ECLI:NL:CRVB:2022:1524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.J.M. Weyers
- C. Karman
- M.A.M. Kools -de Vries
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na voldoende verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellante was sinds 2009 werkzaam als productiemedewerker en ontving vanaf 2012 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een melding van verslechtering van haar gezondheid in 2019, heeft het UWV een nieuw onderzoek ingesteld. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat appellante geschikt was voor andere functies zonder loonverlies, waarop de WIA-uitkering per 11 september 2019 werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen te positief waren ingeschat. Zij wees op medische klachten en operaties en stelde dat de belastbaarheid in de voorgestelde functies werd overschreden. De rechtbank verwierp deze bezwaren en oordeelde dat het onderzoek voldoende was onderbouwd.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt dat de verzekeringsarts niet verplicht was aanvullende medische informatie op te vragen omdat er geen beredeneerd afwijkend medisch inzicht bestond. De Raad onderschrijft de conclusies over belastbaarheid en passendheid van functies en verklaart het hoger beroep ongegrond. De WIA-uitkering is daarmee terecht beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering van appellante terecht is beëindigd per 11 september 2019.