Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
- het op 21 juni 2007 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 000747340-0001 (hierna: Model 340):
het op 29 september 2011 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 001295422-0005 (hierna: Model 422-5):
het op 29 september 2011 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 001295422-0001 (hierna: Model 422-1):
het op 29 september 2011 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 001295422-0004 (hierna: Model 422-4):
het op 3 juni 2019 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 006560298-0001 (hierna: Model 298-1):
- 912XL:
- 957XL:
- 953XL:
XL (smalle variant):
XL (brede variant):
3.Het geschil
4.De beoordeling
nieuwis en een
eigen karakterheeft. Een ingeschreven Uniemodel wordt, gelet op artikel 5 lid 1 aanhef Pro en onder b UModVo, als nieuw beschouwd indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóór, voor zover hier van belang, de datum van depot. Het publiek bestaat uit ingewijden in de betrokken sector die in de Europese Unie werkzaam zijn. Op grond van artikel 6 lid 1 aanhef Pro en onder b UModVo wordt een ingeschreven Uniemodel geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die vóór de eerdergenoemde datum voor het publiek beschikbaar zijn gesteld (het vormgevingserfgoed). Daarbij moet het eigen karakter van het model niet worden beoordeeld aan de hand van een combinatie van afzonderlijke kenmerken van meerdere oudere modellen, maar aan de hand van één of meer individueel beschouwde oudere modellen. [3] Voor modelbescherming is, naast dat het model nieuw is en een eigen karakter heeft, niet vereist dat wordt aangetoond dat het model het resultaat is van een minimum aan creatieve activiteit. [4]
Monz/Büchel-arrest is bepaald dat ‘normaal gebruik’ ruim moet worden uitgelegd en dat het ook de handelingen omvat die worden verricht voor of nadat het voortbrengsel de hoofdfunctie vervult. [6]
Doceram-arrest overwogen dat art. 8 lid 1 UModVo Pro aldus moet worden uitgelegd dat de bescherming van de Uniemodellenverordening krachtens deze bepaling niet geldt wanneer de noodzaak om aan een bepaalde technische functie van het betrokken voortbrengsel te voldoen, de enige factor is waarom de ontwerper voor een bepaald uiterlijk kenmerk van dat voortbrengsel heeft gekozen en andere overwegingen, met name met betrekking tot het visuele aspect van het voortbrengsel, geen rol hebben gespeeld bij de keuze voor dat kenmerk. Voor de beoordeling of uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel uitsluitend door de technische functie van dat voortbrengsel worden bepaald, moet derhalve worden nagegaan of die functie de enige factor is die bepalend was voor die kenmerken; in dit verband is niet doorslaggevend of er alternatieve modellen zijn. Bij deze beoordeling dient de nationale rechter rekening te houden met alle relevante objectieve omstandigheden van het specifieke geval. [8]
Onderdeel van een samengesteld voortbrengsel en zichtbaar bij normaal gebruik?
Vormgeving uitsluitend technisch bepaald?
protruding edges’) boven en onder het
thumbpad;
thumbpad;
thumbpaddat bestaat uit een wafelijzerpatroon.
de afgeronde hoek(‘
radiused edge’)
aan de voor-/bovenzijde van de cartridge
11. When creating the REUD ‘340, we chose to implement an L-shaped lid to set the cartridge design apart from other cartridges on the market and to achieve the mentioned smooth and clean appearance.(…)’. Verder heeft de ontwerper verklaard:
‘13. We chose this design element to further accentuate the smoothness and continuity of the surface and provide for a soft appearance, in particular of the back of the cartridge, which remains visible to the customer when the cartridge is installed in the printer. The smoothness is further established by the round edges on the sides of the L-shaped lid. The round corner at the top back contrasts with the other three corners that are straight. The continuous surface of the lid extends along the back and the top of the cartridge which are, as mentioned, the parts that are most visible to users.’
‘11. This radiused edge is purely a design choice. We could have chosen any relatively sizable radius for the corners of the back of the cartridge or simply use a sharp corner. We chose the specific radius for (a visual perception of) a smooth and sleek appearance, ensuring continuity of the HP look and feel compared to earlier HP designs. The corner radius was particularly intended to provide a soft appearance as opposed to a ‘harsh’ look of sharp corners, particularly on the customer viewable surfaces while installed. The combination of the radiused corner edge with the curve of the thumb pad contributes to this smooth and soft appearance.’
drie uitstekende randen (protruding edges)
The purpose of these three protruding edges or ribs is to enable certain manufacturing processes and to protect the back-end surface during the manufacturing process.’ Uit deze verklaring volgt aldus dat de drie uitstekende randen fungeren als beschermrand tijdens het productieproces en dus een technische functie hebben. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van HP dat deze functie ook had kunnen worden vervuld door op andere wijze vormgegeven uitstekende randen. Uit het onder 4.5 genoemde
Doceram-arrest [13] volgt immers dat bij de beoordeling of uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel uitsluitend door de technische functie van dat voortbrengsel worden bepaald moet worden nagegaan of die functie de enige factor is die bepalend was voor die kenmerken en dat niet doorslaggevend is of er alternatieve modellen zijn. Niet doorslaggevend is dus of het effect van bescherming bereikt had kunnen worden met op andere wijze vormgegeven randen. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat dit kenmerk uitsluitend technisch is bepaald.
de positionering en vormgeving van het thumbpad
thumbpadvan de 422- en 298-Modellen aangevoerd dat de positionering daarvan en daarop aangebrachte patronen (het ribbelpatroon voor de 422-Modellen en het wafelijzerpatroon voor de 298-Modellen) niet uitsluitend technisch zijn bepaald. De ontwerpvrijheid van de ontwerpers is volgens HP gelegen in de omstandigheid dat er bij de positionering van het
thumbpaden daarop aan te brengen patronen vele variaties mogelijk zijn. Digital Revolution heeft dit weersproken en voert aan dat zowel de positionering als de vormgeving van het
thumbpadtechnisch is bepaald, omdat er sprake moet zijn van grip en omdat het
thumbpadop een plek moet zitten die praktisch is bij het plaatsen en verwijderen van de cartridge, zodat er niet veel andere opties overblijven dan deze positionering.
thumbpadhet volgende vermeld:
‘(…) need to allow for comfortable use of the cartridge by the use, i.e. provide for a comfortable feel and comfort of the grip surface when the user installs the cartridge in the printer.’ Daaruit volgt dus dat het doel van het
thumbpadis om grip te creëren bij het plaatsen van de cartridge in de printer. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van HP dat er met betrekking tot de positionering van het
thumbpadvele variaties mogelijk waren. Gelet op de functie van het kunnen uitoefenen van grip zijn de mogelijkheden om het
thumbpadelders op de cartridge te positioneren beperkt, zodat de positionering technisch is bepaald. Daarnaast gaat de rechtbank op grond van het bepaalde in het
Doceram-arrest voorbij aan het standpunt dat de functie van grip had kunnen worden bereikt door een ander patroon dan het ribbel- of wafelpatroon. Immers, niet doorslaggevend is of het effect van grip bereikt had kunnen worden met een op andere wijze vormgegeven ribbel- of rasterpatroon, waarvoor volgens HP vele mogelijke varianten zouden bestaan. Dit brengt mee dat de door HP genoemde kenmerken met betrekking tot het
thumbpaduitsluitend technisch zijn bepaald.
Nieuw en eigen karakter?
Van Doren/Lifestyle [18] geoordeeld dat een dergelijke bewijsregel in overeenstemming is met het Europese (merken)recht. Het oordeelde verder dat de vereisten van de bescherming van het vrije verkeer van goederen echter tot een wijziging van deze bewijsregel kunnen nopen. Het HvJEU heeft daarom een bijzondere bewijsregel geformuleerd: wanneer de derde erin slaagt aan te tonen dat er een reëel gevaar bestaat dat nationale markten worden afgeschermd wanneer hij de voorwaarden voor deze uitputting zelf moet bewijzen, met name wanneer de merkhouder zijn waren binnen de EER in de handel brengt door middel van een exclusief distributiesysteem, moet de merkhouder aantonen dat de waren aanvankelijk door hemzelf of met zijn toestemming buiten de EER in de handel zijn gebracht. Indien de merkhouder dat bewijs levert, is het aan de derde om aan te tonen dat de merkhouder met het daarna in de handel brengen binnen de EER heeft ingestemd. [19] Dit geldt in gelijke zin voor een modelrechtelijk uitputtingsverweer.
HP/Senetic-arrest heeft het HvJEU voornoemde rechtspraak verder geconcretiseerd door te oordelen dat een omkering van de bewijslast aangewezen is in de omstandigheden dat: 1) de merkhouder een selectief distributienetwerk exploiteert, 2) in het kader waarvan de van de betreffende merken voorziene waren geen etiketten dragen aan de hand waarvan derden de doelmarkt kunnen identificeren, 3) de merkhouder weigert deze informatie aan derden mee te delen en 4) de leveranciers van de wegens (vermeende) merkinbreuk aangesproken handelaar niet geneigd zijn om hun eigen bevoorradingsbronnen te onthullen.
HP/Senetic-arrest. Volgens Digital Revolution, doen zich in het onderhavige geval dezelfde omstandigheden voor als in dat arrest aan de orde. HP heeft weersproken dat sprake is van een situatie als bedoeld in het
HP/Senetic-arrest. HP voert daartoe aan dat aan de hand van de op de producten aangebrachte codes kan worden achterhaald welke doelmarkt het specifieke product heeft. Daarnaast is volgens HP geen sprake van het weigeren van delen van informatie, omdat Digital Revolution geen informatieverzoek aan haar heeft gericht.
HP/Senetic-arrest aan de orde. Digital Revolution heeft voor het overige geen omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat er een reëel gevaar bestaat dat nationale markten worden afgeschermd wanneer zij de voorwaarden voor deze uitputting zelf moet bewijzen. Gelet daarop is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor omkering van de bewijslast.
recallzal worden toegewezen, als onder de beslissing vermeld. De gevorderde recall is beperkt tot professionele afnemers, voor zover het wederverkopers betreft. Het verweer van Digital Revolution dat zij enkel aan eindgebruikers (en dus niet aan professionele afnemers) levert wordt verworpen, nu zij dit onvoldoende heeft onderbouwd. Ook de gevorderde afgifte van de door middel van de recall aan Digital Revolution geretourneerde producten is toewijsbaar. Het aan de afnemers te versturen bericht zal worden beperkt tot de type cartridges waarvan is gebleken dat die inbreuk maken op de modelrechten van HP ten aanzien van Model 340 en de 422-Modellen (types 912XL, 953XL en 957XL).