De jongmeerderjarige verzoekt de rechtbank om vaststelling van een bijdrage in haar levensonderhoud en studie van €250 per maand, ingaande 1 september 2023. De moeder voert verweer en betwist de ingangsdatum en de hoogte van de bijdrage.
De rechtbank overweegt dat de ingangsdatum van de alimentatie moet worden vastgesteld op de datum van indiening van het verzoek, 6 februari 2025, omdat de moeder pas toen op de hoogte was van het verzoek en geen rekening had kunnen houden met eerdere betaling. De behoefte van de jongmeerderjarige aan een bijdrage van €250 per maand wordt als redelijk vastgesteld, mede omdat zij een lening nodig had om in haar kosten te voorzien.
De draagkracht van de moeder wordt aangenomen, aangezien zij geen verweer heeft gevoerd. De alimentatieplicht eindigt op de 21e verjaardag van de jongmeerderjarige in 2025. De rechtbank bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt, gezien de omstandigheden en het gebruik in familierechtzaken.
De beschikking wordt uitgesproken door rechter H.M. Boone op 18 februari 2026 en verklaart de bijdrage uitvoerbaar bij voorraad.