ECLI:NL:RBDHA:2023:284
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende toetsing sociale binding
Eiseres, een Tunesische vrouw gehuwd met een Nederlandse referent, vroeg een visum voor kort verblijf aan om haar echtgenoot te bezoeken. De aanvraag werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf, onvoldoende middelen en twijfel over tijdige terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht constateerde dat eiseres geen substantiële economische binding met Tunesië heeft, maar dat er wel aanwijzingen zijn voor sociale binding via haar minderjarige dochter die in Tunesië woont en waarvoor zij de zorg draagt. Verweerder had eiseres hierover moeten horen, wat niet is gebeurd.
Ook was het ontbreken van een vliegticket geen zelfstandige grond voor afwijzing, aangezien verweerder bij volledige naleving van andere voorwaarden gelegenheid biedt dit te herstellen. Verder was de garantstelling van de referent onvoldoende meegenomen.
De rechtbank vernietigt het besluit en gelast een nieuw besluit binnen zes weken, veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het griffierecht. Hoger beroep is niet mogelijk.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van het visum wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.