Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 24 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift met een zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 21 januari 2026, met bijlagen, van de vrouw.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- [minderjarige] is niet erkend door de man.
- [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw.
- De vrouw is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
- In de bodemprocedure, bij de rechtbank bekend onder zaak- en rekestnummer C/09/694898 en FA RK 25-8764, verzoekt de man om vervangende toestemming erkenning van [minderjarige] , gezamenlijk gezag en het vaststellen van een zorg- c.q. omgangsregeling.
- de eerste vier weken (twee omgangsmomenten) een weekenddag gedurende vier uur contact met elkaar in de omgeving van de woonplaats van [minderjarige] ;
- de achtereenvolgende vier weken (twee omgangsmomenten) een weekenddag gedurende zes uur contact met elkaar in de omgeving van de woonplaats / woning van de man.
- de man in zijn verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, althans die verzoeken af te wijzen;
- de man te veroordelen in de proceskosten volgens het liquidatietarief.
Beoordeling
Beslissing
voorlopigeomgangsregeling vast, inhoudende dat [minderjarige] - zonder aanwezigheid van de moeder – bij de vader is:
- de eerste vier weken na de beschikking (twee omgangsmomenten):om de week een weekenddag gedurende vier uur, in de omgeving van de woonplaats van [minderjarige] , waarbij het eerste omgangsmoment plaatsvindt op 28 februari of 1 maart 2026;
- de daaropvolgende vier weken na de beschikking (twee omgangsmomenten):om de week een weekenddag gedurende zes uur, in de omgeving van de woonplaats en/of woning van de man;
- vervolgens:om de week een weekenddag van 09.00 uur tot 17.00 uur, in de woning en/of omgeving van de man;