ECLI:NL:RBDHA:2026:6362
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening na verblijf in Thailand
Eiser stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie, waarin zijn bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep werd echter te laat ingediend, ruim twee weken na de wettelijke termijn van vier weken na bekendmaking van het besluit op 30 juli 2025.
Eiser voerde aan dat zijn verblijf in Thailand, bedoeld om zijn relatie gelijkwaardig aan een huwelijk aan te tonen, een verschoonbare reden was voor de te late indiening. Tevens stelde hij dat hij van de minister op 17 juni 2025 een toezegging had ontvangen om aanvullende documenten in te dienen tot aan de beslissing.
De rechtbank oordeelde dat het besluit op juiste wijze aan eiser was bekendgemaakt en dat het feit dat eiser zonder toestemming voor langere tijd naar Thailand vertrok, voor zijn rekening kwam. Er was geen sprake van persoonlijke omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigden. Het beroep werd daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden.