ECLI:NL:RBDHA:2026:597

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
11841629 \ EJ VERZ 25-79334
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot uitvoerbaar verklaring van een Franse voogdijbeslissing en ondercuratelestelling

In deze zaak heeft verzoekster, de zus van betrokkene, een verzoek ingediend bij de kantonrechter om een Franse rechterlijke beslissing tot voogdij over betrokkene in Nederland uitvoerbaar te verklaren. Betrokkene, die de Belgische nationaliteit heeft en in Frankrijk woont, is handelingsonbekwaam. De Franse rechter heeft verzoekster in 2022 tot voogd aangesteld. Verzoekster wil betrokkene naar Nederland laten verhuizen om hem daar te verzorgen. Het verzoek is ingediend op 18 augustus 2025, maar voldoet niet aan de vereisten van de artikelen 985 en 986 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die bepalen dat een verzoek tot uitvoerbaar verklaring door een advocaat moet worden ingediend. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het verzoek niet-ontvankelijk is, omdat de benodigde formaliteiten niet zijn nageleefd. Daarnaast is vastgesteld dat de Franse rechter bevoegd is op basis van het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000, aangezien betrokkene in Frankrijk woont en er geen banden met Nederland zijn aangetoond. De kantonrechter heeft de beschikking op 13 januari 2026 uitgesproken, waarin het verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. Verzoekster kan tegen deze beslissing in hoger beroep gaan, maar alleen via een advocaat.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ‘s-Gravenhage
DL
Zaaknr.: 11841629 \ EJ VERZ 25-79334
Datum: 13 januari 2026

Beschikking

op verzoek van:

[verzoekster] ,

geboren te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland 1] ) op [geboortedatum 1] 1976,
wonende te [adres 1] ,
hierna ook te noemen: verzoekster.
Het verzoek strekt tot afgifte van een verlof ex artikel 985 Rv, danwel ondercuratelestelling van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland 2] ) op [geboortedatum 2] 1981,
wonende te [adres 2] (Frankrijk),
hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 18 augustus 2025.

Het verzoek

Het verzoek strekt tot afgifte van een verlof ex artikel 985 Rv, danwel ondercuratelestelling van betrokkene, met benoeming van verzoekster tot curator.
Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.
Betrokkene is de broer van verzoekster. Hij heeft de Belgische nationaliteit. Hij is handelingsonbekwaam (verstandelijk beperkt in combinatie met klassiek autisme). In 2006 is betrokkene vanuit België naar Frankrijk verhuisd.
Verzoekster is in 2001 voor haar studie naar Nederland gekomen. Zij is betrokken bij het welzijn van haar broer. Vanaf 2003 doet zij dat samen met haar echtgenoot. Door het Hof van Beroep van Nîmes is verzoekster in 2022 tot mede-voogd (co-tuteur) aangesteld over betrokkene. Verzoekster en haar man zijn voornemens om betrokkene binnen afzienbare termijn naar Nederland te halen en in hun gezin op te nemen.
Verzoekster is er door de Sociale Verzekeringsbank op gewezen dat de beschermingsmaatregel die door het Hof van Beroep van Nîmes is ingesteld, in Nederland uitvoerbaar dient te worden verklaard, alvorens hier voorbereidende procedures kunnen worden opgestart, zoals het aanvragen van een voorlopige WLZ indicatie op basis van de beschikbare Belgische en Franse indicaties.
Via een medewerker van het team Kanton heeft verzoekster vernomen dat het formulier
‘Verzoek tot ondercuratelestelling’ gebruikt dient te worden voor het verzoek tot uitvoerbaar verklaren van het Franse vonnis. De afgegeven Tutelle (Nederlandse curatele lijkt de Franse Tutelle als maatregel het dichtst te benaderen) is reeds meerdere malen door rechtbanken in België en in Frankrijk bevestigd.

Beoordeling

De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken, van oordeel dat het verzoek niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Het verzoek van verzoekster lijkt primair te zijn om verlof te verkrijgen om het Franse vonnis in Nederland te mogen uitvoeren. Een verzoek tot verlof om een buitenlandse rechterlijke beslissing in Nederland ten uitvoer te leggen dient op grond van artikel 985 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bij de rechtbank te worden ingediend. Dit dient door een advocaat te gebeuren (artikel 986 Rv). Nu vorenstaande formaliteiten niet in acht zijn genomen, zal het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
Voor zover verzoekster (subsidiair) een verzoek tot ondercuratelestelling heeft willen indienen, dient ook dat verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 2 februari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:147) volgt dat op het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000 (HVV) geanticipeerd mag worden. Op grond van artikel 5 HVV zijn de gerechtelijke of administratieve autoriteiten van de Verdragsluitende Staat waar de volwassene zijn gewone verblijfplaats heeft, bevoegd maatregelen te nemen die strekken tot de bescherming van diens persoon of vermogen. In dit geval is dat Frankrijk. Daar woont betrokkene. Niet is gebleken dat betrokkene zelf enige band met Nederland heeft. Ook is niet gebleken dat er hier vermogensbestanddelen zijn, ten aanzien waarvan maatregelen genomen dienen te worden (artikel 9 HVV).
Gelet op het vorenstaande zal het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:
- verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. D. de Loor en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.
Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Den Haag
a door de verzoekster en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.