Eiser, een Syrische asielzoeker uit Idlib, werd geconfronteerd met bedreigingen, ontvoering en militaire dienstplicht in Syrië. Zijn asielaanvraag werd door verweerder afgewezen op grond van de laagste gradatie van willekeurig geweld in Syrië volgens artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Syrië onder de laagste gradatie van willekeurig geweld valt en heeft nagelaten de humanitaire omstandigheden, zoals armoede, ondervoeding en slechte gezondheidszorg, mee te wegen. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 11 december 2025 waarin soortgelijke motiveringsgebreken werden vastgesteld.
Verweerder baseerde zich op rapporten die een daling van geweld en terugkeer van vluchtelingen signaleren, maar gaf geen afdoende onderbouwing waarom dit tot afwijzing van de asielaanvraag leidt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.