ECLI:NL:RBDHA:2026:4894

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
NL26.11235
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 59a Vw 2000Art. 96 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie legde op 20 november 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel eerder getoetst en verklaarde deze op 13 januari 2026 rechtmatig tot dat moment.

Bij de beoordeling van het vervolgberoep richtte de rechtbank zich op de periode na 9 januari 2026. Hoewel eiser verzocht om gehoord te worden, vond de rechtbank dit niet noodzakelijk omdat de stukken voldoende waren om te oordelen. Eiser stelde dat onvoldoende informatie beschikbaar was over de rechtmatigheid van de maatregel, met name over de Dublinclaim en de voortvarendheid van de minister bij de overdracht aan Spanje.

De rechtbank stelde vast dat de Dublinclaim door Spanje al op 12 november 2025 was geweigerd, waardoor verdere voortvarendheid richting Spanje niet vereist was. De minister had wel voldoende inspanningen verricht voor de uitzetting naar Marokko. De rechtbank vond geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te achten en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.11235

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh),
en

de minister van Asiel en Migratie

Procesverloop

De minister heeft op 20 november 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep heeft de rechtbank beslist bij uitspraak van 8 december 2025. [1] Op het eerste vervolgberoep heeft de rechtbank beslist bij uitspraak van 13 januari 2026. [2]
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 6 maart 2026 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. [3]

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
1.1.
De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 13 januari 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, op 9 januari 2026.
Geen zitting
2. Hoewel eiser heeft verzocht om op zitting gehoord te worden, heeft de rechtbank aan dat verzoek geen gevolg gegeven. Het horen van eiser is ook niet verplicht, omdat het gaat om een beroep tegen het voortduren van de bewaring. Het horen van eiser is in dit geval ook niet nodig. De rechtbank heeft namelijk op basis van de stukken in het procesdossier al voldoende informatie om een oordeel te kunnen geven over het vervolgberoep.
Rechtmatigheid van de maatregel van bewaring
3. Eiser voert aan dat er op dit moment te weinig informatie is om een reactie te geven op de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring. Uit het verslag van het vertrekgesprek van 13 november 2025 blijkt dat de minister voornemens was om eiser door middel van een claimakkoord over te dragen aan Spanje. Uit het verslag van het vertrekgesprek van 25 november 2025 volgt dat de Dublinclaim door Spanje is afgewezen. De minister dient alle correspondentie over de Dublinclaim aan het dossier toe te voegen.
3.1.
De rechtbank stelt vast dat de Spaanse autoriteiten op 12 november 2025 de door de minister op 11 november 2025 ingediende Dublinclaim hebben geweigerd. Deze informatie was relevant voor de eerdere maatregel van bewaring die aan eiser was opgelegd, op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000.
Zoals onder 1.1 overwogen, is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel van bewaring, slechts de periode sinds het sluiten van het onderzoek op 9 januari 2026 van belang. Nu de Dublinclaim al op 12 november 2025 is geweigerd door de Spaanse autoriteiten, ziet de rechtbank niet in waarom de minister deze informatie aan het dossier dient toe te voegen. De beroepsgrond slaagt niet.
Werkt de minister onvoldoende voortvarend aan eisers overdracht aan Spanje?
4. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende werkt aan zijn overdracht aan Spanje.
4.1.
Zoals onder 3.1 overwogen, is op 12 november 2025 de Dublinclaim door de Spaanse autoriteiten geweigerd. De minister hoefde dan ook niet voortvarend te werken aan eisers overdracht aan Spanje. De beroepsgrond slaagt niet.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat – naar haar oordeel – de minister voldoende voortvarend heeft gewerkt aan eisers uitzetting naar Marokko, door op 29 januari en 19 februari 2026 schriftelijk te rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten op de status van de aanvraag om een laissez-passer en het voeren van een vertrekgesprek op 13 januari en 17 februari 2026.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
5. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens verder geen grond om te komen tot het oordeel dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest. [4]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Kouwen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Rb. Den Haag, zp. Arnhem 8 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23317.
2.Rb. Den Haag, zp. Arnhem 13 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:496.
3.Dit is mogelijk op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000.
4.Vergelijk HvJEU 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar), HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X) en ABRvS 12 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:329.