ECLI:NL:RBDHA:2026:5294
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige geloofwaardigheidsbeoordeling
Eiser, een Ugandese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 26 augustus 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze afwijzing. Eiser stelde dat de minister de geloofwaardigheidsbeoordeling onjuist had toegepast en onvoldoende had gemotiveerd waarom zijn asielrelaas niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank constateerde dat de minister de geloofwaardigheidsbeoordeling had uitgevoerd conform de werkinstructie WI 2024/6, maar dat deze instructie in strijd is met het Unierecht, zoals eerder door de meervoudige kamer van deze rechtbank was vastgesteld. Hierdoor was het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid. Hoewel de minister terecht twijfels had bij de samenhang en geloofwaardigheid van bepaalde verklaringen van eiser, had hij onvoldoende gemotiveerd waarom eiser niet als vluchteling moest worden aangemerkt.
De rechtbank nam mee dat eiser lid was van de oppositiepartij FDC en betrokken was bij politieke activiteiten, en dat hij aannemelijk had gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Ugandese autoriteiten stond. Ook speelde mee dat de Nederlandse overheid persoonsgegevens van eiser had gedeeld met de Ugandese autoriteiten, ondanks een verbod van de voorzieningenrechter. Gelet op deze omstandigheden vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag is vernietigd en de minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.