ECLI:NL:RBDHA:2026:6272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf nareis, ingediend op 21 maart 2024. De rechtbank heeft eerder al twee keren het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen een bepaalde termijn een besluit te nemen, maar verweerder heeft nagelaten hieraan te voldoen.
In de huidige uitspraak van 18 maart 2026 bevestigt de rechtbank dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank draagt verweerder op om binnen twee weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd vanwege de eerdere niet-naleving.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van € 200 en de proceskosten van € 467. De rechtbank benadrukt dat eerdere dwangsommen onvoldoende prikkel hebben geboden om tijdig te beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.