Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn van acht weken was gesteld. Omdat de minister deze termijn niet heeft nageleefd, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De minister heeft in zijn verweerschrift het fifo-principe aangevoerd en aangegeven de aanvraag naar verwachting in juni 2026 te behandelen, maar gaf geen concrete datum voor besluitvorming. De rechtbank legt daarom een termijn van twee weken op waarbinnen de minister alsnog moet beslissen. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €467 toegekend, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp, en wordt het griffierecht van €194 vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 19 maart 2026.