ECLI:NL:RBDHA:2026:496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie heeft op 20 november 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan. De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en een onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
De rechtbank toetst of de voortzetting van de maatregel rechtmatig is sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 2 december 2025. Eiser stelt dat het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt en dat de minister onvoldoende transparantie biedt over de afgifte van laissez-passers door de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelt dat er geen concrete aanwijzingen zijn die het zicht op uitzetting in redelijkheid in twijfel trekken. De minister heeft op 17 december 2025 een rappel gedaan en er is geen bewijs dat de Marokkaanse autoriteiten geen laissez-passer zullen afgeven.
Daarnaast heeft eiser onvoldoende meegewerkt aan zijn uitzetting, onder meer door te verklaren niet terug te willen keren naar Marokko. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.