ECLI:NL:RBDHA:2026:4937

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
NL25.37133
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 KwalificatierichtlijnArt. 31 VreemdelingenwetArt. 30b, eerste lid, aanhef en onder h, VreemdelingenwetArtikel 4, vijfde lid, Kwalificatierichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig mensenhandelverhaal en late indiening

Eiseres, een Zuid-Afrikaanse vrouw die Nederland binnenkwam met een mvv om als au-pair te werken, vroeg asiel aan op grond van bedreiging door mensenhandelaren in haar land. De minister wees haar aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat zij niet onmiddellijk asiel had aangevraagd en haar verhaal over mensenhandelaren ongeloofwaardig werd geacht.

De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij binnen de doelgroep van het mensenhandelsnetwerk viel en dat haar relaas over de werkwijze van de mensenhandelaren niet samenhangend en geloofwaardig was. Ook vond de rechtbank het onwaarschijnlijk dat het netwerk een moord zou plegen als waarschuwing, zoals eiseres stelde.

Daarnaast was het feit dat eiseres pas een jaar na binnenkomst asiel aanvroeg zonder gegronde reden doorslaggevend voor de afwijzing. De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardig relaas en late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37133

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. S. Kuster).

Procesverloop

Bij besluit van 5 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1993 en heeft de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Zij is bij beschikking van 23 augustus 2022 in het bezit gesteld van een mvv. [1] Daarmee is zij Nederland ingereisd om te gaan werken als au-pair.
Op 4 oktober 2023 heeft zij een asielaanvraag ingediend in Nederland. Zij legt daaraan ten grondslag dat zij te vrezen heeft voor mensenhandelaren in Zuid-Afrika. Eiseres had in mei of juni 2022 een sollicitatiegesprek, maar daar werden zij en twee anderen gewaarschuwd voor [beveiliger] . [beveiliger] heeft hen de volgende dag een baan aangeboden, maar daar ging eiseres niet op in. Daarna is zij maandenlang telefonisch en via SMS bedreigd. In augustus 2022 hebben mensen die samenwerken met [beveiliger] geprobeerd om eiseres te ontvoeren, maar met behulp van twee omstanders is zij ontsnapt.
Vervolgens heeft eiseres een gastgezin gevonden in Nederland waar zij als au pair kon werken. Bij terugkeer naar Zuid-Afrika vreest eiseres dat de mensenhandelaren haar zullen vinden en mogelijk vermoorden.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De problemen met mensenhandelaren in Zuid-Afrika acht verweerder ongeloofwaardig. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiseres niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was.
3. Eiseres stelt in beroep dat wordt erkend dat de geschetste handelswijze van de mensenhandelaren niet te volgen is, maar dit maakt haar relaas niet onaannemelijk. Mensenhandelaren handelen juist in strijd met de wet. Verweerder miskent dat illegale criminele netwerken niet werken volgens bepaalde afspraken en protocollen. Ook de moord op haar jeugdvriendin lijkt wellicht geen logische stap, maar eiseres stelt, onder verwijzing naar een internetartikel, dat uit algemeen bekende informatie volgt dat de handelswijze van netwerken van mensenhandel erg gewelddadig is. Eiseres wijst op het rapport 2024 Trafficking in Persons Report: South Africa, over mensenhandel in Zuid-Afrika, waaruit blijkt dat jonge zwarte vrouwen in Zuid-Afrika moeilijk een baan kunnen vinden. Eiseres was op zoek naar werk. Daar maakt het mensenhandel netwerk misbruik van. Ter zitting is gewezen op de prejudiciële vragen van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 18 februari 2025 [2] en zittingsplaats Groningen van 8 augustus 2025 [3] , waarin specifiek geoordeeld is dat sprake moet zijn van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling. Eiseres stelt dat zij heel gedetailleerd heeft verklaard. In het geval een vreemdeling zo consistent heeft verklaard, moet verweerder ook een voldoende motivering geven. Verweerder pikt nu kleine details uit het relaas en acht deze bevreemdend, maar er is onvoldoende gemotiveerd waarom sprake is van een ongeloofwaardig relaas.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. De rechtbank stelt vast dat eiseres de beroepsgrond over de integrale beoordeling van haar asielrelaas eerst ter zitting naar voren heeft gebracht. Het betreft een geheel nieuwe beroepsgrond. Gelet op de omstandigheid dat verweerder ter zitting te kennen heeft gegeven in staat te zijn om te reageren, neemt de rechtbank de beroepsgrond mee in de beoordeling van het beroep.
5. Voor zover eiseres met deze grond stelt dat de gemaakte geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd is met het Unierecht, wordt zij niet gevolgd. De voorwaarden in artikel 4 van Pro de Kwalificatierichtlijn zijn overgenomen in artikel 31 van Pro de Vw. Het uitgangspunt is dat de vreemdeling zijn asielrelaas aannemelijk moet maken. In voorkomende gevallen dient verweerder in samenwerking met de vreemdeling de relevante elementen van het asielrelaas vast te stellen. Daarbij wordt meegewogen dat verklaringen vaak niet volledig met documenten kunnen worden onderbouwd. Ook telt de aansluiting bij andere bronnen, zoals landeninformatie, en de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling. Als het relaas niet volledig met stukken kan worden gestaafd, kan pas worden toegekomen aan het voordeel van de twijfel zoals bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de Kwalificatierichtlijn. Deze uitgangspunten zijn overgenomen in de WI 2024/6. In het geval van eiseres zijn geen objectieve stukken ingebracht ter onderbouwing de gestelde problemen met de mensenhandelaren, wat maakt dat zij het relaas met haar verklaringen aannemelijk had moeten maken.
6. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiseres haar asielmotief ook niet met haar verklaringen aannemelijk heeft gemaakt, omdat zij niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Eiseres erkent dat de door haar geschetste werkwijze van het mensenhandel netwerk onnavolgbaar is, maar dat dit haar relaas niet onaannemelijk maakt. Eiseres wordt niet gevolgd in deze stelling. Ook een crimineel netwerk heeft een bepaald doel; in dit geval het verhandelen van eiseres of geld verdienen aan haar. Dan is het aan eiseres om aannemelijk te maken dat het zo is gelopen zoals zij stelt. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat zij hier niet in is geslaagd. Daarbij is van belang dat niet te volgen is dat de mensenhandelaren het risico nemen een moord te plegen, enkel om eiseres een waarschuwing te sturen. Dit te meer nu eiseres heeft verklaard dat het netwerk haar op straat konden onderscheppen en wisten waar zij werkte en sportte. Nu zij al onder de controle van het netwerk stond, wekt het bevreemding dat zij iemand uit haar omgeving opsporen en vermoorden. Daarnaast is ook niet aannemelijk gemaakt dat de mensenhandelaren daadwerkelijk achter de moord op de jeugdvriendin van eiseres zitten.
7. Verder heeft eiseres nog altijd niet aannemelijk gemaakt dat zij binnen de doelgroep van het netwerk valt. Eiseres stelt dan wel, onder verwijzing naar het rapport, dat jonge zwarte vrouwen moeite hebben met het vinden van een baan en zij juist daarom doelwit zou zijn van het netwerk, maar eiseres heeft geenszins aangetoond dat zij moeite had met het vinden van een baan. Dan blijft staan dat uit algemene landeninformatie volgt dat mensenhandelaren zich doorgaans richten op arme, laagopgeleide en werkloze personen uit niet-stedelijke gebieden, vaak met verslavingsproblematiek. Eiseres valt daar als redelijk hoogopgeleide vrouw met een baan in internationale opsporing en het innen van schulden niet onder.
8. Zoals aan de orde gekomen tijdens de zitting is eiseres in oktober 2022 Nederland ingereisd met een mvv. Zij heeft echter pas op 4 oktober 2023 asiel aangevraagd. Bij een oprechte dringende behoefte aan bescherming mag van eiseres worden verwacht dat zij direct een asielaanvraag indient, ongeacht of zij zich op dat moment veilig voelde en nog niet wist hoe de asielprocedure werkt. Dat eiseres wegens haar contract met het gastgezin geen mogelijkheid zag om eerder asiel aan te vragen is geen verschoonbare reden voor een dergelijke termijnoverschrijding. Verweerder heeft de asielaanvraag kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw, nu eiseres zich zonder gegronde reden pas een jaar na binnenkomst in Nederland heeft gemeld voor asiel.
9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 10 maart 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Machtiging tot voorlopig voorblijf.