ECLI:NL:RBDHA:2026:522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf op basis van onvoldoende financiële middelen en sociale binding
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 12 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil tussen eiseres, een Marokkaanse vrouw, en de minister van Buitenlandse Zaken over de afwijzing van haar aanvraag voor een visum voor kort verblijf. Eiseres had op 11 september 2024 een aanvraag ingediend om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken, maar deze aanvraag werd op 9 oktober 2024 afgewezen. De minister stelde dat eiseres niet voldoende had aangetoond dat zij over de benodigde financiële middelen beschikte en dat er redelijke twijfel bestond over haar voornemen om Nederland tijdig te verlaten. Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het bezwaar werd op 20 mei 2025 kennelijk ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 8 januari 2026 heeft de rechtbank de argumenten van beide partijen gehoord. Eiseres betoogde dat zij wel degelijk het doel van haar verblijf had aangetoond en dat haar echtgenoot en een tweede garantsteller voldoende financiële middelen hadden om haar te ondersteunen. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor visumverlening, met name met betrekking tot het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf. De rechtbank volgde echter de minister in zijn standpunt dat eiseres onvoldoende sociale en economische binding met Marokko had aangetoond, wat haar tijdige terugkeer in gevaar zou kunnen brengen.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, maar oordeelde dat de minister in de proceskosten van eiseres moest worden veroordeeld vanwege de geconstateerde motiveringsgebreken. De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 1.868 en bepaalde dat het griffierecht van € 194 aan eiseres moest worden vergoed. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.