ECLI:NL:RBDHA:2026:5082

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
NL25.28572 en NL25.28573
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31, zesde lid, onder b, van de VwArt. 31, zesde lid, onder c, van de VwArt. 31, zesde lid, onder e, van de VwArt. 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de VwArt. 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid troonopvolging Malawi

Eiser, een Malawische staatsburger en troonopvolger van een clan, vreesde vervolging vanwege zijn weigering om mensenoffers te brengen. Hij diende op 30 december 2022 een asielaanvraag in, die door de minister van Asiel en Migratie als kennelijk ongegrond werd afgewezen vanwege onvoldoende geloofwaardigheid en gebrek aan objectief bewijs.

De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 19 november 2025. Hoewel eiser een verlopen authentiek paspoort overlegde, wat een eerdere bezwaren over onvoldoende documenten wegneemt, bleef de rechtbank bij de conclusie dat zijn verklaringen over de troonopvolging en de vermeende cultpraktijken niet samenhangend en aannemelijk waren. De overgelegde landeninformatie ondersteunde zijn verhaal niet, en de aangiftes bleken waarschijnlijk vals.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser vanwege een procedureel gebrek dat echter geen nadeel voor eiser opleverde.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.28572 (beroep)
NL25.28573 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [V-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] ,

geboren [geboortedag] 1982, van Malawische nationaliteit, eiser en verzoeker, hierna: eiser
(gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/ voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
Bij besluit van 23 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2.
De rechtbank heeft het de zaken op 19 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, A.M. Musukwa als tolk in de taal Chichewa/Chewa en de gemachtigde van verweerder

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden de asielaanvraag van eiser heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Asielrelaas
4. Eiser heeft het volgende aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd. Eiser heeft de Malawische nationaliteit en behoort tot de Chewa bevolkingsgroep. Eiser is opgegroeid in de stad [plaats 1] maar komt van origine uit het dorp [plaats 2] . Zijn problemen zijn gerelateerd aan dit dorp. Eiser is de volgende in de lijn van troonopvolgers van de clan [naam] . Sinds zijn broer is overleden is hij troonopvolger. Zijn broer is zeven of acht jaar voor zijn vertrek naar Nederland overleden. De stamoudsten hebben eiser toen uitgelegd dat hij koning moest worden. Om koning te kunnen worden moest hij weg bij zijn vrouw en zijn dochters offeren. Hij wilde dit niet en heeft geweigerd om dit te doen. Hij heeft toen meerdere incidenten meegemaakt en is ook meerdere keren buiten Malawi geweest om deze incidenten te ontlopen. Eiser vreest dat de stamoudsten hem zullen vermoorden bij terugkeer naar Malawi, omdat hij nog steeds koning moet worden. Daarom heeft eiser op 30 december 2022 een asielaanvraag ingediend.
Besluitvorming
5. Verweerder heeft de volgende asielmotieven onderscheiden:
Identiteit, nationaliteit en herkomst.
Problemen als troonopvolger van de clan [naam]
.
5.1.
Verweerder acht eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De problemen als troonopvolger van de clan [naam] vindt verweerder niet geloofwaardig
5.2.
Verweerder beoordeelt de problemen als troonopvolger van de clan [naam] als volgt. Verweerder stelt allereerst dat dit asielmotief niet is onderbouwd met objectieve bewijsstukken. Ten tweede stelt verweerder dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en daar geen goede verklaring voor heeft. [1] Eiser heeft namelijk tegenstrijdig en vaag verklaard over het verlies van zijn paspoort. Ten derde stelt verweerder dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. [2] Eiser heeft namelijk niet aangetoond dat hij daadwerkelijk troonopvolger is en dat hij zijn dochters moet offeren. Ook verklaart hij onduidelijk over op welk moment zijn persoonlijke problemen begonnen. Verder verklaart hij vaag en summier over de meegemaakte incidenten en gebeurtenissen en wisselend over op welk moment de incidenten plaatsvonden. Daarnaast is eiser teruggekeerd naar de plek waar hij eerder voor vreesde. Tevens komen de overlegde kopieën van de aangiftes niet overeen met vergelijksmateriaal en zijn verhaal. Ten vierde stelt verweerder dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. [3] Verweerder verwijst ter onderbouwing hiervan opnieuw naar de overgelegde kopieën van de aangiftes, die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt zijn en dus vals zijn. Dit doet volgens verweerder zwaar afbreuk aan eisers algehele geloofwaardigheid. Tot slot is het feit dat eiser uit Malawi komt op zichzelf niet genoeg om vluchteling te zijn [4] of om een risico op ernstige schade aan te nemen. [5]
5.3.
De aanvraag is kennelijk ongegrond verklaard. [6] Eiser heeft namelijk verklaringen afgelegd die worden beoordeeld als kennelijk inconsequent, tegenstrijdig en vals. Ook is aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Beoordeling door de rechtbank
Nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling en prejudiciële vragen
6. Eiser heeft in het beroepschrift opgemerkt dat in de uitspraak van rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 7 januari 2025, [7] prejudiciële vragen zijn gesteld over de geloofwaardigheidsbeoordeling zoals neergelegd in WI 2024/6. Volgens eiser plaatst verweerder niet langer de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling als kern centraal, maar geldt dat primair voor het aanwezig hebben van documenten.
6.1.
De rechtbank is, onder verwijzing naar de uitspraak van 6 maart 2025 [8] van rechtbank Den Haag, van oordeel dat geen sprake is van een hogere bewijsmaatstaf waarbij alleen aan die maatstaf wordt voldaan als er originele en objectieve documenten zijn overgelegd die het asielmotief aannemelijk maken. Verweerder heeft in die zaak toegelicht dat ook als de vreemdeling geen objectieve documenten kan overleggen, verklaringen van de vreemdeling, al het overgelegde bewijsmateriaal en alle overige omstandigheden worden betrokken en in samenhang beoordeeld. Net als voorheen laat verweerder dus geen stukken of verklaringen buiten beschouwing. Ook in deze zaak is niet gebleken van strijd met het Unierecht, nu verweerder in zijn beoordeling niet is gestopt bij het ontbreken van objectieve documenten, maar alle verklaringen van eiser heeft betrokken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder conform WI 2024/6 heeft kunnen beslissen.
Onvoldoende documenten
7. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder ten onrechte heeft tegengeworpen dat hij vaag en tegenstrijdig zou hebben verklaard over het verlies van het geldige paspoort. Eiser kan niet volgen welke consequenties verweerder daarmee voor ogen heeft. In het voornemen is het verlies van het paspoort besproken onder de objectieve documenten die het asielmotiefvolledig onderbouwen. Opgemerkt moet worden dat sindsdien het authentiek bevonden verlopen paspoort is overgelegd. Dat dient dus ook als zo’n document moeten worden gezien, waardoor gesteld kan worden dat daarmee de essentie van het niet kunnen overleggen van het verloren paspoort is komen te vervallen.
7.1.
Ter zitting is aan de orde gekomen dat eiser inderdaad een verlopen authentiek paspoort heeft overgelegd. Daarom heeft verweerder de tegenwerping dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en daar geen goede verklaring voor heeft [9] op de zitting laten vallen. Eiser heeft dit in beroep dus terecht aangevoerd waardoor het bestreden besluit een gebrek bevat. De rechtbank is echter van oordeel dat dit gebrek kan worden gepasseerd omdat eiser, gelet op de volgende overwegingen in deze uitspraak, hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. [10] Wel zal verweerder worden veroordeeld in de proceskosten.
In grote lijnen niet geloofwaardig
8. Verder heeft verweerder eiser tegengeworpen dat hij in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. [11] De rechtbank stelt vast dat eiser hier geen beroepsgronden tegen heeft gericht. Dit punt is dan ook niet in geschil.
Verklaringen niet samenhangend en aannemelijk
9. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte voorbijgaat aan zijn verklaringen over de gedwongen troonopvolging en de gevolgen van de weigering. In de zienswijze is een vergelijking gemaakt met Nigeria vanwege een gebrek aan algemene informatie over cultdwang in Malawi. De stelling van verweerder dat ‘verwacht mag worden dat er aandacht in de media zou zijn wanneer de Chewa, één van de grootste etnische groepen van Malawi, aan mensenoffers zouden doen’ is geheel niet te rijmen met de (weliswaar: Nigeriaanse) informatie over geheime cults. Ook stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder hem onterecht verwijt dat hij weinig details heeft kunnen vertellen over de zes of zeven incidenten die hij heeft meegemaakt. De hoormedewerker heeft immers tegen eiser gezegd dat hij kort en bondig moest antwoorden op vragen over de incidenten. De hoormedewerker had echter nadere vragen aan eiser moeten stellen en had er niet vanuit kunnen gaan dat het bij de verschillende incidenten steeds om dezelfde personen ging. Het kan niet aan eiser worden tegengeworpen dat de hoormedewerker zich niet een voldoende beeld van de beschreven incidenten kon schetsen en daarover onvoldoende vragen heeft gesteld.
9.1.
De rechtbank volgt eiser niet in het standpunt dat het gehoor onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. Eiser verklaarde dat hij zes of zeven incidenten had meegemaakt. De hoormedewerker heeft eiser vervolgens eerst gevraagd om kort in chronologische volgorde te vertellen wat deze incidenten waren. [12] Vervolgens heeft de hoormedewerker per incident aanvullende vragen gesteld. De rechtbank ziet niet dat eiser door deze werkwijze van de hoormedewerker niet in staat zou zijn om gedetailleerd over de incidenten te verklaren.
9.2.
Verder volgt de rechtbank verweerder in het standpunt dat eiser niet heeft aangetoond dat in cults in Malawi rituelen en/of menselijke offers plaatsvinden bij troonopvolging. Dit blijkt namelijk niet uit landeninformatie of openbare bronnen en de overgelegde landeninformatie uit Nigeria over cults is onvoldoende. Daarmee kan immers niet worden aangetoond dat dit in Malawi ook het geval is. Daar komt bij dat eisers verklaringen niet overeenkomen met de landeninformatie die wel beschikbaar is. Zo heeft eiser verklaard dat [persoon 1] de opperkoning van de Chewa is. Uit openbare bronnen blijkt dat [persoon 1] koning is van een andere clan, namelijk de Tumbuka. Sinds maart 2022 wordt deze rol vervuld door [persoon 2] .
9.3.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte heeft geoordeeld dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft de aanvraag als kennelijk ongegrond mogen afwijzen en er niet vanuit hoeven gaan dat eiser onder de a- en b-grond valt. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.
11. Omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist, is er geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
12. Vanwege het onder 7.1. geconstateerde gebrek veroordeelt de rechtbank
verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.28572,
- verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.28573,
- wijst het verzoek af.
De rechtbank, in alle zaken,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.802,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw).
2.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
3.Artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw.
4.Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.
5.Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.
6.Artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw.
9.Conform artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw.
10.Op grond van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
11.Conform artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw.
12.Zie pagina 25 van het rapport Nader gehoor.