5.26.Zoals al eerder in dit vonnis geschreven: [eiseres] vindt dat [gedaagden] c.s., althans [gedaagde 2] , [erflaatster] heeft beïnvloed of gemanipuleerd. Zij vindt het onaanvaardbaar dat [gedaagden] c.s. rechten kan ontlenen aan het testament. Deze beïnvloeding was volgens [eiseres] dusdanig dat [erflaatster] niet meer wist wat de werkelijkheid was, maar uitsluitend uitging van wat [gedaagde 2] vertelde. [eiseres] voert ter onderbouwing van haar stelling verschillende feiten en omstandigheden aan, onderbouwd met (onder andere) diverse verklaringen, Whatsapp-berichten en chatberichten via Habbo. [eiseres] wijst onder meer op het volgende.
a. [erflaatster] was slechthorend en (daardoor) slecht verstaanbaar voor sommige mensen. [eiseres] vindt dat [erflaatster] (licht) beperkt was, slecht kon omgaan met emoties, moeilijk zelfstandig kon functioneren en naïef en goedgelovig was.
b. [erflaatster] had een goede band met haar familie. Ze zag [eiseres] iedere dag, had goed contact met de dochters van [eiseres] en ging op vakantie met haar familie. [erflaatster] was ook heel actief op Habbo en was een bekende speelster. Ze had een vast groepje vrienden waarmee ze spelletjes speelde en gesprekken had op vaste tijdstippen. [erflaatster] had ook een goede band met haar collega’s op de school waar ze werkte.
c. Sinds het moment dat [gedaagde 2] bevriend is geraakt met [erflaatster] via Habbo, heeft [erflaatster] haar contact met (online) vrienden en haar familie laten verwateren en uiteindelijk verbroken. Haar online contacten heeft ze geblokkeerd. Spelers van Habbo hebben verklaard dat sprake was van een gedragsverandering. Zij vonden dat [gedaagde 2] zich op Habbo niet sociaal opstelde richting anderen, maar alleen gericht was op [erflaatster] en [erflaatster] afschermde. In het spel waren [gedaagde 2] en [erflaatster] alleen nog maar samen, en op een zeker moment stopten ze allebei met het spel.
d. [erflaatster] en [gedaagde 2] gingen samen veel op reis en hadden (heel) veel contact via Whatsapp en Habbo. Achteraf bleek dat [erflaatster] honderden schermafbeeldingen van gesprekken tussen haar en [gedaagde 2] op haar computer heeft opgeslagen. [erflaatster] noemde dat ‘bewijs’ in een bericht aan haar nichtje. [eiseres] heeft diverse gesprekken overgelegd waaruit blijkt dat [gedaagde 2] veel invloed had op [erflaatster] en dat ze dagelijks veel contact hadden. [gedaagde 2] benadrukte vaak dat zij de beste vriendin van [erflaatster] was, en reageerde teleurgesteld als [erflaatster] minder reageerde. De familie van [erflaatster] had de indruk dat [erflaatster] zelf geen zeggenschap meer had over de tijd die zij doorbracht met [gedaagde 2] . Uit een WhatsApp/Habbo gesprek tussen [erflaatster] en haar nichtje blijkt bijvoorbeeld dat [gedaagde 2] boos was op [erflaatster] omdat [erflaatster] met haar nichtje op vakantie wilde gaan.
e. De familie van [eiseres] en online vrienden van [erflaatster] hadden de indruk dat de sociale media accounts van [erflaatster] waren overgenomen door [gedaagde 2] . Ook in sommige berichten die vanuit [erflaatster] zouden komen, werden Vlaamse woorden gebruikt. Daaruit blijkt, volgens [eiseres] , dat deze zijn geschreven door [gedaagde 2] . Het gaat bijvoorbeeld om berichten aan de bedrijfsarts. [eiseres] heeft ook een rapport van een deskundige overgelegd, die constateert dat correspondentie van [erflaatster] ofwel door [gedaagde 2] is geschreven ofwel door [gedaagde 2] is gedicteerd. [gedaagden] c.s. heeft dit niet weersproken.
f. In mei 2020 is [erflaatster] samen met [gedaagde 2] zonder uitleg uit [stadsdeel] vertrokken en heeft ze contact met haar familie afgehouden. Achteraf is voor de familie duidelijk geworden dat [erflaatster] toen, in mei 2020, te horen heeft gekregen dat ze baarmoederkanker had.
g. [erflaatster] is vanaf mei 2020 ook niet meer op haar werk verschenen, terwijl ze erg trouw was. Het salaris van [erflaatster] is op een zeker moment stopgezet. Tot februari 2022 had [erflaatster] nog contact met de bedrijfsarts via e-mail en telefoon, maar ze gaf geen verblijfplaats door. In januari en februari 2022 verscheen [erflaatster] niet op gesprekken met de bedrijfsarts. In het rapport van de bedrijfsarts is opgenomen dat de bedrijfsarts bij enkele gesprekken met [erflaatster] de indruk heeft gehad dat iemand [erflaatster] op de achtergrond ‘stond te souffleren’.
h. Onduidelijk is welke zorg [erflaatster] heeft gekregen vanaf het moment dat zij uit [stadsdeel] is vertrokken. [eiseres] stelt dat [erflaatster] niet de juiste zorg heeft gekregen. Bij ziekenhuis [ziekenhuis 1] is in juli 2022 een revalidatieplek aangeboden, maar [erflaatster] heeft er voor gekozen om naar [land] te gaan om daar thuiszorg te regelen. Niet duidelijk is of ze thuiszorg heeft gekregen. Uiteindelijk is [erflaatster] in augustus 2022 met een infectie en botbreuken vanuit de woning van [gedaagde 2] naar het ziekenhuis in [plaats 1] gebracht, waar zij is overleden.
i. De vaste huisarts van [erflaatster] in Den Haag had geen contact meer met [erflaatster] nadat ze in mei 2020 haar woning had verlaten. [gedaagde 2] is op een zeker moment bij een huisarts in [plaats 2] geweest om bloeduitslagen van [erflaatster] op te vragen, maar [erflaatster] stond daar toen niet ingeschreven. Deze bloeduitslagen zijn toen toch meegegeven aan [gedaagde 2] . [gedaagde 2] heeft tegen een medewerker van deze huisarts gezegd, zo heeft deze medewerker verklaard, dat zij en [erflaatster] zaten ‘ondergedoken’ en dat de vaste huisarts van [erflaatster] in [stadsdeel] ‘in het complot zit’. Op 4 augustus 2022 is [erflaatster] ingeschreven bij deze huisarts in [plaats 2] , en daarmee uitgeschreven bij haar oude huisarts in [stadsdeel] . In de tussentijd is [erflaatster] dus niet bij een huisarts geweest.
j. Een beveiliger die op 3 juni 2021 met [erflaatster] en [gedaagde 2] naar de woning in [stadsdeel] is geweest, heeft verklaard dat [gedaagde 2] hem en een andere beveiliger heeft ingeschakeld. De beveiliger verklaart ook dat [gedaagde 2] tegen hem heeft gezegd dat [erflaatster] een vervelende relatie met haar familie had, maar dat dit in zijn optiek niet bleek tijdens het bezoek. De beveiliger verklaarde onder andere dat [erflaatster] zei dat ze niet beschikte over een telefoon en dat hij de indruk had dat [erflaatster] ‘onderdanig was’ aan [gedaagde 2] .
k. [gedaagde 2] was volgens [eiseres] uit op het geld van [erflaatster] . Dat blijkt volgens [eiseres] onder andere uit het feit dat [erflaatster] twee keer naar [stadsdeel] is gegaan om waardevolle spullen op te halen, [erflaatster] haar levensverzekering in 2020 heeft beëindigd en [erflaatster] ergens in 2018 een foto van een stapel cash geld naar andere spelers op Habbo heeft gestuurd.
l. Het testament is opgesteld toen [erflaatster] in het ziekenhuis [ziekenhuis 1] was. Iemand heeft toen de notaris gebeld om met spoed naar het ziekenhuis komen. [gedaagde 2] was 24 uur per dag bij [erflaatster] in het ziekenhuis.