ECLI:NL:RBDHA:2026:6367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Eritrese nationaliteit wegens onvoldoende geloofwaardige documenten
Eiser, afkomstig uit Eritrea en behorend tot de Tigrinja-bevolkingsgroep, diende op 5 juni 2024 een asielaanvraag in die op 8 oktober 2025 door de minister werd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardige onderbouwing van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst.
De rechtbank behandelde het beroep op 21 november 2025 en oordeelde dat eiser onvoldoende documenten had overgelegd zonder een aannemelijke verklaring voor het ontbreken daarvan. Zijn verklaringen vormden geen samenhangend en aannemelijk geheel, mede omdat hij geen plausibele uitleg gaf waarom hij zich niet had geregistreerd in Ethiopië ondanks een regeling die Eritrese vluchtelingen automatisch status gaf.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat de minister onzorgvuldig was geweest en onvoldoende rekening had gehouden met landeninformatie en zijn persoonlijke omstandigheden. De minister mocht ook de authenticiteit van de overgelegde kopieën van documenten betwijfelen.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.