Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6104

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
22 maart 2026
Zaaknummer
C/09/686266 / FA RK 25-4136
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over intrekking erkenningsverzoeken en aanhouding gezags- en omgangszaken

De vader heeft op 17 december 2025 zijn kind erkend met toestemming van de moeder en heeft daarop zijn verzoeken tot vervangende toestemming voor erkenning ingetrokken. De rechtbank constateert dat de verzoeken tot DNA-onderzoek, benoeming bijzondere curator, vervangende toestemming erkenning en naamswijziging niet langer aan de orde zijn. Hierdoor is de bijzondere curator niet langer nodig en worden diens werkzaamheden beëindigd.

De overige verzoeken van de vader met betrekking tot gezag, omgang, zorg- en opvoedingstaken, en informatie en consultatie worden pro forma aangehouden en zullen op een zitting worden behandeld. De rechtbank neemt nog geen beslissing over deze verzoeken en houdt ook de proceskosten pro forma aan.

De beschikking is uitgesproken door de kinderrechter H.M. Boone op 19 februari 2026, waarbij tevens de griffier S. Sluijmer aanwezig was. De procedure wordt voortgezet voor de behandeling van de gezags- en omgangszaken.

Uitkomst: De erkenningsverzoeken zijn ingetrokken en de bijzondere curator is ontslagen; gezags- en omgangsverzoeken worden aangehouden voor zitting.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4136
Zaaknummer: C/09/686266
Datum beschikking: 19 februari 2026
Vervangende toestemming erkenning, gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en informatie en consultatie

Beschikking op het op 4 juni 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en ten aanzien van het verzoek tot vervangende toestemming erkenning:
de [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats],
in rechte vertegenwoordigd door mr. F. Borger van der Burg-Holstege, advocaat in
’s-Gravenhage, in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

Bij beschikking van 22 oktober 2025 – voor zover hier relevant – is de bijzondere curator benoemd over [minderjarige] en is iedere verdere beslissing pro forma aangehouden tot
15 december 2025.
De rechtbank heeft (opnieuw) kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 2 juli 2025 van de vader, met bijlagen;
  • het bericht van 12 november 2025 van de bijzondere curator;
  • het bericht van 17 november 2025 van de vader;
  • het bericht van 10 december 2025 van de vader, met bijlage;
  • het bericht van 5 januari 2025 van de bijzondere curator, met bijlage;
  • het bericht van 15 januari 2026 van de vader.

Feiten

  • De vader heeft [minderjarige] erkend op 17 december 2025.
  • De moeder heeft toestemming gegeven voor de erkenning.
  • Bij de erkenning is gekozen voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam].

Verzoek en verweer

De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens, te bepalen dat:
er een DNA-onderzoek wordt gelast;
er een bijzondere curator wordt benoemd;
indien de vader de verwekker blijkt te zijn: aan de vader vervangende toestemming wordt verleend om over te kunnen gaan tot erkenning van [minderjarige];
indien het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning wordt toegewezen: het gezag aan de vader zal toekomen danwel het eenhoofdig gezag van de moeder wordt beëindigd waarbij wordt bepaalt dat de vader samen met de moeder het gezag over [minderjarige] zal uitoefenen;
tussen de vader en [minderjarige] een zorgregeling wordt vastgesteld, zoals genoemd in punt 24 van het verzoekschrift, althans een zodanige zorgergeling vast te stellen zoals de rechtbank in goede justitie vermeend te behoren;
tot het moment dat [minderjarige] de leeftijd van vier jaar heeft bereikt en vanaf het moment dat [minderjarige] één jaar is geworden er wordt bepaald dat de vader gerechtigd is om twee keer per jaar voor de duur van 7 dagen [minderjarige] bij zich te hebben, onder de bepaling dat de vader mag bepalen in welke periode dit zal zijn en dat de vader dit minimaal twee maanden van te voren aan de moeder zal aangeven, althans een zodanige verdeling vast te stellen zoals de rechtbank in goede justitie vermeend te behoren;
de moeder de vader informeert en consulteert, zoals genoemd in punt 28 en 29 van het verzoekschrift;
aan de vader toestemming te verlenen om een verzoek in te dienen tot wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige] in [geslachtsnaam].

Beoordeling

Vervangende toestemming erkenning
De vader heeft de rechtbank op 15 januari 2026 bericht dat hij [minderjarige] inmiddels heeft erkend en dat hij zijn verzoeken rondom de erkenning intrekt.
Naar de rechtbank begrijpt heeft de vader de verzoeken onder 1, 2, 3 en 8 ingetrokken. De rechtbank stelt vast dat zij op die verzoeken dus geen beslissing meer hoeft te nemen.
Gelet hierop is vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure daarom als beëindigd.
Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, informatie en consultatie
De rechtbank zal de behandeling van de overige verzoeken van de vader onder 4, 5, 6 en 7 pro forma aanhouden en bepalen dat die verzoeken worden behandeld op zitting.
Proceskosten
Omdat de rechtbank nog geen eindbeschikking zal geven, zal de rechtbank de proceskosten ook pro forma aanhouden.

Beslissing

*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
bepaalt dat de verzoeken
over het gezag, de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de informatie en consultatieworden behandeld op een zitting;
*
houdt iedere verdere beslissing
over het gezag, de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de informatie en consultatie en de proceskostenpro forma aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 19 februari 2026.