ECLI:NL:RBDHA:2026:610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de herhaalde HTL-plaatsing en vrijheidsbeperkende maatregel van een Iraanse asielzoeker
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen van een Iraanse asielzoeker tegen besluiten van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en de minister van Asiel en Migratie. Het eerste beroep betreft de herhaalde plaatsing van de eiser in een Herstel- en Toezichtlocatie (HTL) op 23 november 2025, na eerder vrijwillig de HTL te hebben verlaten. Het tweede beroep richt zich tegen een vrijheidsbeperkende maatregel die aan de eiser is opgelegd. De rechtbank heeft de beroepen op 18 december 2025 gelijktijdig behandeld, waarbij zowel de eiser als zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals vertegenwoordigers van het COA en de minister. De rechtbank oordeelt dat het COA bevoegd was om de eiser terug te plaatsen in de HTL en dat dit op goede gronden is gebeurd. De rechtbank wijst erop dat de eiser niet heeft aangetoond dat zijn gedrag structureel is verbeterd, wat een voorwaarde is voor het niet terugplaatsen in de HTL. Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat de vrijheidsbeperkende maatregel volledig steunt op het plaatsingsbesluit, waardoor ook dit beroep ongegrond is verklaard. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot op 15 januari 2026.