Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 november 2025;
- de aantekeningen van de griffier van de mondeling genomen conclusie van antwoord van 25 november 2025;
- de akte aanvullende producties van de zijde van [eisende partij] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De Stichting [eisende partij] leverde niet-gecontracteerde zorg aan [gedaagde partij] en stuurde facturen ter betaling die niet voldaan werden. De eiser vorderde betaling van het openstaande bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
De gedaagde voerde verweer dat zij alleen kopiefacturen had ontvangen en nog in afwachting was van vergoeding door haar zorgverzekeraar. De rechtbank toetste ambtshalve het prijsbeding in de geneeskundige behandelovereenkomst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG en concludeerde dat het prijsbeding niet transparant was, omdat voorafgaand aan de behandeling geen duidelijke prijsinformatie werd verstrekt.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat het prijsbeding niet oneerlijk was omdat de uiteindelijke prijs overeenkomt met de vergoeding van de zorgverzekeraar plus het eigen risico, waardoor het evenwicht tussen partijen niet aanzienlijk wordt verstoord. Het verweer van de gedaagde werd verworpen wegens ontbreken van bewijs en niet verschijnen ter zitting.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van het totale bedrag van € 2.842,76, bestaande uit de hoofdsom, incassokosten en wettelijke rente, en legde tevens proceskosten op. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.842,76 inclusief rente en incassokosten.