ECLI:NL:RVS:2020:839
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit tegemoetkoming planschade na omgevingsvergunning hondenkennel
Belanghebbende, eigenaar van een woning en percelen te Haps, vroeg een tegemoetkoming in planschade wegens een omgevingsvergunning verleend aan appellante voor een hondenkennel en verzorgingscentrum op een naastgelegen perceel. Het college kende een tegemoetkoming van €9.000 toe, gebaseerd op een deskundigenadvies van Tog Nederland Zuid b.v. dat een beperkte waardevermindering en toename van geluidsoverlast en verkeersbewegingen vaststelde.
Appellante stelde in hoger beroep onder meer misbruik van recht, onjuiste planvergelijking, onjuiste waardebepaling, en een te laag normaal maatschappelijk risico aan de orde. De Afdeling oordeelde dat misbruik van recht niet aannemelijk was en dat de planvergelijking door het college zorgvuldig was gemaakt, waarbij het advies van Tog als deskundige kon worden gevolgd. Het advies van Maat & Ruijgrok, ingediend door appellante, bood geen voldoende grond voor twijfel aan het deskundigenadvies.
Verder werd geoordeeld dat een mogelijke inkomensstijging van belanghebbende niet relevant was voor de planschadevergoeding, dat de waardedaling correct was vastgesteld, en dat het normaal maatschappelijk risico van 2% passend was gezien de planologische situatie en het beleid. Ook was de planologische ontwikkeling ten tijde van aankoop van de onroerende zaak niet voorzienbaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.