ECLI:NL:RBDHA:2026:4816

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
NL26.8964
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging hoge dwangsom

Belanghebbende heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Eerdere uitspraken van verschillende rechtbanken hebben verweerder opgedragen binnen strikte termijnen te beslissen, met oplopende dwangsommen bij overschrijding.

Ondanks deze rechterlijke opdrachten heeft verweerder nog steeds geen besluit genomen, terwijl belanghebbende al 29 maanden wacht, ruim langer dan de maximale beslistermijn van 21 maanden. Verweerder heeft geen verweer gevoerd of verantwoording afgelegd.

De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet opnieuw in gebreke hoefde te stellen en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog te beslissen, onder dreiging van een verhoogde dwangsom van €500 per dag met een maximum van €50.000.

Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in overeenstemming met het landelijke beleid om bestuursorganen te stimuleren tijdig te beslissen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een dwangsom van €500 per dag op bij overschrijding van de termijn voor besluitvorming op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.8964
V-nummer: [v nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. S. Thelosen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Belanghebbende heeft wederom beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen.
Verweerder heeft de mogelijkheid van verweer gehad.
De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden. [1]

Overwegingen

1. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [2]
2. Belanghebbende heeft eerder ook al beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag. Deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem heeft op 23 juli 2024 uitspraak gedaan op dat beroep. [3] De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder binnen acht weken met de algemene asielprocedure moet aanvangen en binnen acht weken na die aanvang een besluit te nemen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 7.500,00.
3. Belanghebbende heeft vervolgens weer beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag. Deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle heeft op 13 maart 2025 uitspraak gedaan op dit beroep. [4] De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder uiterlijk binnen twee weken alsnog een besluit de asielaanvraag van belanghebbende kenbaar moet maken, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag met een maximum van € 15.000,00.
4. Belanghebbende heeft daarna nogmaals beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft op 4 september 2025 uitspraak gedaan op dit beroep. [5] De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken een besluit bekend te maken, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 37.500,00.
5. Omdat verweerder ook na deze opdracht van de rechtbank niet alsnog heeft beslist op de asielaanvraag, is belanghebbende op 6 februari 2026 opnieuw in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag.
6. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 27 februari 2025 heeft beoordeeld of belanghebbende kan worden gehoord. Ook heeft verweerder op 28 april 2025 een Vreemdelingen Identiteitsbewijs aan belanghebbende verstrekt. Verweerder heeft echter nog steeds geen gevolg gegeven aan de opdrachten van de rechtbank. Belanghebbende heeft verweerder voorafgaand aan het indienen van het beroepschrift niet opnieuw in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verbindt hier echter geen consequenties aan, omdat van belanghebbende redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat zij verweerder opnieuw in gebreke stelt. De rechtbank sluit hiermee aan bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 maart 2019. [6] Het beroep is dus gegrond.
7. De rechtbank stelt verder vast dat verweerder in alle vier de procedures tegen het niet tijdig beslissen in de gelegenheid is gesteld om een verweerschrift uit te brengen waarin kan worden aangegeven binnen welke termijn kan worden beslist en waarom dat tot op heden niet is gelukt. Verweerder heeft er echter voor gekozen om geen enkele keer gebruik te maken van die gelegenheid en geen verantwoording af te leggen.
Welke beslistermijn moet aan verweerder worden opgelegd?
8. Als het beroep gegrond is en er nog geen besluit is bekendgemaakt, draagt de rechtbank het bestuursorgaan op om binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend te maken. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. [7]
9. Verweerder heeft zich niet gehouden aan drie rechterlijke opdrachten om te beslissen. Daar komt bij dat belanghebbende samen met haar minderjarige kind op 28 oktober 2023 haar asielaanvraag heeft ingediend. Dit betekent dat belanghebbende al 29 maanden wacht op een beslissing op haar asielaanvraag, terwijl de maximale beslistermijn 21 maanden is. Belanghebbende is zelfs nog niet gehoord over de redenen voor het indienen van haar asielaanvraag. De rechtbank draagt verweerder daarom nogmaals op om zo snel mogelijk om de asielaanvraag van belanghebbende te beslissen, maar uiterlijk binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak.
Wat is de hoogte van de rechterlijke dwangsom?
10. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat verweerder een dwangsom van € 500,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 50.000,-. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat dit het vierde beroep niet tijdig is en de maximale beslistermijn van 21 maanden ruimschoots is overschreden. Nu verweerder geen verantwoording heeft afgelegd in deze zaak, gaat de rechtbank uit van weigerachtigheid van de kant van het bestuursorgaan en acht zij een sterke prikkel nodig om verweerder te bewegen te beslissen op de asielaanvraag. Dit is in overeenstemming met het landelijke beleid, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. In de laatste uitspraak van 4 september 2025 is een dwangsom opgelegd van € 250,- per dag met een maximum van € 37.500.00,-. Deze prikkel is onvoldoende gebleken, zodat de rechtbank thans een hogere dwangsom bepaalt.
11. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt verweerder op om zo snel mogelijk, maar uiterlijk over twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van € 500,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 50.000,-; en,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 467,-
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.P.W. Kwakman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
3.NL24.23185.
4.NL25.4395.
5.NL25.25950.
7.Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.