ECLI:NL:RBDHA:2026:6359

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
NL25.61717 en NL25.61719
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvragen

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die de minister van Asiel en Migratie op 16 december 2025 niet in behandeling heeft genomen, omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen.

Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken en beroepen op 16 maart 2026 behandeld, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoekers en hun gemachtigde niet verschenen.

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten en bij uitspraak op 23 maart 2026 de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de rechtbank op die dag uitspraak heeft gedaan op de beroepen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op de beroepen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.61717 en NL25.61719

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [v-nummer:],

[naam], eiseres,

V-nummer: [v-nummer:],
mede namens hun minderjarige kinderen,

[naam],

V-nummer: [v-nummer:],

[naam]

V-nummer: [v-nummer:],

[naam]

V-nummer: [v-nummer:],

[naam],

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. H. Meijerink),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. B.H. Wezeman).

Inleiding

1. De minister heeft op 16 december 2025 de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken en de beroepen [1] op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister aan deelgenomen. Verzoekers en hun gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Deze beroepen staan geregistreerd onder zaaknummers: NL25.61716 en NL25.61718.