ECLI:NL:RBDHA:2026:515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel in het vreemdelingenrecht
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen van een Iraanse eiser tegen besluiten van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) en de minister van Asiel en Migratie. Het eerste beroep betreft een plaatsingsbesluit van het COa van 25 oktober 2025, waarin de eiser in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen werd geplaatst. Het tweede beroep richt zich tegen een vrijheidsbeperkende maatregel die de minister op dezelfde datum oplegde. De rechtbank constateert dat de eiser op 9 november 2025 de HTL vrijwillig heeft verlaten en dat de minister de vrijheidsbeperkende maatregel op 10 november 2025 heeft opgeheven. De rechtbank heeft de beroepen op 18 december 2025 behandeld, waarbij de eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals vertegenwoordigers van het COa en de minister. De rechtbank oordeelt dat de beroepen ongegrond zijn, omdat het COa het incident dat leidde tot de plaatsing als een incident met een zeer grote impact heeft gekwalificeerd. De rechtbank concludeert dat er geen medische belemmeringen zijn voor de plaatsing van de eiser in de HTL en dat het COa terecht heeft gehandeld. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.