ECLI:NL:RBDHA:2026:5091

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/09/681221
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 UModVoArt. 4 lid 1 UModVoArt. 4 lid 2 UModVoArt. 4 lid 3 UModVoArt. 5 lid 1 UModVo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank Den Haag verklaart modelrecht HP deels geldig en wijst inbreukvorderingen toe tegen Digital Revolution

HP, een wereldwijde fabrikant van printers en cartridges, vordert een inbreukverbod tegen Digital Revolution wegens het verhandelen van remanufactured cartridges die volgens HP inbreuk maken op haar modelrechten. Digital Revolution voert verweer en vordert nietigverklaring van de modellen wegens gebrek aan nieuwheid en eigen karakter.

De rechtbank oordeelt dat de cartridges zichtbaar zijn bij normaal gebruik en dat de vormgeving van de modellen niet uitsluitend technisch bepaald is. De afgeronde hoeken zijn esthetisch, terwijl andere kenmerken technisch zijn. Model 340 en de 422-Modellen worden als geldig beschouwd, terwijl de 298-Modellen nietig zijn wegens gebrek aan nieuwheid en eigen karakter.

Digital Revolution maakt inbreuk door het verhandelen van cartridges die identiek zijn aan Model 340 en de 422-Modellen. Het beroep op uitputting faalt omdat Digital Revolution onvoldoende bewijs levert en geen informatieverzoek aan HP heeft gedaan. De rechtbank wijst het inbreukverbod, opgave van herkomst, afgifte van voorraad, schadevergoeding en recall toe, maar wijst andere vorderingen zoals het verbod op verwijderen van productcodes af. Digital Revolution wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de modelrechten van HP op Model 340 en de 422-Modellen geldig, wijst de inbreukvorderingen toe en verklaart de 298-Modellen nietig.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/681221 / HA ZA 25-210
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
HEWLETT-PACKARD DEVELOPMENT COMPANY, L.P.te Spring, Verenigde Staten van Amerika,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna te noemen: HP,
advocaten: mr. B.J. Berghuis van Woortman, mr. D. M. Vermeulen en mr. B.W.A. Algie te Amsterdam,
tegen
DIGITAL REVOLUTION B.V.te Nederhorst ter Berg,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: Digital Revolution,
advocaten: mr. Th.C.J.A. van Engelen en mr. N.F. de Bruin te Utrecht.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 25 februari 2025 met producties EP01 tot en met EP13;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie tot nietigverklaring gemeenschapsmodel van 16 april 2025;
- de akte houdende overlegging producties van Digital Revolution van 16 april 2025 met producties GP01 tot en met GP16;
- de conclusie van antwoord in reconventie van HP van 28 mei 2025 met producties EP14 en EP15;
- de akte houdende eisvermeerdering tevens houdende overlegging producties van HP met producties EP16 tot en met EP25;
- de akte houdende overlegging producties van HP met producties EP26A tot en met EP27C;
- het bericht van HP van 24 oktober 2025 waarin zij de rechtbank informeert over de proceskostenafspraak tussen partijen, die een begroting inhoudt van het normale tarief van € 20.000,-, met een verdeling van € 10.000,- voor conventie en € 10.000,- voor reconventie;
- de door beide partijen overgelegde pleitnotities.
1.2.
Op 4 november 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden.

2.De feiten

HP en haar modelregistraties
2.1.
HP is een pc- en printerfabrikant die zich wereldwijd bezighoudt met de ontwikkeling, productie en verkoop van printers en daarvoor bestemde printerbenodigdheden zoals inkt- en lasercartridges.
2.2.
HP is houdster van onder meer de volgende modelregistraties (hierna samen: de Modellen):
- het op 21 juni 2007 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 000747340-0001 (hierna: Model 340):
-
het op 29 september 2011 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 001295422-0005 (hierna: Model 422-5):
-
het op 29 september 2011 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 001295422-0001 (hierna: Model 422-1):
-
het op 29 september 2011 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 001295422-0004 (hierna: Model 422-4):
-
het op 3 juni 2019 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 006560298-0001 (hierna: Model 298-1):
- het op 3 juni 2019 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 006560298-0002 (hierna: Model 298-2):
- het op 3 juni 2019 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 006560298-0003 (hierna: Model 298-3):
Model 422-5, Model 422-1 en Model 422-4 worden hierna gezamenlijk aangeduid als de 422-Modellen. Model 298-1, 298-2 en 298-3 worden hierna gezamenlijk aangeduid als de 298-Modellen.
De cartridges van HP
2.3.
HP verkoopt haar cartridges zelf en via distributeurs.
2.4.
Iedere cartridge die HP aanbiedt is voorzien van een origineel HP-label met daarop zowel een typenummer als een SKU-nummer. De typenummers van HP verschillen afhankelijk van de plaats waar ze voor het eerst op de markt worden gebracht. Het SKU-nummer is gekoppeld aan de regio waar de betreffende cartridge voor het eerst op de markt wordt gebracht. Daarnaast is iedere cartridge voorzien van een QR-code, op basis waarvan HP in haar interne database het originele typenummer – en dus de plaats waar de cartridge voor het eerst op de markt is gebracht – kan achterhalen.
De activiteiten van Digital Revolution
2.5.
Digital Revolution is een in Nederland gevestigde onderneming die een webshop onder de domeinnaam [domeinnaam] exploiteert. Via de webshop worden onder meer inkt- en lasercartridges aangeboden en verkocht, zowel van het eigen huismerk als van merken zoals HP.
2.6.
Digital Revolution biedt nieuwe cartridges en remanufactured cartridges aan. Remanufactured cartridges zijn oorspronkelijk door (in dit geval) HP op de markt zijn gebracht en vervolgens door Digital Revolution of een derde voorzien van een nieuwe chip en opnieuw gevuld met inkt.
2.7.
Digital Revolution biedt onder meer de volgende types remanufactured cartridges aan:
- 912XL:
- 957XL:
- 953XL:
- 963
XL (smalle variant):
- 963
XL (brede variant):
Proefaankopen HP cartridges
2.8.
Op 11 oktober 2024 heeft een gerechtsdeurwaarder in opdracht van HP testaankopen via de webshop van Digital Revolution gedaan. Daarbij zijn de types 963XL, 957XL, 953XL en 912XL remanufactured cartridges besteld.
2.9.
In het proces-verbaal van de testaankopen van 11 oktober 2024 heeft de deurwaarder vermeld dat na het verwijderen van de door Digital Revolution aangebrachte labels van “[bedrijfsnaam]” de originele HP-labels en/of QR-codes op de bestelde remanufactured cartridges zijn aangetroffen. Op basis van de codes op de originele HP-labels en/of de QR-codes heeft HP geconstateerd dat de cartridges uit de testaankopen voor het eerst buiten de Europese Unie op de markt zijn gebracht, waarna HP onderhavige procedure aanhangig heeft gemaakt.
2.10.
HP heeft tegelijkertijd met het uitbrengen van de dagvaarding in deze zaak een onthoudingsverklaring aan Digital Revolution toegestuurd. Digital Revolution heeft geen onthoudingsverklaring ondertekend.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
HP vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. een inbreukverbod op de Modellen in de Europese Unie onder verbeurte van een dwangsom van € 15.000,- voor iedere overtreding van het verbod, dan wel € 5.000,- per product dat Digital Revolution verhandelt in strijd met het verbod en een aanvullende dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;
II. een verbod om de hiervoor in 2.4. genoemde nummers en/of codes te (laten) verwijderen dan wel onleesbaar te (laten) maken, alsmede een verbod om producten zonder die nummers en/of codes in de Europese Unie te verhandelen en/of daartoe in voorraad te hebben, onder verbeurte van een dwangsom van € 15.000,- voor iedere overtreding van het verbod, dan wel € 5.000,- per product dat Digital Revolution verhandelt in strijd met het verbod en een aanvullende dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;
III. Digital Revolution te bevelen om opgave te doen van de herkomst en distributiekanalen van de inbreukmakende producten en rekening en verantwoording af te leggen, door het verstrekken van informatie over:
a) de producenten, distributeurs en leveranciers van de inbreukmakende producten met per partij de aantallen inbreukmakende producten die Digital Revolution heeft ingekocht, geleverd gekregen, verwerkt, verkocht en/of heeft ingevoerd;
b) de afnemers van de inbreukmakende producten met per afnemer de aantallen inbreukmakende producten die door Digital Revolution zijn verkocht, geleverd, uitgevoerd en/of daartoe in voorraad zijn gehouden;
c) alle andere bij de inbreuk betrokken en Digital Revolution bekende rechtspersonen en/of natuurlijk personen;
d) de bij Digital Revolution nog aanwezige voorraad inbreukmakende producten, onder vermelding van de locatie waar deze zich bevindt;
e) de met de inbreuk behaalde omzet en gerealiseerde winst, onder overlegging van daarop betrekking hebbende documenten en/of bescheiden;
onder verbeurte van een dwangsom van € 15.000,- voor iedere overtreding van het verbod, dan wel € 5.000,- per product dat Digital Revolution verhandelt in strijd met het verbod en een aanvullende dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;
IV. afgifte van de resterende voorraad, onder verbeurte van een dwangsom van € 15.000,- voor iedere overtreding van het verbod en een aanvullende dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;
V. winstafdracht of schadevergoeding, nader op te maken bij staat;
VI. een bevel om op de homepages van de aan de domeinnamen [domeinnamen] gekoppelde websites een kennisgeving van het vonnis te plaatsen, op straffe van een dwangsom van € 15.000,- voor iedere overtreding van het bevel, dan wel € 5.000,- voor iedere dag dat het bevel niet tijdig, volledig of correct wordt nagekomen;
VII. een recall op straffe van een dwangsom van € 15.000,- voor iedere overtreding van het bevel, dan wel € 5.000,- voor iedere dag dat het bevel niet tijdig, volledig of correct wordt nagekomen;
VIII. afgifte van de geretourneerde cartridges, onder verbeurte van een dwangsom van € 15.000,- voor iedere overtreding van het verbod, dan wel € 5.000,- per product dat Digital Revolution verhandelt in strijd met het verbod en een aanvullende dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;
IX. een proceskostenveroordeling in de zin van artikel 1019h Rv [1] , te vermeerderen met de wettelijke rente;
X. een verbod om inbreuk op de Modellen in de Europese Unie uit te lokken, onder verbeurte van een dwangsom van € 15.000,- voor iedere overtreding van het verbod, dan wel € 5.000,- per product dat in strijd met het verbod wordt verhandeld en een aanvullende dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;
XI. een verbod om deel te nemen aan de inbreuk in de Europese Unie door de aan Digital Revolution gelieerde entiteiten, dan wel die inbreuk in de Europese Unie uit te lokken, te faciliteren en/of daarvan willens en wetens te profiteren en een gebod om Digital Revolution die gelieerde entiteiten te instrueren geen inbreuk te maken op de Modellen in de Europese Unie, onder verbeurte van een dwangsom van € 15.000,- voor iedere overtreding van het verbod, dan wel € 5.000,- per product dat in strijd met het verbod wordt verhandeld en een aanvullende dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;
3.2.
HP legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat zij op grond van artikel 19 UModVo Pro [2] het exclusieve recht heeft om de Modellen te gebruiken en om derden aan wie zij geen toestemming heeft gegeven te beletten de Modellen te gebruiken. Digital Revolution biedt zowel binnen als buiten Nederland remanufactured cartridges aan, brengt deze in de handel, voert deze in en uit en houdt deze daartoe in voorraad. In deze remanufactured cartridges zijn de Modellen van HP verwerkt en HP heeft geen toestemming gegeven deze cartridges binnen de Europese Unie te verhandelen. Digital Revolution maakt daarmee inbreuk op de Modellen, op grond waarvan een inbreukverbod voor de gehele Europese Unie moet worden opgelegd. Daarnaast handelt Digital Revolution onrechtmatig doordat zij de aan haar gelieerde entiteiten aanzet tot modelinbreuk, dan wel die inbreuk bewust uitlokt, faciliteert en/of willens en wetens daarvan profiteert.
3.3.
Digital Revolution voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van HP dan wel tot afwijzing van de vorderingen van HP, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van HP in de kosten van de procedure op grond van artikel 1019 Rv Pro, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.4.
Op de stellingen van partijen in de hoofdzaak in conventie wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
Digital Revolution vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, nietigverklaring van de Modellen onder veroordeling van HP in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.6.
Digital Revolution legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat de vormgeving van de Modellen volledig bepaald wordt door de technische functie van de cartridge in de zin van artikel 8 lid 1 UModVo Pro. Daarnaast zijn de cartridges onderdeel van een samengesteld voortbrengsel in de zin van artikel 4 lid 2 UModVo Pro, die bij normaal gebruik – zoals omschreven in artikel 4 lid 3 UModVo Pro – door de eindgebruiker niet zichtbaar zijn. Dat brengt met zich mee dat de Modellen op grond van artikel 4 lid 2 UModVo Pro niet nieuw kunnen zijn en geen eigen karakter kunnen hebben. Los van het voorgaande ontbreekt het elk van de Modellen aan eigen karakter, nu de ontwerpvrijheid voor de vormgeving van de cartridge te beperkt is om te kunnen spreken van een eigen karakter. Bovendien wekken de negen verschillende 422-Modellen, waaronder de drie 422-Modellen die onderwerp zijn van deze procedure, dezelfde algemene indruk bij de geïnformeerde gebruiker, zodat in het bijzonder bij deze Modellen geen sprake is van een eigen karakter. Tot slot geldt specifiek ten aanzien van de 298-Modellen dat deze niet nieuw zijn in de zin van artikel 5 UModVo Pro, omdat deze slechts in onbelangrijke details verschillen van de 422-Modellen. Een en ander brengt met zich mee dat de Modellen op grond van artikel 25 lid 1 sub b UModVo Pro nietig moeten worden verklaard.
3.7.
HP voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Digital Revolution dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Digital Revolution, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Digital Revolution in de kosten van de procedure op grond van artikel 1019 Rv Pro.
3.8.
Op de standpunten van partijen in de hoofdzaak in reconventie wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid in conventie en in reconventie
4.1.
HP grondt haar vorderingen op (inbreuk op) haar Modellen. In reconventie grondt Digital Revolution haar vorderingen op (nietigheid van) de Modellen. De rechtbank is (internationaal en relatief) bevoegd van deze vorderingen kennis te nemen op grond van artikel 80 lid 1 in Pro verbinding met artikel 81 aanhef Pro en onder a en d, artikel 82 lid 1 UModVo Pro en artikel 3 van Pro de Uitvoeringswet EG-Verordening betreffende Gemeenschapsmodellen, nu Digital Revolution haar vestigingsplaats heeft in Nederland. Ingevolge artikel 83 lid 1 UModVo Pro strekt de bevoegdheid van de rechtbank zich uit tot het grondgebied van alle lidstaten van de Europese Unie.
Verder in conventie en in reconventie
4.2.
De kern van het geschil is of HP op grond van haar modelrecht het gebruik van de Modellen door Digital Revolution kan ontzeggen. De rechtbank zal eerst ingaan op de stellingen van Digital Revolution dat de Modellen nietig zijn, zoals ten grondslag gelegd aan haar vorderingen in reconventie en haar verweer in conventie. De toewijsbaarheid van de vorderingen in conventie hangt namelijk af van de vraag of de Modellen geldig zijn.
Geldigheid van de Modellen
Beoordelingskader
4.3.
Een Uniemodel wordt op grond van artikel 4 lid 1 UModVo Pro beschermd indien en voor zover het
nieuwis en een
eigen karakterheeft. Een ingeschreven Uniemodel wordt, gelet op artikel 5 lid 1 aanhef Pro en onder b UModVo, als nieuw beschouwd indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóór, voor zover hier van belang, de datum van depot. Het publiek bestaat uit ingewijden in de betrokken sector die in de Europese Unie werkzaam zijn. Op grond van artikel 6 lid 1 aanhef Pro en onder b UModVo wordt een ingeschreven Uniemodel geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die vóór de eerdergenoemde datum voor het publiek beschikbaar zijn gesteld (het vormgevingserfgoed). Daarbij moet het eigen karakter van het model niet worden beoordeeld aan de hand van een combinatie van afzonderlijke kenmerken van meerdere oudere modellen, maar aan de hand van één of meer individueel beschouwde oudere modellen. [3] Voor modelbescherming is, naast dat het model nieuw is en een eigen karakter heeft, niet vereist dat wordt aangetoond dat het model het resultaat is van een minimum aan creatieve activiteit. [4]
4.4.
In geval van onderdelen van een samengesteld voortbrengsel geldt een additionele toets ten aanzien van de nieuwheid en het eigen karakter. Een samengesteld voortbrengsel is een voortbrengsel dat bestaat uit meerdere onderdelen die vervangen kunnen worden, zodat het voortbrengsel uit elkaar en weer in elkaar gezet kan worden (artikel 3 lid 3 UModVo Pro). Het begrip ‘onderdeel van een samengesteld voortbrengsel’ heeft betrekking op de vele bestanddelen die zijn bestemd om tot een samengesteld, op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp te worden samengevoegd en die kunnen worden vervangen zodat een dergelijk voorwerp uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet kan worden, waarbij zonder die bestanddelen geen normaal gebruik van het samengestelde voortbrengsel mogelijk zou zijn. [5] Artikel 4 lid 2 UModVo Pro bepaalt dat een model dat is toegepast op of verwerkt in een voortbrengsel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt, slechts geacht wordt nieuw te zijn en een eigen karakter te hebben, voor zover (a) het onderdeel, wanneer het in het samengestelde voortbrengsel is verwerkt, zichtbaar blijft bij normaal gebruik van dat voortbrengsel en (b) de zichtbare kenmerken van het onderdeel als zodanig aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter voldoen. Het normaal gebruik moet worden beoordeeld uit het oogpunt van de eindgebruiker en uit dat van een externe waarnemer, met dien verstande dat dit normale gebruik de handelingen moet omvatten die worden verricht bij het hoofdgebruik van een samengesteld voortbrengsel alsmede de handelingen die gewoonlijk door de eindgebruiker in het kader van een dergelijk gebruik moeten worden verricht, met uitzondering van onderhoud, service en reparatie (artikel 4 lid 3 UModVo Pro). In het
Monz/Büchel-arrest is bepaald dat ‘normaal gebruik’ ruim moet worden uitgelegd en dat het ook de handelingen omvat die worden verricht voor of nadat het voortbrengsel de hoofdfunctie vervult. [6]
4.5.
Van modelrechtbescherming zijn uitgesloten voortbrengselen waarvan de uiterlijke kenmerken uitsluitend door de technische functie worden bepaald, de zogeheten ‘techniekexceptie’ (artikel 8 lid 1 UModVo Pro). De techniekexceptie is van toepassing wanneer andere overwegingen dan de noodzaak dat het voortbrengsel zijn technische functie vervult, met name overwegingen met betrekking tot het visuele aspect van het voortbrengsel, geen rol hebben gespeeld bij de keuze van die kenmerken, ook al zijn er andere modellen waarmee dezelfde functie kan worden vervuld. [7] Het Europees Hof van Justitie (hierna: HvJEU) heeft in het
Doceram-arrest overwogen dat art. 8 lid 1 UModVo Pro aldus moet worden uitgelegd dat de bescherming van de Uniemodellenverordening krachtens deze bepaling niet geldt wanneer de noodzaak om aan een bepaalde technische functie van het betrokken voortbrengsel te voldoen, de enige factor is waarom de ontwerper voor een bepaald uiterlijk kenmerk van dat voortbrengsel heeft gekozen en andere overwegingen, met name met betrekking tot het visuele aspect van het voortbrengsel, geen rol hebben gespeeld bij de keuze voor dat kenmerk. Voor de beoordeling of uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel uitsluitend door de technische functie van dat voortbrengsel worden bepaald, moet derhalve worden nagegaan of die functie de enige factor is die bepalend was voor die kenmerken; in dit verband is niet doorslaggevend of er alternatieve modellen zijn. Bij deze beoordeling dient de nationale rechter rekening te houden met alle relevante objectieve omstandigheden van het specifieke geval. [8]
4.6.
De rechtbank zal in het kader van de beoordeling van de geldigheid van de Modellen achtereenvolgens ingaan op de vraag of (i) de Modellen onderdeel zijn van een samengesteld voortbrengsel en zichtbaar zijn bij normaal gebruik, of (ii) de vormgeving van de Modellen volledig technisch bepaald is en of (iii) de Modellen nieuw zijn en een eigen karakter hebben.
(i)
Onderdeel van een samengesteld voortbrengsel en zichtbaar bij normaal gebruik?
4.7.
Digital Revolution stelt zich op het standpunt dat de Modellen zijn verwerkt in voortbrengselen, te weten cartridges, die onderdeel zijn van een samengesteld voortbrengsel, namelijk een printer. Zonder cartridges kan een printer immers niet normaal worden gebruikt; een printer werkt niet zonder inktvulling. Bij normaal gebruik van de printer is een cartridge niet zichtbaar, en indien dat bij onderhoud, service of reparatie wel het geval is, kwalificeert dergelijk gebruik niet als normaal gebruik in de zin van artikel 4 lid 3 UModVo Pro. Hierdoor is niet voldaan aan het zichtbaarheidsvereiste van artikel 4 lid 2 UModVo Pro, aldus steeds Digital Revolution. HP heeft dit gemotiveerd betwist door naar voren te brengen dat (i) cartridges geen onderdeel zijn van een samengesteld voortbrengsel zodat artikel 4 lid 2 UModVo Pro niet van toepassing is en (ii) als cartridges wel als onderdeel van een samengesteld voortbrengsel moeten worden beschouwd, wordt voldaan aan het zichtbaarheidsvereiste.
4.8.
De rechtbank kan het antwoord op de vraag of een cartridge moet worden aangemerkt als een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel in het midden laten. Immers, voor het geval een cartridge als zodanig zou moeten worden beschouwd, zijn cartridges zichtbaar bij normaal gebruik, zodat voldaan is aan het zichtbaarheidsvereiste van artikel 4 lid 2 UModVo Pro. De rechtbank licht dit als volgt toe.
4.9.
Zoals hiervoor onder 4.4. is overwogen gaat het bij normaal gebruik niet alleen om de handelingen die worden verricht bij het hoofdgebruik van een samengesteld voortbrengsel, maar ook om de handelingen die gewoonlijk door de eindgebruiker worden verricht in het kader van dergelijk verbruik, met uitzondering van onderhoud, service en reparatie. [9]
4.10.
In het geval van een printer is het hoofdgebruik printen. Het plaatsen en vervangen van cartridges zijn handelingen die in het kader van het hoofdgebruik worden verricht. De eindgebruiker zal immers een cartridge moeten plaatsen, en op den duur vervangen, om te kunnen printen. Bij het uitvoeren van deze handelingen is de cartridge zichtbaar voor de eindgebruiker: deze zal de cartridge immers uit de verpakking moeten halen om vervolgens in de printer te plaatsen. Daarmee voldoet een cartridge – er veronderstellenderwijs van uitgaande dat het een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt – aan het zichtbaarheidsvereiste in de zin van artikel 4 lid 2 UModVo Pro. Hier doet niet aan af dat een cartridge na het plaatsen en vervangen niet zichtbaar is, omdat het betreffende gedeelte van de printer bijvoorbeeld wordt afgesloten met een klep. Niet vereist is namelijk dat een in een samengesteld voortbrengsel verwerkt onderdeel te allen tijde in het geheel zichtbaar blijft wanneer het samengestelde voortbrengsel wordt gebruikt. [10] Ook valt het plaatsen en vervangen van een cartridge naar het oordeel van de rechtbank niet onder de reparatieclausule in de zin van artikel 4 lid 3 UModVo Pro. Die uitzonderingsgrond moet namelijk restrictief worden uitgelegd. [11] Het plaatsen en vervangen van een cartridge valt hier niet onder, nu dit handelingen zijn die de eindgebruiker zelf verricht en hiervoor geen specialistische kennis is vereist.
(ii)
Vormgeving uitsluitend technisch bepaald?
4.11.
Digital Revolution heeft betoogd, en door HP is onvoldoende gemotiveerd betwist, dat een groot aantal uiterlijke kenmerken van de Modellen uitsluitend technisch bepaald zijn in de zin van artikel 8 lid 1 UModVo Pro, te weten: het lipvormige-uitsteeksel, de afmetingen van de inkttank, de chip en de locatie daarvan en de gleuven aan de onderzijde van de inkttank. HP voert echter aan dat een aantal uiterlijke kenmerken van de Modellen niet uitsluitend technisch zijn bepaald, te weten:
Model 340
- de L-vormige rand van de inkttank met afgeronde hoek aan de voor-/bovenzijde;
De 422-Modellen
- de afgeronde hoek aan de voor-/bovenzijde;
- de vormgeving, positionering en het aantal van de drie uitstekende randen (‘
protruding edges’) boven en onder het
thumbpad;
- de positionering en vormgeving van het
thumbpad;
De 298-Modellen
- de afgeronde hoek aan de voor-/bovenzijde;
- het
thumbpaddat bestaat uit een wafelijzerpatroon.
4.12.
In het hiernavolgende zullen bovengenoemde kenmerken zoveel mogelijk gegroepeerd worden behandeld.
a.
de afgeronde hoek(‘
radiused edge’)
aan de voor-/bovenzijde van de cartridge
4.13.
HP heeft aangevoerd dat de afgeronde hoek aan de voor-/bovenzijde van de Modellen een esthetische keuze betreft die is gemaakt om het uiterlijk van de cartridge te verbeteren. De afgeronde hoek geeft volgens HP een strakke en luxe uitstraling aan haar cartridges, waarmee de producten van HP zich onderscheiden van andere cartridges die op de markt beschikbaar zijn. Digital Revolution heeft aangevoerd dat de afgeronde hoeken slechts een klein detail betreffen dat door de gemiddelde gebruiker niet wordt opgemerkt.
4.14.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft Digital Revolution het standpunt van HP dat de keuze voor de afgeronde hoek is ingegeven door visuele en esthetische overwegingen onvoldoende weersproken. Dat HP met betrekking tot dit kenmerk bij Model 340 een esthetische keuze heeft gemaakt blijkt uit de door HP in het geding gebrachte verklaring van ontwerper [naam 1]. Daarin heeft de ontwerper onder meer verklaard: [12]
11. When creating the REUD ‘340, we chose to implement an L-shaped lid to set the cartridge design apart from other cartridges on the market and to achieve the mentioned smooth and clean appearance.(…)’. Verder heeft de ontwerper verklaard:
‘13. We chose this design element to further accentuate the smoothness and continuity of the surface and provide for a soft appearance, in particular of the back of the cartridge, which remains visible to the customer when the cartridge is installed in the printer. The smoothness is further established by the round edges on the sides of the L-shaped lid. The round corner at the top back contrasts with the other three corners that are straight. The continuous surface of the lid extends along the back and the top of the cartridge which are, as mentioned, the parts that are most visible to users.’
4.15.
Verder heeft HP verwezen naar een in het geding gebrachte verklaring van ontwerper [naam 2] ten aanzien van de 422-Modellen. De ontwerper heeft daarin namelijk verklaard:
‘11. This radiused edge is purely a design choice. We could have chosen any relatively sizable radius for the corners of the back of the cartridge or simply use a sharp corner. We chose the specific radius for (a visual perception of) a smooth and sleek appearance, ensuring continuity of the HP look and feel compared to earlier HP designs. The corner radius was particularly intended to provide a soft appearance as opposed to a ‘harsh’ look of sharp corners, particularly on the customer viewable surfaces while installed. The combination of the radiused corner edge with the curve of the thumb pad contributes to this smooth and soft appearance.’
4.16.
Gelet op voornoemde verklaringen moet de ontwerpkeuze die door HP ten aanzien van de afgeronde hoek van de Modellen zijn gemaakt, geacht worden te zijn ingegeven door de overweging om de cartridge een bepaalde visuele en esthetische waarde te geven. Hoewel de cartridge in de printer moet passen, kan deze specifieke hoek aan de voor-/bovenzijde van de cartridge op verschillende wijze worden vormgegeven (namelijk rechthoekig of afgerond), zonder dat het enige invloed heeft op de technische werking van de cartridge. De afgeronde hoek van de Modellen is daarmee (in het geheel) niet technisch bepaald – en dus ook niet uitsluitend technisch bepaald – als bedoeld in artikel 8 lid 1 UModVo Pro. Dit is door Digital Revolution overigens ook niet betoogd.
b.
drie uitstekende randen (protruding edges)
4.17.
HP heeft aangevoerd dat de vormgeving, positionering en het aantal van de drie uitstekende randen op de 422-Modellen niet uitsluitend technisch zijn bepaald. Volgens Digital Revolution vervullen de drie uitstekende randen wel een uitsluitend technische functie.
4.18.
De rechtbank overweegt als volgt. In de door HP overgelegde verklaring van ontwerper [naam 2] is ten aanzien van de drie uitstekende randen het volgende verklaard: ‘
The purpose of these three protruding edges or ribs is to enable certain manufacturing processes and to protect the back-end surface during the manufacturing process.’ Uit deze verklaring volgt aldus dat de drie uitstekende randen fungeren als beschermrand tijdens het productieproces en dus een technische functie hebben. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van HP dat deze functie ook had kunnen worden vervuld door op andere wijze vormgegeven uitstekende randen. Uit het onder 4.5 genoemde
Doceram-arrest [13] volgt immers dat bij de beoordeling of uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel uitsluitend door de technische functie van dat voortbrengsel worden bepaald moet worden nagegaan of die functie de enige factor is die bepalend was voor die kenmerken en dat niet doorslaggevend is of er alternatieve modellen zijn. Niet doorslaggevend is dus of het effect van bescherming bereikt had kunnen worden met op andere wijze vormgegeven randen. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat dit kenmerk uitsluitend technisch is bepaald.
c.
de positionering en vormgeving van het thumbpad
4.19.
Verder heeft HP ten aanzien van het
thumbpadvan de 422- en 298-Modellen aangevoerd dat de positionering daarvan en daarop aangebrachte patronen (het ribbelpatroon voor de 422-Modellen en het wafelijzerpatroon voor de 298-Modellen) niet uitsluitend technisch zijn bepaald. De ontwerpvrijheid van de ontwerpers is volgens HP gelegen in de omstandigheid dat er bij de positionering van het
thumbpaden daarop aan te brengen patronen vele variaties mogelijk zijn. Digital Revolution heeft dit weersproken en voert aan dat zowel de positionering als de vormgeving van het
thumbpadtechnisch is bepaald, omdat er sprake moet zijn van grip en omdat het
thumbpadop een plek moet zitten die praktisch is bij het plaatsen en verwijderen van de cartridge, zodat er niet veel andere opties overblijven dan deze positionering.
4.20.
De rechtbank oordeelt als volgt. Uit de door HP overgelegde verklaring van ontwerper [naam 2] ten aanzien van de 422-Modellen is met betrekking tot de positionering van het
thumbpadhet volgende vermeld:
‘(…) need to allow for comfortable use of the cartridge by the use, i.e. provide for a comfortable feel and comfort of the grip surface when the user installs the cartridge in the printer.’ Daaruit volgt dus dat het doel van het
thumbpadis om grip te creëren bij het plaatsen van de cartridge in de printer. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van HP dat er met betrekking tot de positionering van het
thumbpadvele variaties mogelijk waren. Gelet op de functie van het kunnen uitoefenen van grip zijn de mogelijkheden om het
thumbpadelders op de cartridge te positioneren beperkt, zodat de positionering technisch is bepaald. Daarnaast gaat de rechtbank op grond van het bepaalde in het
Doceram-arrest voorbij aan het standpunt dat de functie van grip had kunnen worden bereikt door een ander patroon dan het ribbel- of wafelpatroon. Immers, niet doorslaggevend is of het effect van grip bereikt had kunnen worden met een op andere wijze vormgegeven ribbel- of rasterpatroon, waarvoor volgens HP vele mogelijke varianten zouden bestaan. Dit brengt mee dat de door HP genoemde kenmerken met betrekking tot het
thumbpaduitsluitend technisch zijn bepaald.
Niet alle kenmerken zijn uitsluitend technisch bepaald
4.21.
Uit het voorgaande volgt dat de afgeronde hoek van de Modellen niet uitsluitend door de technische functie is bepaald als bedoeld in artikel 8 lid 1 UModVo Pro. Het door het Gerechtshof Den Haag in het arrest van 21 april 2020 [14] geformuleerde uitgangspunt inhoudende dat het niet aannemelijk is dat een consument zich bij de aankoopbeslissing van een cartridge zal laten leiden door vormgevingsaspecten, kan daarmee – anders dan door Digital Revolution is betoogd – niet onverkort worden toegepast op onderhavige zaak. Dit uitgangspunt is namelijk door het hof geformuleerd in het kader van de vraag of een kenmerk ‘uitsluitend’ technisch is bepaald, nadat het hof in die zaak had vastgesteld dat alle kenmerken van de desbetreffende modellen technisch bepaald waren. In het onderhavige geval zijn de afgeronde hoeken niet technisch bepaald, zodat aan dit uitgangspunt niet wordt niet toegekomen.
4.22.
De overige kenmerken van de Modellen waar HP een beroep op heeft gedaan zijn wel uitsluitend bepaald door de technische functie ervan, zodat deze niet bijdragen aan het eigen karakter van de Modellen en deze voor de beoordeling hiervan dienen te worden weggedacht.
(iii)
Nieuw en eigen karakter?
4.23.
De rechtbank komt vervolgens toe aan de vraag of de Modellen nieuw zijn en een eigen karakter hebben. Zoals onder 4.3. is overwogen is een model nieuw indien geen identiek (slechts in onbelangrijke details verschillend model) eerder voor het publiek beschikbaar is gesteld vóór de datum van depot of van voorrang. Het eigen karakter dient te worden beoordeeld op basis van een vergelijking tussen het relevante model en individueel beschouwde oudere modellen (het vormgevingserfgoed). Niet vereist is dat het model ook het resultaat moet zijn van een minimum aan creatieve activiteit. [15]
4.24.
Verder is in het geval van meervoudige registraties (zoals de 422-Modellen en de 298-Modellen) niet vereist dat deze registraties ten opzichte van elkaar moeten voldoen aan het vereiste van nieuwheid en eigen karakter. Een meervoudig depot geldt als één aanvraag met één moment van indiening (artikel 37 lid 1 UModVo Pro). De modellen die onderdeel uitmaken van de meervoudige registratie moeten worden beoordeeld op nieuwheid en eigen karakter ten opzichte van modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld voor de datum van indiening van de aanvraag en niet ten opzichte van de modellen die bij dezelfde aanvraag op dezelfde datum zijn ingediend.
4.25.
Zoals hiervoor is overwogen is enkel de afgeronde hoek van de Modellen niet uitsluitend technisch bepaald. De rechtbank gaat met betrekking tot de beoordeling van de nieuwheid en het eigen karakter van de Modellen daarom alleen uit van dit uiterlijke kenmerk.
Model 340 en de 422-Modellen
4.26.
Digital Revolution heeft ten aanzien van het Model 340 en de 422-Modellen geen beroep gedaan op een vormgevingserfgoed. Dit brengt mee dat de nieuwheid en het eigen karakter van het Model 340 en de 422-Modellen als onvoldoende gemotiveerd weersproken wordt aangenomen. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van Digital Revolution dat de 422-Modellen ten opzichte van elkaar niet voldoen aan het vereiste van nieuwheid en eigen karakter. Zoals onder 4.24. is overwogen is dit in het geval van meervoudige registraties niet vereist.
De 298-Modellen
4.27.
Ten aanzien van de 298-Modellen geldt dat Digital Revolution wel een beroep heeft gedaan op een vormgevingserfgoed, namelijk de 422-Modellen. Zoals hiervoor reeds is vastgesteld beschikken de 422-Modellen, net als de 298-Modellen, over de afgeronde hoek. Dit brengt mee dat de 298-Modellen voor wat betreft de door het modelrecht beschermde uiterlijke kenmerken (de afgeronde hoek) bij de geïnformeerde gebruiker eenzelfde indruk wekken als de 422-Modellen. Dit betekent dat de 298-Modellen nietig zijn.
Conclusie geldigheid Modellen
4.28.
De conclusie is dat de modelrechten van HP ten aanzien van Model 340 en de 422-Modellen geldig worden geacht. De modelrechten van HP ten aanzien van de 298-Modellen zijn nietig. De rechtbank zal derhalve de 298-Modellen nietig verklaren op grond artikel 86 lid 1 onder Pro a UModVo in verbinding met artikel 25 lid 1 sub b UModVo Pro. De nietigverklaring zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, nu haar aard zich daartegen verzet. [16]
Inbreuk Modellen
4.29.
Nu de rechtbank heeft aangenomen dat Model 340 en de 422-Modellen geldig zijn, moet worden beoordeeld of Digital Revolution inbreuk maakt op die modelrechten.
Op grond van artikel 10 lid 1 UModVo Pro is dat het geval indien wordt geoordeeld dat de door Digital Revolution verhandelde cartridges bij de geïnformeerde gebruiker geen andere indruk wekken dan Model 340 en de 422-Modellen. De ‘geïnformeerde gebruiker’ ziet op een gebruiker die niet slechts gemiddeld, maar in hoge mate aandachtig is. Deze gebruiker is gepositioneerd tussen de – op het gebied van het merkenrecht gehanteerde – gemiddelde consument, van wie geen enkele specifieke kennis wordt verwacht en die de strijdige merken in de regel niet rechtstreeks vergelijkt, en de vakman met grondige technische deskundigheid. Het betreft de gebruiker die, zonder een ontwerper of een technisch deskundige te zijn, de in de betrokken sector bestaande verschillende modellen kent, een zekere kennis bezit met betrekking tot de elementen die deze modellen over het algemeen bevatten, en door zijn belangstelling voor de betrokken voortbrengselen blijk geeft van een vrij hoog aandachtsniveau bij gebruik ervan. Voor de door de bril van de geïnformeerde gebruiker uit te voeren beoordeling geldt voorts dat deze het model en het gewraakte gebruiksvoorwerp in de regel naast elkaar zal zien en dus een concrete vergelijking zal kunnen maken. Dit laatste gaat echter niet zo ver dat sprake is van een minutieuze vergelijking. De vergelijking zal zich beperken tot die uiterlijke eigenschappen/kenmerken (voor zover kenbaar uit de modelregistratie) die bijdragen aan de totaal indruk van het model bij deze geïnformeerde gebruiker en duidelijk zichtbaar zijn en strekt zich niet uit tot minieme verschillen. [17]
4.30.
Ten behoeve van de benodigde vergelijking worden hieronder de relevante afbeeldingen van de Modellen afgebeeld met daarnaast de door Digital Revolution verhandelde producten:
Model 340
Cartridge type 912XL
Model 422-1
Cartridge type 953XL
Model 422-4 en 422-5
Cartridge type 957XL
4.31.
De rechtbank stelt aan de hand van de hierboven weergegeven afbeeldingen vast dat de door Digital Revolution verhandelde cartridges 912XL, 953XL en 957XL identiek zijn aan Model 340 en de 422-Modellen. Gelet op de gemotiveerde betwisting door HP heeft Digital Revolution haar standpunt dat de door haar verhandelde cartridges niet identiek zijn aan Model 340 en de 422-Modellen onvoldoende onderbouwd. Nu sprake is van identieke modellen wekken de door Digital Revolution verhandelde cartridges 912XL, 953XL en 957XL bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk dan Model 340 en de 422-Modellen.
4.32.
De conclusie is dat Digital Revolution met het aanbieden en de verhandeling van de cartridges type 912XL, 953XL en 957XL inbreuk maakt op de modelrechten van HP ten aanzien van Model 340 en de 422-Modellen.
Uitputting
4.33.
De rechtbank komt vervolgens toe aan de beoordeling van het uitputtingsverweer van Digital Revolution. Volgens Digital Revolution kan HP zich niet kan verzetten tegen het gebruik van de Modellen, omdat de producten die Digital Revolution ter verkoop heeft aangeboden producten betreffen waarop de modelrechten van HP zijn uitgeput in de zin van artikel 21 UModVo Pro. Verder heeft Digital Revolution betoogd dat er, in afwijking van de hoofdregel, aanleiding is om HP te belasten met het bewijs dat de door Digital Revolution te koop aangeboden/verkochte producten zijn uitgeput. HP heeft betwist dat er sprake is van uitputting en dat er aanleiding bestaat de bewijslast om te keren.
4.34.
De rechtbank overweegt als volgt. De stelling van Digital Revolution dat de modelrechten van HP zijn uitgeput is een bevrijdend verweer. Volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro rusten de stelplicht en de bewijslast ter zake op Digital Revolution. Het HvJEU heeft in het arrest
Van Doren/Lifestyle [18] geoordeeld dat een dergelijke bewijsregel in overeenstemming is met het Europese (merken)recht. Het oordeelde verder dat de vereisten van de bescherming van het vrije verkeer van goederen echter tot een wijziging van deze bewijsregel kunnen nopen. Het HvJEU heeft daarom een bijzondere bewijsregel geformuleerd: wanneer de derde erin slaagt aan te tonen dat er een reëel gevaar bestaat dat nationale markten worden afgeschermd wanneer hij de voorwaarden voor deze uitputting zelf moet bewijzen, met name wanneer de merkhouder zijn waren binnen de EER in de handel brengt door middel van een exclusief distributiesysteem, moet de merkhouder aantonen dat de waren aanvankelijk door hemzelf of met zijn toestemming buiten de EER in de handel zijn gebracht. Indien de merkhouder dat bewijs levert, is het aan de derde om aan te tonen dat de merkhouder met het daarna in de handel brengen binnen de EER heeft ingestemd. [19] Dit geldt in gelijke zin voor een modelrechtelijk uitputtingsverweer.
4.35.
In het
HP/Senetic-arrest heeft het HvJEU voornoemde rechtspraak verder geconcretiseerd door te oordelen dat een omkering van de bewijslast aangewezen is in de omstandigheden dat: 1) de merkhouder een selectief distributienetwerk exploiteert, 2) in het kader waarvan de van de betreffende merken voorziene waren geen etiketten dragen aan de hand waarvan derden de doelmarkt kunnen identificeren, 3) de merkhouder weigert deze informatie aan derden mee te delen en 4) de leveranciers van de wegens (vermeende) merkinbreuk aangesproken handelaar niet geneigd zijn om hun eigen bevoorradingsbronnen te onthullen.
4.36.
Digital Revolution heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat de stelplicht en bewijslast met betrekking tot de uitputting in dit geval op HP rusten naar voren gebracht dat sprake is van een situatie als bedoeld in het
HP/Senetic-arrest. Volgens Digital Revolution, doen zich in het onderhavige geval dezelfde omstandigheden voor als in dat arrest aan de orde. HP heeft weersproken dat sprake is van een situatie als bedoeld in het
HP/Senetic-arrest. HP voert daartoe aan dat aan de hand van de op de producten aangebrachte codes kan worden achterhaald welke doelmarkt het specifieke product heeft. Daarnaast is volgens HP geen sprake van het weigeren van delen van informatie, omdat Digital Revolution geen informatieverzoek aan haar heeft gericht.
4.37.
Digital Revolution heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij geen informatieverzoek(en) aan HP heeft gericht, omdat deze informatie volgens haar niet door HP zou zijn verstrekt. Daarmee staat vast dat Digital Revolution met betrekking tot de door haar verhandelde cartridges geen informatie aan HP heeft gevraagd over de doelmarkt van die producten. HP heeft zich bovendien tijdens de mondelinge behandeling bereid verklaard om informatie over de doelmarkt van specifieke producten met (derden als) Digital Revolution te delen. Van het weigeren van het delen van informatie door HP is daarom geen sprake.
4.38.
Gelet op het voorgaande doen zich in de onderhavige situatie niet dezelfde omstandigheden voor als in het
HP/Senetic-arrest aan de orde. Digital Revolution heeft voor het overige geen omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat er een reëel gevaar bestaat dat nationale markten worden afgeschermd wanneer zij de voorwaarden voor deze uitputting zelf moet bewijzen. Gelet daarop is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor omkering van de bewijslast.
Uitputting niet aangetoond
4.39.
De rechtbank is van oordeel dat Digital Revolution niet is geslaagd in het bewijs van uitputting. Door Digital Revolution zijn geen concrete stellingen ingenomen waaruit blijkt dat de producten die zij heeft aangeboden zijn uitgeput.
Conclusie modelinbreuk
4.40.
De conclusie uit het voorgaande luidt dat Digital Revolution geen succesvol beroep toekomt op de uitputtingsregel zoals neergelegd in artikel 21 UModVo Pro. Daarmee staat vast dat Digital Revolution inbreuk heeft gemaakt op de modelrechten van HP door Model 340 en de 422-Modellen.
De vorderingen van HP
Inbreukverbod (I.)
4.41.
Gelet op de vastgestelde inbreuk zal de rechtbank het onder I. gevorderde verbod toewijzen als hierna onder de beslissing weergegeven. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van Digital Revolution dat het verbod moet worden beperkt tot producten die zij heeft ingekocht bij derden, en die dus niet onder haar controle zijn geremanufactured. Digital Revolution is immers verantwoordelijk voor alle cartridges die zij verkoopt, ongeacht of zij die zelf heeft geremanufactured of heeft ingekocht bij een derde. De rechtbank gaat eveneens voorbij aan het verweer van Digital Revolution dat het verbod zou moeten worden beperkt tot Nederland, omdat zij buiten Nederland geen producten verkoopt en/of aanbiedt. Daargelaten of Digital Revolution buiten Nederland activiteiten ontwikkelt is dit voor het opleggen van een inbreukverbod niet vereist. Voor het modelrecht geldt geen gebruiksverplichting.
Verbod om verwijderen productcodes, QR-codes en HP labels (II.)
4.42.
HP heeft onder II. gevorderd om Digital Revolution te verbieden om de productcodes zoals beschreven onder 2.4. te verwijderen, dan wel onleesbaar te maken, alsmede Digital Revolution te verbieden producten zonder die productcodes te verhandelen en/of in voorraad te hebben. De rechtbank zal deze vordering afwijzen. HP heeft gelet op de gemotiveerde betwisting van Digital Revolution onvoldoende onderbouwd dat de betreffende productcodes door Digital Revolution zijn verwijderd en/of onleesbaar zijn gemaakt of dat sprake is van een reële dreiging daartoe. Onder deze omstandigheden is geen aanleiding voor oplegging van een verbodsvordering.
Opgave en rekening en verantwoording (III.)
4.43.
HP heeft onder III. gevorderd om Digital Revolution te bevelen rekening en verantwoording af te leggen door schriftelijke opgave te verstrekken van – kort gezegd – a) alle producenten, distributeurs en leveranciers van de inbreukmakende cartridges, b) de professionele afnemers, waaronder eventuele wederverkopers, van de inbreukmakende cartridges, c) alle andere bij de inbreuk op de Uniemodellen betrokken en bij gedaagde bekende rechtspersonen en natuurlijke personen, d) de bij gedaagde nog aanwezige voorraad van de inbreukmakende cartridges en e) de met de inbreuk behaalde omzet alsmede winst.
4.44.
De door HP gevorderde verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording komt voor toewijzing in aanmerking. HP heeft daar voldoende belang bij omdat deze vordering dient om de omvang van de inbreuk en de schade te begroten. Hoewel Digital Revolution heeft aangevoerd dat de inbreukmakende cartridges afkomstig zijn van slechts één producent en dat HP al bekend is met de identiteit van deze partij, ontslaat dit Digital Revolution niet van haar verplichting om opgave te doen en staat dit dus niet in de weg aan toewijzing van de opgave zoals gevorderd onder a).
4.45.
De rechtbank overweegt verder dat de door HP gevorderde opgave onder b) is beperkt tot professionele afnemers. Hierin ligt al besloten dat hiermee geen eindgebruikers worden bedoeld, zodat de rechtbank voorbij gaat aan het verweer van Digital Revolution dat HP geen belang heeft bij deze opgave. Dat geldt ook voor de opgave van winstgegevens, welke opgave kan bijdragen aan de begroting van de door HP geleden schade. De gevorderde rekening en verantwoording zal vanaf de eerste inbreuk worden toegewezen, te weten 11 oktober 2024, en worden beperkt tot de Europese Unie. Ten slotte zal de termijn om de rekening en verantwoording af te leggen op 30 dagen na betekening van het vonnis worden gesteld.
Afgifte voorraad (IV.)
4.46.
De gevorderde afgifte van de bij Digital Revolution aanwezige voorraad inbreukmakende producten, zodat HP de betreffende cartridges kan (laten) recyclen, ligt op grond van artikel 3.18 lid 1 BVIE (dat krachtens artikel 89 lid 2 UModVo Pro ook in dit geval toepassing vindt) voor toewijzing gereed. De afgifte ter recycling dient ter versterking van het inbreukverbod en is naar het oordeel van de rechtbank proportioneel. De vordering zal om die redenen worden toegewezen.
Schadevergoeding en winstafdracht (V.)
4.47.
HP heeft gevorderd dat Digital Revolution wordt veroordeeld tot vergoeding van de door HP geleden schade in de vorm van (afdracht van) de door Digital Revolution behaalde winst, dan wel schadevergoeding nader op te maken bij staat.
4.48.
De vordering van HP tot afdracht van de door haar met de verhandeling van de inbreukmakende producten genoten winst, komt slechts voor toewijzing in aanmerking als Digital Revolution te kwader trouw heeft gehandeld (artikel 89 UModVo Pro in samenhang bezien met artikel 3.17 lid 4 BVIE). Van gebruik te kwader trouw is slechts sprake in geval van moedwillig of opzettelijk gepleegde inbreuk. Dat doet zich voor indien degene wiens handelen achteraf inbreukmakend wordt geoordeeld, zich ten tijde van zijn handelen bewust is geweest van het inbreukmakend karakter daarvan. Er is geen sprake van kwade trouw als de inbreuk is bestreden met een verweer dat in redelijkheid niet als bij voorbaat kansloos kan worden aangemerkt.
4.49.
De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval niet is gebleken van kwade trouw van Digital Revolution. De rechtbank neemt hiertoe in aanmerking dat Digital Revolution onweersproken heeft aangevoerd dat de inbreukmakende cartridges bij een derde zijn ingekocht en dat deze derde kennelijk gebruik heeft gemaakt van niet-uitgeputte cartridges. De modelinbreuk is daarmee beperkt tot een beperkte hoeveelheid cartridges die niet onder haar controle zijn geremanufactured, aldus Digital Revolution. De rechtbank is van oordeel dat gelet op deze toelichting onvoldoende vast staat dat sprake is van kwade trouw aan de zijde van Digital Revolution. Wel kan de inbreuk aan Digital Revolution worden toegerekend. Digital Revolution moet dan ook de door HP als gevolg van de inbreuk geleden schade vergoeden.
4.50.
Voor het toewijzen van een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden, aannemelijk is. Nu vast is komen te staan dat Digital Revolution inbreuk heeft gemaakt op de modelrechten van HP, is die mogelijkheid voldoende aannemelijk. Door Digital Revolution is ook niet bestreden dat schade als gevolg van de modelinbreuk aannemelijk is. De rechtbank zal Digital Revolution derhalve veroordelen tot vergoeding van de door HP geleden schade, nader op te maken bij staat.
Rectificatie (VI.)
4.51.
De gevorderde rectificatie zal worden afgewezen vanwege gebrek aan voldoende belang bij deze vordering. Zoals hiervoor is overwogen heeft Digital Revolution onweersproken aangevoerd dat zij de inbreukmakende cartridges heeft ingekocht bij een derde en dat het gaat om een beperkte hoeveelheid. Omdat daarmee aannemelijk is dat de modelinbreuk beperkt is gebleven, er al enige tijd verstreken is sinds (het ontdekken van) de inbreuk (bijna anderhalf jaar), aan Digital Revolution een verbod wordt opgelegd om modelinbreuk te staken en (zoals hierna aan de orde komt) aan professionele afnemers een recall-bericht verstuurd dient te worden, heeft HP onvoldoende belang bij toewijzing van de gevorderde rectificatie.
Recall (VII.) en afgifte geretourneerde producten (VIII.)
4.52.
De gevorderde
recallzal worden toegewezen, als onder de beslissing vermeld. De gevorderde recall is beperkt tot professionele afnemers, voor zover het wederverkopers betreft. Het verweer van Digital Revolution dat zij enkel aan eindgebruikers (en dus niet aan professionele afnemers) levert wordt verworpen, nu zij dit onvoldoende heeft onderbouwd. Ook de gevorderde afgifte van de door middel van de recall aan Digital Revolution geretourneerde producten is toewijsbaar. Het aan de afnemers te versturen bericht zal worden beperkt tot de type cartridges waarvan is gebleken dat die inbreuk maken op de modelrechten van HP ten aanzien van Model 340 en de 422-Modellen (types 912XL, 953XL en 957XL).
Verbod om inbreuk op de Modellen uit te lokken (X.) en verbod tot deelname aan inbreuk door gelieerde partijen op de Modellen (XI.)
4.53.
De gevorderde verboden tot uitlokking van modelinbreuk en deelname aan modelinbreuk door gelieerde partijen zullen worden afgewezen. HP heeft onvoldoende onderbouwd dat Digital Revolution modelinbreuk uitlokt of deelneemt aan inbreuk door aan haar gelieerde partijen.
Dwangsommen
4.54.
Oplegging van de gevorderde dwangsommen als stimulans tot nakoming van de gegeven bevelen is aangewezen. De gevorderde dwangsommen zullen echter worden gematigd en aan het totaal van de te verbeuren dwangsommen zal een maximum worden verbonden.
Proceskosten in conventie en in reconventie
4.55.
Digital Revolution is in conventie in het ongelijk gesteld en in reconventie overwegend in het ongelijk gesteld. HP zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten van HP. HP maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv. Partijen hebben een proceskostenafspraak gemaakt. In navolging daarvan zal de rechtbank bepalen dat Digital Revolution € 20.000,- aan advocaatkosten dient te vergoeden, waarvan € 10.000,- ziet op de procedure in conventie en € 10.000,- op de procedure in reconventie.
4.56.
Het bedrag aan advocaatkosten wordt verhoogd met het griffierecht van € 714,- en de kosten van de dagvaarding van € 119,40. Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2026: € 296,-). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (per 1 februari 2024: € 98,-) en de explootkosten van betekening toegekend.
4.57.
De totale proceskosten aan de zijde van HP worden aldus begroot op € 21.129,40.
4.58.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
beveelt Digital Revolution om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op Model 340 en de 422-Modellen in de Europese Unie te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat het opgelegde bevel geheel of gedeeltelijk word overtreden, met een maximum van € 500.000,-;
5.2.
beveelt Digital Revolution om binnen 30 dagen na de betekening van dit vonnis al hetgeen bekend is omtrent de herkomst en de distributiekanalen van de inbreukmakende cartridges te verstrekken, waaronder mede begrepen de volgende informatie over de periode vanaf 11 oktober 2024 voor zover dit ziet op de Europese Unie:
alle producenten, distributeurs en leveranciers van de inbreukmakende cartridges met per partij de aantallen inbreukmakende cartridges die gedaagde heeft ingekocht, geleverd gekregen, verwerkt, verkocht, en/of hebben ingevoerd, onder vermelding van inkoop- en leverdata en adres(sen), e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s);
de professionele afnemers, waaronder eventuele wederverkopers, van de inbreukmakende cartridges met per afnemer de aantallen inbreukmakende cartridges die door gedaagde zijn verkocht, geleverd, uitgevoerd en/of daartoe in voorraad zijn gehouden, onder vermelding van verkoop- en leverdata en adres(sen), e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s);
alle andere bij de inbreuk op Model 340 en de 422-Modellen betrokken en bij gedaagde bekende rechtspersonen en natuurlijke personen, onder vermelding van adres(sen), e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s);
e bij Digital Revolution nog aanwezige voorraad van de inbreukmakende cartridges, onder vermelding van de locatie(s) waar deze zich bevindt en welke aantallen zich op welke locatie bevinden;
de met de inbreuk behaalde omzet, alsmede de winst die daarmee is gerealiseerd en de wijze waarop die winst is berekend, onder overlegging van kopieën van offertes, facturen, bankafschriften en andere relevante documenten en bescheiden;
op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat het opgelegde bevel geheel of gedeeltelijk wordt overtreden, met een maximum van € 100.000,-;
5.3.
beveelt Digital Revolution om uiterlijk binnen twee weken na betekening van dit vonnis de bij haar resterende voorraad cartridges aan HP af te geven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat het opgelegde bevel geheel of gedeeltelijk wordt overtreden, met een maximum van € 100.000,-;
5.4.
veroordeelt Digital Revolution tot vergoeding van de als gevolg van de modelinbreuk door HP geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
5.5.
beveelt Digital Revolution binnen twee weken na betekening van dit vonnis, haar professionele afnemers - voor zover het wederverkopers betreft – schriftelijk per brief en per e-mail – onder gelijktijdige verzending van een kopie van de brief en e-mail aan de advocaten van HP – te informeren dat Digital Revolution bij wege van ongeoorloofde parallelimport inbreuk heeft gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van HP en hen te verzoeken de geleverde inbreukmakende cartridges te retourneren, tezamen met alle daarbij geleverde documenten en materialen, met uitsluitend gebruikmaking van de volgende tekst (voor buitenlandse wederverkopers vertaald naar Engels), zonder toevoegingen, wijzigingen of weglatingen:
"Geachte heer, mevrouw,
Wij zijn verplicht u te informeren dat de rechtbank Den Haag bij vonnis van 11 maart 2026 heeft geoordeeld dat [bedrijfsnaam] verschillende cartridges van HP verhandelt die niet door of met toestemming van HP in de EER op de markt zijn gebracht. [bedrijfsnaam] maakt zich daarmee schuldig aan ongeoorloofde parallelimport, hetgeen niet is toegestaan. Ongeoorloofde parallelimport is geconstateerd ten aanzien van cartridges met de volgende typenummers: HP 912XL ([bedrijfsnaam] huismerk), HP 957XL ([bedrijfsnaam] huismerk) en HP 953XL ([bedrijfsnaam] huismerk).
Op grond van het vonnis zijn wij verplicht om alle verkochte inbreukmakende tonercartridges terug te halen en aan HP af te geven. In dat kader verzoeken wij u de printercartridges van de typenummers HP 912XL ([bedrijfsnaam] huismerk), HP 957XL ([bedrijfsnaam] huismerk) en HP 953XL ([bedrijfsnaam] huismerk) aan ons te retourneren, zodat wij kunnen controleren of zich hiertussen inbreukmakende producten bevinden die wij aan HP dienen af te geven. Uiteraard zullen wij u het volledige aankoopbedrag en de verzendkosten vergoeden.
Wij zijn verplicht u erop te wijzen dat met het gebruik maken van, alsmede met het verder verhandelen van inbreukmakende tonercartridges door u en/of eventuele derden ook inbreuk wordt gemaakt op de rechten van HP.
[bedrijfsnaam]
[naam en handtekening]
op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat het opgelegde bevel geheel of gedeeltelijk wordt overtreden, met een maximum van € 100.000,-;
5.6.
beveelt Digital Revolution binnen één week na ontvangst van de door afnemers geretourneerde inbreukmakende producten, deze inbreukmakende producten op eigen kosten aan HP af te geven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat het opgelegde bevel geheel of gedeeltelijk wordt overtreden, met een maximum van € 100.000,-;
in reconventie
5.7.
verklaart nietig
- het Uniemodel met nummer 006560298-0001;
- het Uniemodel met nummer 006560298-0002;
- het Uniemodel met nummer 006560298-0003;
in conventie en in reconventie
5.8.
veroordeelt Digital Revolution in de proceskosten van € 21.129,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,- plus de kosten van betekening als Digital Revolution niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.9.
veroordeelt Digital Revolution tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.10.
verklaart dit vonnis voor wat betreft het bepaalde in 5.1. tot en met 5.6. en 5.8. en 5.9. uitvoerbaar bij voorraad;
5.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Uniemodellen.
3.HvJ EU 19 juni 2014, ECLI:EU:C:2014:2013 (Karen Millen), punt 23 t/m 25 en 35.
4.HvJ EU, 18 december 2025, ECLI:EU:C:2025:983 (Deity Shoes), punt 28.
5.HvJ EU 20 december 2017, ECLI:EU:C:2017:992 (Acacia en D’Amato), punt 65.
6.HvJ EU 16 februari 2023, ECLI:EU:C:2023:105 (Monz/Büchel), punt 54 en 56.
7.HvJ EU 8 maart 2018, ECLI:EU:C:2018:172 (Doceram/CeramTec).
8.Zie voor het voorgaande HvJEU 8 maart 2018, ECLI:EU:C:2018:172 (Doceram/CeramTec), punt 26, 31, 38.
9.HvJ EU 16 februari 2023, ECLI:EU:C:2023:105 (Monz/Büchel), punt 56.
10.HvJ EU 16 februari 2023, ECLI:EU:C:2023:105 (Monz/Büchel), punt 45.
11.Conclusie A-G Szpunar HvJ EU 8 september 2022, C-472/21, ECLI:EU:C:2022:656, punten 41 en 42.
12.In de verklaringen van ontwerpers [naam 1] en [naam 2] is naar de kant van de cartridge met de afgeronde hoek verwezen als de achterkant van de cartridge. In de onderhavige procedure hebben partijen deze kant de voorkant genoemd. De rechtbank sluit zich in dit vonnis aan bij het standpunt van partijen.
13.HvJ EU 8 maart 2018, ECLI:EU:C:2018:172 (Doceram/CeramTec).
14.Gerechtshof Den Haag 21 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1624, punt 4.4.6.
15.HvJ EU, 18 december 2025, ECLI:EU:C:2025:983 (Deity Shoes), punt 28.
16.HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1815, r.o. 3.10.2.
17.HvJ EU 20 oktober 2011, ECLI:EU:C:2011:679, (PepsiCo & Grupo Promer/BHIM), punt 53, 55 en 59
18.HvJ EU 8 april 2003, ECLI:EU:C:2003:204 (Van Doren/Lifestyle).
19.Zie ook Hoge Raad 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1942.