ECLI:NL:RBDHA:2026:5505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel bewaring vreemdeling zonder gronden voor onrechtmatigheid
De minister heeft op 13 december 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser en heeft de voortduring hiervan op 4 maart 2026 aan de rechtbank gemeld, met het verzoek om een rechtmatigheidsbeoordeling. Eiser heeft geen beroepsgronden ingediend en heeft niet gereageerd op de voortgangsrapportage.
De rechtbank heeft het onderzoek op 10 maart 2026 gesloten zonder zitting. Uit de beoordeling blijkt dat sinds het vorige onderzoek op 29 december 2025 de minister meerdere keren contact heeft gezocht met de Marokkaanse en Algerijnse autoriteiten over de uitzetting. Daarnaast zijn vertrekgesprekken gevoerd, waarbij eiser medewerking weigerde.
De rechtbank concludeert dat er voldoende zicht is op uitzetting naar Marokko en geen zicht op uitzetting naar Algerije. Er is geen aanleiding om de maatregel als onrechtmatig te beschouwen of om een lichter middel toe te passen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.