Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 4 september 2022. Verweerder heeft bij besluit van 11 februari 2025 de aanvraag afgewezen als ongegrond. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat verweerder inmiddels heeft beslist, maar kent eiser een proceskostenvergoeding toe wegens de vertraging.
Eiser stelt dat hij vanwege problemen met de Taliban, waaronder een schietincident waarbij zijn broer overleed, bescherming zoekt. Hij baseert zijn identiteit op een tazkera die door Bureau Documenten als echt is beoordeeld. Verweerder acht echter de identiteit en de problemen met de Taliban niet geloofwaardig, onder meer vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen, onverenigbaarheid van geboortedatum met medisch leeftijdsonderzoek, en het gebruik van een alias bij een eerdere asielaanvraag in Frankrijk.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht twijfelt aan de betrouwbaarheid van de tazkera en de verklaringen van eiser. Ook acht zij de argumenten van eiser onvoldoende om de twijfels weg te nemen. De problemen met de Taliban worden als niet aannemelijk beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan onderbouwing. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467.