ECLI:NL:RBDHA:2026:6221
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- J. J. P. Bosman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, afkomstig uit de Westelijke Jordaanoever, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-systeem.
Eiser betoogde dat hij in Kroatië onmenselijk is behandeld, onder meer door pushbacks en gedwongen afname van vingerafdrukken, en dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op herhaling hiervan. Hij verwees naar het Handvest van de grondrechten van de EU en recente jurisprudentie en landenrapporten die volgens hem tekortkomingen in het Kroatische asielstelsel aantonen.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat alleen bij aannemelijk maken van een reëel risico op een schending van artikel 4 Handvest Pro of artikel 3 EVRM Pro hiervan mag worden afgeweken. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die oordeelt dat Dublinclaimanten in Kroatië geen reëel risico lopen op pushbacks. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd van structurele tekortkomingen of onmogelijkheid tot klagen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.