ECLI:NL:RBDHA:2026:6041
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 5 december 2025 in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter behandelde op 16 maart 2026 het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij zowel verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak op het hoofdberoep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het hoofdberoep.