Het oordeel van de rechtbank in de uitspraak van 7 juli 2022
4. De rechtbank heeft het besluit van 16 maart 2022 vernietigd met de volgende motivering:
‘Is sprake van een nieuw element en/of bevinding?
8. Eiser heeft bij zijn opvolgende aanvraag het iMMO-rapport overgelegd. Niet in geschil is dat dit rapport dateert van na het besluit in de eerste asielprocedure en niet eerder is beoordeeld. Er is daarom sprake van een nieuw element. Aan deze ontvankelijkheidseis is dan ook voldaan. Wel is uitdrukkelijk in geschil of de inhoud van het iMMO-rapport van dien aard is dat daardoor de kans dat eiser in aanmerking komt voor internationale bescherming aanzienlijk groter is. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
9. In zijn uitspraken van 27 juni 201810 heeft de Afdeling, voor zover hier van belang, overwogen dat indien een vreemdeling een iMMO-rapport heeft ingebracht dat zorgvuldig tot stand is gekomen en dat naar inhoud inzichtelijk en concludent is, verweerder de conclusie uit dit rapport bij zijn beoordeling moet betrekken. Indien in het iMMO-rapport op concludente en inzichtelijke wijze is gesteld dat de psychische problematiek van de vreemdeling ten tijde van de gehoren zeer waarschijnlijk of zeker interfereerde met zijn vermogen om consistent en coherent te verklaren, kan verweerder hieraan niet voorbij kan gaan zonder zelf een medisch deskundige te raadplegen. Daartoe is wel vereist dat uit het iMMO-rapport blijkt op welke wijze de mate van waarschijnlijkheid dat de vreemdeling niet in staat was consistent te verklaren, is vastgesteld. Als verweerder geen medisch deskundige inschakelt en de in het iMMO-rapport neergelegde conclusie aldus niet bestrijdt, maar het relaas toch ongeloofwaardig acht, zal hij nader moeten motiveren waarom dit volgens hem het geval is.
10. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet bestrijdt dat het iMMO-rapport over eiser op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Dit rapport moet daarom worden aangemerkt als deskundigenrapport. De rechtbank begrijpt het standpunt van verweerder in het bestreden besluit aldus dat de conclusies in het iMMO- rapport, daargelaten de inhoud daarvan, nimmer zullen kunnen afdoen aan de geloofwaardigheidsbeoordeling die verweerder in de eerste asielprocedure over het relaas van eiser heeft afgegeven, nu daarin al deugdelijk is gemotiveerd dat eiser ongeloofwaardige verklaringen heeft afgelegd die de kern van zijn asielrelaas raken. Om die reden is het volgens verweerder niet nodig een medische deskundige te raadplegen - verweerder bestrijdt op zichzelf immers niet de conclusies van het iMMO - noch kan het rapport om die reden worden aangemerkt als een nieuw element en/of bevinding, waardoor voor verweerder ook geen noodzaak bestond om eiser opnieuw te horen.
11. De rechtbank volgt verweerder daarin niet. In het rapport komt iMMO na uitgebreid onderzoek tot de conclusie dat eisers lichamelijke en psychische problematiek consistent is met het gestelde geweldsrelaas. Zeven van de bij eiser aangetroffen littekens zijn beoordeeld als consistent met de gestelde toedracht, bestaande uit het op eiser uitgeoefende geweld door (leden van) de [groep] . Ook blijkt uit het rapport dat de psychische problemen die bij eiser zijn geconstateerd, te weten de specifieke intrusieve herinneringen en nachtmerries en daarmee samenhangende hallucinaties ten aanzien van de gestelde geweldservaringen bij de [groep] , de daarmee gepaard gaande geobserveerde lichamelijke spanningsklachten en emoties, de door eiser benoemde specifieke trigger ((de geur van) bloed), de vermijding van (seksuele) prikkels en de verhoogde waakzaamheid, qua aard en inhoud nadrukkelijk bij het gestelde ondergane geweld passen. Volgens het rapport zal de geconstateerde psychische gezondheidstoestand van betrokkene ten tijde van de gehoren door verweerder beperkingen hebben gegeven die zeker hebben geïnterfereerd met het compleet, coherent en consistent kunnen verklaren. Tegen die achtergrond is het standpunt van verweerder dat er hoe dan ook geen aanleiding is om terug te komen van de conclusie dat eisers relaas ongeloofwaardig is, gebrekkig gemotiveerd. Op grond van de inhoud van het iMMO-rapport kan immers niet worden uitgesloten dat, daar waar verweerder eerder heeft vastgesteld dat eiser niet naar behoren heeft verklaard, eiser tijdens de gehoren door zijn gezondheidssituatie werd belemmerd in het vermogen om wel compleet, consistent en coherent te verklaren. De enkele constatering dat de gebrekkige verklaringen van eiser betrekking hebben op de kern van zijn asielrelaas, leidt niet tot een ander oordeel. Uit het iMMO-rapport volgt immers dat de medische beperkingen van eiser met zekerheid in de weg hebben gestaan aan het vermogen om over zijn problemen te verklaren. De verklaringen die in verband staan met de kern van het asielrelaas zijn daarbij niet uitgezonderd. Voor zover verweerder een andere opvatting is toegedaan, is deze niet gebaseerd op de bevindingen van een door verweerder geraadpleegde deskundige, terwijl verweerder zelf de medische expertise ontbeert om de conclusies van iMMO gemotiveerd te kunnen bestrijden.
12. Gelet op het voorgaande is er geen grond voor het oordeel dat het door eiser ingebrachte rapport geen enkele steun kan bieden aan het asielrelaas. Verweerder heeft daarom geen deugdelijk onderzoek verricht naar de vraag of het rapport de kans op inwilliging van het asielverzoek aanzienlijk groter maakt. Dit betekent dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat geen sprake is van nieuwe elementen en/of bevindingen die aanleiding geven voor een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. De aanvraag is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het bestreden besluit zal om die reden worden vernietigd. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Verweerder dient opnieuw op de aanvraag van eiser te beslissen. Hiertoe dient alsnog een nader onderzoek te worden verricht naar het door eiser ingebrachte rapport en de gevolgen daarvan voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door eiser afgelegde verklaringen. Dit onderzoek kan plaatsvinden door eiser opnieuw (aanvullend) te horen of door hem in aanmerking te brengen voor een eigen forensisch medisch onderzoek, dan wel door een combinatie van beide. Nu met het door verweerder te verrichten onderzoek enige tijd zal zijn gemoeid, zal de rechtbank geen termijn verbinden aan de door verweerder te nemen beslissing.’