Eiser heeft op 19 september 2023 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning om een bedrijfswoning te realiseren op een agrarisch perceel. Het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem heeft deze vergunning geweigerd en dit besluit gehandhaafd. Eiser stelde beroep in tegen deze weigering.
De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 behandeld en beoordeelt dat het college terecht heeft besloten de vergunning te weigeren. Het college baseerde zich op een deskundigenadvies van de Stichting Agrarische Beoordelingscommissie (Stichting ABC), dat stelt dat de bedrijfswoning niet noodzakelijk is. Eiser voerde aan dat het advies onzorgvuldig was en dat er een redelijk belang bestond vanwege de arbeidsintensieve en kwetsbare teelt, maar de rechtbank achtte deze argumenten onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank overweegt dat het criterium van noodzakelijkheid strikt moet worden toegepast om wildgroei van bedrijfswoningen te voorkomen. Het feit dat eiser op korte afstand woont en dat moderne technieken zoals camera’s en sensoren toezicht op afstand mogelijk maken, weegt mee. Ook sociale omstandigheden kunnen niet leiden tot noodzakelijkheid. Daarnaast is niet gebleken dat het bedrijf sinds 2014 zonder bedrijfswoning niet acceptabel functioneerde.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden, omdat geen vergelijkbare situatie is vastgesteld met een nabijgelegen bedrijf dat wel een bedrijfswoning heeft gekregen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.