ECLI:NL:RBDHA:2026:5081
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens besluit minister nareisaanvraag
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn nareisaanvraag. De rechtbank bepaalde dat de minister binnen acht weken moest beslissen, tenzij nader onderzoek nodig was. Op 8 december 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog een besluit te nemen. Op grond van de Awb en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde een vergoeding van €467,-, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener. Daarnaast moet de minister het griffierecht vergoeden. De rechtbank verwierp het standpunt van de minister dat een lagere wegingsfactor van 0,25 van toepassing zou zijn.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten van €467,- en het griffierecht na intrekking van het beroep wegens alsnog genomen besluit.