ECLI:NL:RBDHA:2026:6035
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Irak wegens ongeloofwaardigheid werkzaamheden en deserteren
Eiser, van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij van 2012 tot 2018 voor de Iraakse inlichtingendienst (NSS) werkte, in 2018 deserteerde tijdens demonstraties en politieke activiteiten ontplooide. Hij vreesde bij terugkeer in Irak gevangenisstraf, marteling en vernedering.
De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van eisers verklaringen en onvoldoende onderbouwing met objectieve documenten. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eisers verklaringen over zijn werkzaamheden, deelname aan demonstraties en deserteren niet overtuigend zijn. De overgelegde documenten vertonen onregelmatigheden en sluiten niet aan bij de verklaringen.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn politieke activiteiten en dat de minister terecht heeft overwogen dat hij geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.