ECLI:NL:RBDHA:2026:5514
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken beschermenswaardig gezinsleven
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier als familie- of gezinslid bij haar zus in Nederland. De minister wees deze aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan het mvv-vereiste en er geen sprake was van een beschermenswaardig gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat tussen eiseres en haar referent geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat. De door eiseres overgelegde bewijsstukken, waaronder een verklaring van de referent, een verzendbewijs van een pakket en familiefoto’s, bieden onvoldoende objectieve onderbouwing van bijkomende afhankelijkheidselementen. Ook medische en financiële afhankelijkheid werden niet aannemelijk gemaakt.
Verder concludeert de rechtbank dat de minister terecht geen belangenafweging hoefde te maken, omdat het gezinsleven niet als beschermenswaardig kan worden aangemerkt. De hardheidsclausule wordt niet toegepast wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.