Uitspraak
Kinderalimentatie, zorgregeling en hoofdverblijfplaats
Beschikking op het op 16 mei 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- de F9-formulieren van 27 mei 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 24 juni 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 5 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 11 januari 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen;
- het F9-formulier van 19 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door een tolk G. Günes;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door een tolk M.A. Budak;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
-[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats 2] .
- de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;
- een zorgregeling geldt, waarbij de kinderen iedere zaterdag en zondag van 12:00 uur tot 18:00 uur bij de vader zijn;
- de ouders naar draagkracht zullen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De vader werkt op dit moment niet en daarom hoeft hij naast de kosten die hij voor zijn rekening neemt als de kinderen bij hem verblijven, geen kinderalimentatie te betalen wegens het ontbreken van draagkracht.
Verzoek en verweer
- de zorgregeling te wijzigen in die zin dat de kinderen wekelijks van zaterdag 11:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de moeder zijn, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt;
- te bepalen dat de vader een dwangsom van € 250,- verbeurt voor iedere keer dat hij de zorgregeling niet nakomt, tot een maximum van € 15.000,-;
- te bepalen dat de vader met ingang van 1 mei 2025 aan de moeder zal betalen een bedrag van € 325,- per maand per kind, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie redelijk acht, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- primair:de hoofdverblijfplaats van de kinderen te wijzigen in die zin dat zij hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader met ingang van zodanige datum als de rechtbank in goede justitie verneemt te behoren;
- subsidiair:te bepalen dat de vader, met ingang van de datum van deze beschikking dan wel een datum die de rechtbank in goede justitie redelijk acht, aan de moeder zal betalen een bedrag van € 45,- per maand per kind, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie redelijk acht per kind per maand, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen;
Beoordeling
ende zondag. Deze zorgregeling wordt gewijzigd. Verder staat vast dat de vader de zorgregeling op de zondag goed uitvoert. De rechtbank acht het dan ook niet nodig om aan de nakoming van deze zorgregeling een dwangsom te verbinden.
- de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn;
- de datum van indiening van het verzoekschrift;
- de datum van de beschikking.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de zelfstandigenaftrek;
- de MKB-winstvrijstelling;
- de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
- het kindgebonden budget;
- de alleenstaande ouderkop.