ECLI:NL:RBDHA:2026:5668
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem per 2 november 2023 geen WIA-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Eiser betwist dat hij meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen en voert aan dat zijn beperkingen, waaronder een post-commotioneel syndroom, onvoldoende zijn meegewogen. Hij overlegt verslagen van zijn ergotherapeut ter onderbouwing van een urenbeperking.
De rechtbank beoordeelt dat het UWV een zorgvuldig onderzoek heeft verricht, waarbij verzekeringsartsen eiser hebben onderzocht en de beschikbare medische informatie hebben betrokken. De adviezen van de ergotherapeut bevatten geen medische objectivering en kunnen daarom niet leiden tot het aannemen van een urenbeperking. De rechtbank volgt het oordeel van de verzekeringsartsen dat er geen medische aanwijzingen zijn voor een langdurige beperking in arbeidsduur.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om bewijs aan te dragen en dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk is geworden omdat inmiddels een besluit is genomen. De rechtbank wijst het beroep af, veroordeelt het UWV in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht geweigerd de uitkering toe te kennen.