De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige en hadden een eerdere alimentatieverplichting van €224 per maand vastgesteld in 2020. De man is onder bewind gesteld wegens problematische schulden en heeft sindsdien een bijstandsuitkering. Hij verzoekt de alimentatie met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 te verlagen naar nihil of €25 per maand.
De vrouw verzet zich tegen terugwerkende kracht en stelt dat de wijziging pas vanaf de datum van het verzoek, 15 april 2025, moet ingaan. De rechtbank oordeelt dat de man voldoende wijziging van omstandigheden heeft gesteld en verklaart het verzoek ontvankelijk. De rechtbank volgt de vrouw in haar standpunt over de ingangsdatum, omdat terugwerkende kracht onredelijke gevolgen kan hebben.
De rechtbank bepaalt dat de alimentatie vanaf 15 april 2025 wordt verlaagd naar €25 per maand, met jaarlijkse wettelijke indexatie vanaf 1 januari 2026. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.