Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6132

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
22 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698573 / FA RK 26-879
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:11 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging op grond van ernstige psychische stoornis en alcoholverslaving

De rechtbank Den Haag behandelde op 19 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1951, die verblijft in een zorginstelling. Betrokkene heeft een langdurige alcoholverslaving en vertoont zorgmijdend gedrag, met ernstige gevolgen zoals valgevaar en verwaarlozing in de thuissituatie.

Tijdens de zitting werd betrokkene bijgestaan door haar advocaat, die verweer voerde tegen het verzoek, met name over het stoornisvereiste en de proportionaliteit van de verplichte zorg. De klinisch geriater en de mentor bevestigden dat betrokkene vooruitgang boekt, maar dat opname noodzakelijk blijft vanwege het ontbreken van een concreet vervolgplan en het risico op terugval bij thuiskomst.

De rechtbank oordeelde dat de stoornis, bestaande uit een ernstige alcoholverslaving en vermoedelijke neurocognitieve stoornis, het denken, voelen en handelen van betrokkene zodanig beheerst dat zij het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend. Er is sprake van ernstig nadeel dat alleen met verplichte zorg kan worden afgewend. De voorgestelde zorgmaatregelen zijn evenredig en noodzakelijk.

De zorgmachtiging wordt toegekend tot en met 12 april 2026, met een aanhouding van het resterende verzoek tot een nader te bepalen zitting vóór die datum, mede in afwachting van de uitkomsten van neurologisch onderzoek. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe tot en met 12 april 2026 met verplichte opname en bewegingsbeperking.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/698573 / FA RK 26-879
Datum beschikking: 19 februari 2026

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. H.P.J. van der Eerden te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 januari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 28 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater], die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 14 januari 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 28 januari 2026;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 5 januari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft;
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de klinisch geriater, [naam 1];
- de (waarnemend) mentor, [naam 2].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten

Betrokkene heeft verklaard dat het goed met haar gaat. Zij voelt zich alleen niet op haar plek binnen de accommodatie omdat haar medebewoners laagbegaafd zijn. Betrokkene erkent dat zij in de war is geweest door het overlijden van haar partner, maar ziet de noodzaak van een opname niet in. In de thuissituatie stelt zij goed voor zichzelf te hebben kunnen zorgen. Betrokkene ontkent dat zij de thuiszorg heeft afgehouden en geeft aan dat haar woning niet vervuild was. Wel heeft zij een thuiszorgmedewerker de toegang geweigerd omdat die medewerker spullen had gestolen. Ze geeft aan het liefst weer naar huis te willen.
De advocaat bepleit primair afwijzing van het verzoek. Het dossier is voornamelijk gebaseerd op oude informatie. Tijdens de vorige mondelinge behandeling is verteld dat er onderzoek zou plaatsvinden en op basis daarvan een plan gemaakt zou worden hoe het verder zou moeten. Ondanks dat dit onderzoek al heeft plaatsgevonden, ontbreekt duidelijkheid over de vervolgstappen. De advocaat voert tevens verweer ten aanzien de stoornis. Hij stelt dat er onvoldoende gronden zijn om aan te nemen dat de alcoholverslaving het leven van betrokkene volledig beheerst. Vanaf het begin van de opname is betrokkene helder en is het makkelijk om een gesprek met haar te voeren. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat betrokkene onlangs haar partner heeft verloren. Dit is voor haar erg traumatisch geweest. Verder betoogt de advocaat dat het gestelde ernstig nadeel erg mager is. De woning van betrokkene is volledig aangepast en zij krijgt hulp van de thuiszorg. Gelet op de huidige situatie is een zorgmachtiging te ingrijpend. Subsidiair verzoekt de advocaat om de verplichte vorm van zorg ‘opname’ en ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ af te wijzen. In het geval verder onderzoek nodig is, zou dit ook plaats kunnen vinden in een ambulante setting. Meer subsidiair wordt verzocht om de zorgmachtiging voor een kortere duur toe te wijzen dan verzocht.
De klinisch geriater heeft toegelicht dat het met betrokkene een stuk beter gaat dan tijdens het begin van de opname. De gediagnosticeerde stoornissen ‘disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen’ zoals vermeld in de medische verklaring moeten volgens de klinisch geriater worden bezien in het licht van de stoornis van het alcoholgebruik. Bij opname was betrokkene verzwakt en valgevaarlijk waardoor zij in een rolstoel zat. Momenteel gaat het beter en is betrokkene niet meer afhankelijk van een rolstoel, maar biedt een rollator voldoende ondersteuning. In de thuissituatie ging het niet goed en hield betrokkene thuiszorg af. Neurologisch onderzoek heeft ondertussen plaatsgevonden en de uitslagen daarvan worden op korte termijn verwacht. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zal een plan met vervolgstappen gemaakt worden. Daarnaast zal betrokkene nog gedurende zes weken moeten detoxen van de alcohol. Op dit moment is het nog te vroeg voor betrokkene om naar huis te gaan, mede omdat er nog geen concreet plan is. De klinisch geriater vreest dat betrokkene thuis door het drinken weer in dezelfde situatie zal komen als voor de opname.
De (vervangend) mentor heeft verklaard dat het vergeleken december een stuk beter gaat met betrokkene. Dit is mede dankzij de zorg die zij krijgt in de accommodatie. De mentor geeft aan dat zij het verstandig vindt dat betrokkene in de accommodatie blijft tot er een concreet vervolgplan is gemaakt. Mocht betrokkene naar huis gaan dan is het van belang dat de geboden zorg wordt afgestemd op haar behoeften en dat zij deze zorg ook accepteert.

Beoordeling

Op 9 januari 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 30 januari 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
Betrokkene is al jaren bekend met veelvuldig en dagelijks alcoholgebruik en vertoont daarnaast zorgmijdend gedrag. Er is ook sprake van valgevaar. In de thuissituatie heeft betrokkene voor de opname met een crisismaatregel twee dagen op de grond gelegen, waarbij zij de alarmering niet adequaat wist te gebruiken. Tijdens die opname is betrokkene ook weer gevallen. Op de afdeling van de accommodatie loopt betrokkene nu met een rollator en is zij afhankelijk van de zorgmedewerkers voor de algemene dagelijkse levensverrichtingen en de toiletgang. Betrokkene komt uit een vervuilde thuissituatie waarbij zij zichzelf verwaarloosde. Zorgverleners hebben waargenomen dat zij thuis voornamelijk in een vervuild bed lag en incontinent was. Betrokkene is daarnaast dreigend geweest richting thuiszorgmedewerkers. De thuiszorg is daarom afgeschaald. Betrokkene liet ook geregeld haar voordeur open staan. Derden konden haar zo van alcohol voorzien en het vermoeden bestaat dat derden ook misbruik van deze situatie hebben gemaakt. De politie heeft hiervan melding gemaakt.
De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 8 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:559) waarin de Hoge Raad het volgende heeft bepaald:
“Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever met betrekking tot verslaving aan middelen als alcohol en drugs niet beoogd heeft het toepassingsbereik van de Wvggz uit te breiden ten opzichte van dat van de op 31 december 2019 vervallen Wet Bopz.1 Daarom moet worden aangenomen dat verslaving aan middelen als alcohol en drugs op zichzelf niet tot toepassing van de Wvggz kan leiden. Er moet om tot toepassing van de Wvggz te komen sprake zijn van een psychische stoornis van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat de betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. Deze psychische stoornis kan voortvloeien uit of samenhangen met de verslaving aan middelen. Het kan ook gaan om een van de verslaving losstaande psychische stoornis van andere aard (‘comorbiditeit’).”
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de inhoud van de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring van 28 januari 2028 opgesteld door een onafhankelijke psychiater, die blijkens de verklaring betrokkene op diezelfde dag heeft onderzocht, en de toelichting van de klinisch geriater op zitting kan worden vastgesteld dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. De stoornis is gelegen in het gebruik van alcohol en een vermoeden van een neurocognitieve stoornis.
De stoornis in het gebruik van alcohol is van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen van betrokkene daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed, dat de stoornis de gevaarvolle daden van betrokkene zoals het weigeren van (thuis)zorg, het nuttigen van (zeer) grote hoeveelheden alcohol, het gebrek aan zelfzorg en zorg voor haar (omgeving) overwegend beheerst. De stoornis heeft betrokkene, met andere woorden, in haar greep en beheerst haar leven.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Er is sprake van oordeels- en kritiekstoornissen met betrekking tot de huidige opname, behandeling en haar zelfredzaamheid in de thuissituatie. Hierdoor is betrokkene niet bereid mee te werken aan verdere hulpverlening. Eerder kon de ambulante zorg niet worden opgestart vanwege weigering door betrokkene. Daarnaast heeft zij de thuiszorg meermaals afgehouden en bagatelliseert betrokkene de verwaarlozing in de thuissituatie, haar alcoholgebruik en het zorgwekkende gedrag wat zij hierbij laat zien. Zonder zorgmachtiging is voorzienbaar dat betrokkene thuis terugvalt in het excessieve alcoholgebruik waardoor het hiervoor omschreven ernstig nadeel zich opnieuw zal voordoen.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend. De rechtbank acht de uitkomsten van het neurologisch onderzoek wel van belang om te kunnen oordelen of de GGZ de meest geschikte setting is voor betrokkene.
Op grond van de uitspraak van de Hoge Raad van 7 juli 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1063) kan een zorgmachtiging worden verleend als overbruggingsmachtiging. Met betrekking tot de duur van de zorgmachtiging overweegt de rechtbank daarom dat de verwachting is dat binnen een paar weken de uitslag van het neurologisch onderzoek bekend zal zijn en eventuele vervolgstappen kunnen worden ondernomen. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek toewijzen tot en met 12 april 2026, dat is twee maanden na de zitting van 12 februari 2026, en de resterende duur van het verzoek op een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 12 april 2026, verder behandelen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 april 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 12 april 2026;
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.