ECLI:NL:RBDHA:2026:5655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken gegronde vrees voor vervolging in Gambia
Eiser heeft op 28 januari 2024 een asielaanvraag ingediend wegens mishandeling en bedreiging door zijn vader in Gambia nadat hij een Koranschool had verlaten. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 20 november 2025 af omdat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade zou lopen.
Eiser voerde aan dat hij onvoldoende bescherming kon krijgen in Gambia, mede vanwege de gebrekkige toepassing van de Domestic Violence Act 2013 en het gebrek aan hulp van de politie. De rechtbank oordeelt echter dat eiser niet alle beschermingsmogelijkheden heeft uitgeput, zoals het benaderen van sociale diensten, en dat zijn moeder begrip toonde voor zijn situatie.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft en dat hij als volwassene eigen keuzes kan maken omtrent zijn woonplaats. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.