Uitspraak
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Malawische staatsburger en troonopvolger van een clan, vreesde vervolging vanwege zijn weigering om mensenoffers te brengen. Hij diende op 30 december 2022 een asielaanvraag in, die door de minister van Asiel en Migratie als kennelijk ongegrond werd afgewezen vanwege onvoldoende geloofwaardigheid en gebrek aan objectief bewijs.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 19 november 2025. Hoewel eiser een verlopen authentiek paspoort overlegde, wat een eerdere bezwaren over onvoldoende documenten wegneemt, bleef de rechtbank bij de conclusie dat zijn verklaringen over de troonopvolging en de vermeende cultpraktijken niet samenhangend en aannemelijk waren. De overgelegde landeninformatie ondersteunde zijn verhaal niet, en de aangiftes bleken waarschijnlijk vals.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser vanwege een procedureel gebrek dat echter geen nadeel voor eiser opleverde.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.