij dat zijn medische situatie individueel beoordeeld had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. De rapporten en persoonlijke omstandigheden boden geen grond voor afwijking.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van connexiteit. Proceskosten werden niet toegekend.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. E. M. A. Vinken en griffier M. Ramdihal op 5 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.