ECLI:NL:RBDHA:2026:5209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 26 september 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel tot 28 november 2025 bevestigd. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het voortduren van de maatregel van 28 november 2025 tot 18 februari 2026.
Eiser stelde dat het verslag van een telefonische presentatie ontbrak en dat het terugkeerbesluit niet in het dossier was opgenomen. De rechtbank constateerde dat het verslag niet bestond, maar dat de presentatie had plaatsgevonden. Het terugkeerbesluit van 26 november 2025 was wel opgenomen in het dossier. Eiser voerde verder aan dat er geen reëel zicht was op uitzetting en dat verweerder niet voortvarend handelde. De rechtbank oordeelde dat er voldoende zicht is op uitzetting, mede omdat verweerder werkt aan laissez-passer trajecten en regelmatig contact onderhoudt met eiser.
Ten slotte voerde eiser aan dat de belangenafweging in zijn nadeel uitviel, omdat hij al vijf maanden in bewaring zat en het nationaliteitsonderzoek ook in vrijheid kon worden voortgezet. De rechtbank volgde dit niet, omdat in de eerste zes maanden van bewaring doorgaans meer gewicht aan de belangen van verweerder wordt toegekend en er geen bijzondere omstandigheden waren die dit konden veranderen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.