ECLI:NL:RVS:2024:4853
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 28 februari 2023 een besluit om de asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De minister van Asiel en Migratie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een nieuw toetsingskader had gehanteerd voor de bewijslastverdeling in Dublinzaken en dat de minister niet een verdergaande vergewisplicht heeft dan voorheen.
Verder oordeelde de Afdeling dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom hij de asielaanvraag niet onverplicht aan zich had getrokken, waarbij het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidend is en bijzondere omstandigheden niet waren aangetoond.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.