Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Somalische nationaliteit bewerende vreemdeling, diende op 13 december 2022 een asielaanvraag in met het motief dat hij Al-Shabaab had geweigerd en daardoor gevaar liep. Verweerder wees de aanvraag af omdat de identiteit van eiser niet aannemelijk was gemaakt en het relaas over de dreiging door Al-Shabaab ongeloofwaardig werd geacht.
Eiser voerde aan dat het onmogelijk was om zijn identiteit met Somalische documenten te bewijzen en dat hij een vals Frans identiteitsdocument gebruikte om te reizen. Hij stelde dat tegenstrijdigheden in zijn verklaringen verklaarbaar waren en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom zijn relaas ongeloofwaardig was.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen originele documenten had overgelegd en onvoldoende plausibele verklaringen gaf voor de tegenstrijdigheden over zijn paspoort. De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht de identiteit ongeloofwaardig achtte en dat zonder aannemelijk gemaakte identiteit het asielrelaas niet verder beoordeeld kon worden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens niet aannemelijk gemaakte identiteit en ongeloofwaardig relaas.