ECLI:NL:RBDHA:2026:4894
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 20 november 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel eerder getoetst en verklaarde deze op 13 januari 2026 rechtmatig tot dat moment.
Bij de beoordeling van het vervolgberoep richtte de rechtbank zich op de periode na 9 januari 2026. Hoewel eiser verzocht om gehoord te worden, vond de rechtbank dit niet noodzakelijk omdat de stukken voldoende waren om te oordelen. Eiser stelde dat onvoldoende informatie beschikbaar was over de rechtmatigheid van de maatregel, met name over de Dublinclaim en de voortvarendheid van de minister bij de overdracht aan Spanje.
De rechtbank stelde vast dat de Dublinclaim door Spanje al op 12 november 2025 was geweigerd, waardoor verdere voortvarendheid richting Spanje niet vereist was. De minister had wel voldoende inspanningen verricht voor de uitzetting naar Marokko. De rechtbank vond geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te achten en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.