Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 12 januari 2026 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en achtte deze tot 21 januari 2026 rechtmatig.
De rechtbank beoordeelde nu alleen de periode na 21 januari 2026. Hoewel het vooronderzoek niet binnen de wettelijke termijn werd gesloten, was er sprake van een voortvarende beslissing, zodat dit geen onrechtmatigheid opleverde. Eiser stelde dat de verlenging van de bewaring niet tijdig was genomen, maar verweerder voegde het verlengingsbesluit van 23 januari 2026 toe aan het dossier, waarmee deze grond faalde.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser gedurende de beroepsprocedure rechtmatig verblijf had en dat de bewaring terecht was gebaseerd op artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank vond geen aanleiding om een lichter middel toe te passen en wees het verzoek om betere medische zorg af, omdat eiser geen medische stukken had overgelegd en passende zorg beschikbaar is in het detentiecentrum.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de bewaring rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.