ECLI:NL:RBDHA:2026:515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, een Iraanse asielzoeker, maakte bezwaar tegen zijn plaatsing in de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Het plaatsingsbesluit volgde op een incident waarbij eiser agressief gedrag vertoonde richting beveiligingsmedewerkers, wat leidde tot materiële schade en lichamelijk letsel.
De rechtbank oordeelde dat het incident terecht was gekwalificeerd als een gedraging met zeer grote impact, waarbij het gedrag van eiser onaanvaardbaar was en verstrekkende gevolgen had voor de veiligheid en leefbaarheid op de locatie. De rechtbank verwierp de stelling van eiser dat hij slechts tegen het raam had geduwd en dat het incident niet met opzet was.
Verder concludeerde de rechtbank dat het COa zorgvuldig had gehandeld door voorafgaand aan de plaatsing medisch advies in te winnen, waarbij geen belemmeringen voor plaatsing in de HTL werden vastgesteld ondanks de psychische klachten van eiser. Omdat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond was, werd ook het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel afgewezen, evenals het verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank wees tevens proceskostenveroordeling af en bevestigde dat tegen het plaatsingsbesluit hoger beroep mogelijk is, maar tegen de vrijheidsbeperkende maatregel geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.