ECLI:NL:RBDHA:2026:6388
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens besluit nareis asiel
Verzoeker diende beroep in tegen het uitblijven van een besluit van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank had in een eerdere uitspraak bepaald dat de minister binnen twee weken een beslissing moest nemen. Nadat de minister op 28 januari 2026 alsnog een besluit nam, trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De minister stemde in met vergoeding tot € 233,50, maar de rechtbank oordeelde dat gezien de inschakeling van een professionele juridische hulpverlener en het lichte gewicht van de zaak een wegingsfactor van 0,5 passend was. Hierdoor werd een vergoeding van € 467,- toegekend, inclusief het griffierecht.
De rechtbank vond een zitting niet nodig en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe omdat de minister geheel tegemoet was gekomen aan het beroep. De zaak werd als eenvoudig en van beperkt belang beoordeeld, wat de toegepaste wegingsfactor verklaart.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 467,-.