ECLI:NL:RBDHA:2026:5989

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
C/09/692042 / FA RK 25-7207
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:86 BWArt. 820 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding geregistreerd partnerschap wegens duurzame ontwrichting

De vrouw heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap dat zij met de man is aangegaan op 31 oktober 2018 te ’s-Gravenhage. Zij stelde dat het partnerschap duurzaam is ontwricht. De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de gestelde termijn.

De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft omdat het geregistreerd partnerschap in Nederland is aangegaan en dat Nederlands recht van toepassing is op het verzoek tot ontbinding, conform artikel 10:86 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Het verzoek is niet weersproken en voldoet aan de wettelijke gronden.

Daarom wordt het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap toegewezen. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026 door rechter M.F. Baaij. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank heeft het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap toegewezen wegens duurzame ontwrichting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Familie
zaaknummer / rekestnummer: C/09/692042 / FA RK 25-7207
Beschikking d.d. 10 februari 2026 betreffende de ontbinding van het geregistreerd partnerschap
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. R.G. Groen, gevestigd te Den Haag,
tegen
[de man] ,
wonende te [land] ,
hierna te noemen de man.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 24 september 2025;
- het betekeningsexploot.
- het bericht namens de vrouw van 10 oktober 2025 met bijlage waarmee de bescheiden behorende bij het verzoekschrift zijn gecompleteerd.
1.2.
Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de man geen verweerschrift ingediend.

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan op [datum] 2018 te
[plaats] . De vrouw heeft de Roemeense nationaliteit. De man heeft de Egyptische nationaliteit.
2.2.
Ontbinding
2.2.1.
De vrouw heeft ontbinding van het geregistreerd partnerschap verzocht. Zij heeft gesteld dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht.
2.2.2.
Nu het geregistreerd partnerschap in Nederland is aangegaan, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot ontbinding daarvan.
2.2.3.
De partners zijn hun geregistreerd partnerschap in Nederland aangegaan. Krachtens artikel 10:86 van Pro het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot ontbinding daarvan.
2.2.4.
Het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
spreekt uit de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen, aangegaan te ’s-Gravenhage op 31 oktober 2018.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier J.L. Salters op 10 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv Pro openlijk bekend is gemaakt.